Hoeveel is de uitkering bij arbeidsongeschiktheid eigenlijk?

3 juni 2016 - Het is tegenwoordig mode om wetten te noemen naar de gedroomde intenties van de opstellers ervan. Zo heeft de Bijstand de hoogdravende naam Participatiewet gekregen. En mensen die arbeidsongeschikt raken komen niet meer in de de WAO maar in de WIA: Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen. Mensen moeten, nadat ze van de trap zijn gevallen of een burn-out hebben gekregen, zoveel als in hun vermogen ligt gaan werken en inkomen verdienen, zo is de bedoeling. Er is geen wet zo ingewikkeld als de huidige WIA.

Dubbel pech
Alleen mensen in loondienst hebben recht op een uitkering op grond van de WIA, want net als de WW (die gelukkig nog hetzelfde heet) is het een werknemersverzekering. Alleen werknemers betalen premie voor deze verzekeringen. Een ondernemer krijgt niets als hij van een ladder valt of zijn rug breekt als hij met de bureaustoel achterover valt, tenzij hij zelfs iets heeft geregeld bij een private verzekeraar.

Duurzaam ongeschikt
De WIA valt uiteen in twee gedeeltes: de IVA en de WGA. IVA staat voor 'Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten'. Onder 'volledig' wordt dan verstaan dat iemand voor meer dan 80% arbeidsongeschikt is. En bij 'duurzaam' moet u niet denken aan spaarlampen en windmolens maar aan 'blijvend'. Iemand is duurzaam arbeidsongeschikt als hij dat naar verwachting meer dan 5 jaar zal blijven. De WGA is de wet 'Werkhervatting voor Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten', ook weer zo'n eufemisme. Die wet is van toepassing als iemand voor een percentage tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is.

Arbitrair
Nu zou je denken dat dat percentage van arbeidsongeschiktheid gebaseerd is op de fysieke of mentale gesteldheid van iemand. Maar dat is niet zo. Het gaat om het inkomen wat iemand nog kan verdienen in relatie tot wat hij vroeger verdiende. Als hij nog slechts 30.000 kan verdienen, terwijl hij voorheen 40.000 euro verdiende is hij voor 25% arbeidsongeschikt. Zoiets. Arbeidsongeschiktheid is dus een prestatiecoëfficiënt, waarbij de prestatie in geld gemeten worden.
Het hoeft geen betoog dat het antwoord op de vraag wat iemand nog kan verdienen nogal arbitrair is. Een medewerker van het UWV kiest drie beroepen en het middelste inkomen van de drie inkomens die bij die beroepen horen is dan wat de persoon nog kan verdienen: de restverdiencapaciteit. Maar eigenlijk kan iemand altijd nog 1240.000 euro per jaar verdienen, want het moet gek lopen wil iemand geen politici meer kunnen worden (grapje).

Riant
Het beste kun je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, uitkeringstechnisch gezien dan. Iemand die voor meer dan 80% arbeidsongeschikt is krijgt relatief gezien een riante uitkering: namelijk 75% van het laatstverdiende loon en hij ontvangt dat de rest van zijn leven totdat hij met pensioen gaat, ofwel totdat hij AOW krijgt. Overigens is er wel een maximum, dat is 75% van ongeveer 52.000 euro, is gelijk aan 39.000 euro per jaar.

Licht arbeidsongeschikt
Iemand die minder dan 35% arbeidsongeschikt is moet in principe blijven werken bij zijn huidige werkgever. Die laatste moet, indien nodig, de arbeidsomstandigheden of de functie aanpassen. De baas kan ook op zoek gaan naar ander werk voor zijn werknemer. Als het echt niet anders gaat kan de licht-arbeidsongeschikte ontslagen worden. Hij krijgt dan mogelijk een WW-uitkering.

Werken loont
Iemand die minder dan 80% arbeidsongeschikt is en meer dan 35% valt in de WGA en die krijgt in eerste instantie een 'loongerelateerde uitkering'. Deze naam is nu eens wel goed gekozen want de uitkering is afhankelijk van het inkomen voordat deze persoon ziek, zwak of misselijk werd. De uitkering is de eerste twee maanden 75% van het laatst verdiende inkomen en daarna 70%. De bedoeling is dus dat zo iemand wel gaat werken. Als dat lukt krijgt zo iemand 70% van het verschil tussen zijn oude en nieuwe loon, bovenop zijn nieuwe loon. Je kunt het narekenen, maar hierdoor loont het altijd om te gaan werken. Die loongerelateerde uitkering is derhalve nog best wel riant, alleen deze uitkering houdt op, op een gegeven moment.

Maxima
De duur van de loongerelateerde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden: 1 maand voor ieder jaar dat de arbeidsongeschikte werkte voor de eerste tien jaar, en een half jaar voor ieder jaar dat iemand meer dan 10 jaar werkte. Dat is trouwens pas met ingang van dit jaar zo. Voorheen gold nog,. min of meer, een maand per gewerkt jaar. Iemand die 15 jaar in loondienst is geweest krijgt dus 12,5 maanden een uitkering. Er is echter een maximum duur; die wordt langzaam afgebouwd naar twee jaar. Dat maximum is bereikt in 2019. Dit is hetzelfde als bij de WW. Voor mensen die veel verdienden voordat ze ziek werden wordt het maximum opgerekt zodat ze toch nog een uitkering krijgen als ze gaan werken.

Nog ingewikkelder
En dan, als die loongerelateerde uitkering ten einde is gelopen wordt het echt ingewikkeld. Dan zijn er weer twee situaties te onderscheiden. Verdient iemand meer dan 50% van wat hij kan verdienen of niet? Als hij meer dan 50% van zijn restverdiencapaciteit verdient dan krijgt hij een loonaanvullingsuitkering. Die is 70% van het verschil tussen wat hij kan verdienen en wat hij vroeger verdiende. Het gaat nu dus om wat hij kán verdienen en niet wat hij daadwerkelijk verdient, zoals bij de loongerelateerde uitkering. Iemand die 50% arbeidsongeschikt is en vroeger 50.000 euro verdiende kan nog 25.000 euro verdienen. Als hij 20.000 euro verdient, dan krijgt hij toch maar 70% van 25.000 (50.000-25.000) als uitkering. Als hij daadwerkelijk verdient wat hij kán verdienen dan is zijn uitkering gelijk aan de loongerelateerde uitkering.

Minder
Een arbeidsongeschikte die minder dan 50% verdient van wat hij volgens iemand van het UWV kán verdienen krijgt hij een vervolguitkering. De hoogte hiervan is een percentage van het minimumloon. Hoe groter de mate van arbeidsongeschiktheid, hoe hoger de uitkering. Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50% bijvoorbeeld is de uitkering 35% van het minimumloon. Dan komen we dus uit op de niveaus die we mogen verwachten na al die kabinetten die vaak niets beters weten dan bezuinigen op de sociale zekerheid nadat ze op allerlei andere terreinen miljarden over de balk hebben gesmeten.

Onredelijk
Een werknemer in loondienst die ziek wordt krijgt de eerste twee jaar doorbetaald door zijn werkgever, volgens de wet WULBZ. Overigens is het zeer waarschijnlijk dat deze termijn naar beneden wordt bijgesteld, nu het ook politici begint te dagen dat het nogal onredelijk is om de werkgever te verplichten twee jaar loon door te betalen voor een werknemer die wellicht uit een skilift is getuimeld of van de trap is gevallen. Na die twee jaar krijgt de pechvogel te maken met de WIA.

 

Jurgen Sweegers
Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn