Ons advies aan Van der Veer: denk klein en duurzaam in plaats van groot en fossiel

5 april 2011 - Het lijkt een leuk feestje te gaan worden: de Inputdag topteam energie, die maandag 11 april in Mediaplaza te Utrecht wordt gehouden. De dag is een initiatief van het team dat recentelijk door minister Verhagen is ingesteld en dat ervoor moet zorgen dat de Nederlandse energie-industrie nog meer gaat groeien en bloeien dan dat het nu al doet. Het team staat onder leiding van oud-Shell baas Jeroen van der Veer. Net als waarschijnlijk aan veel anderen, is ook aan mij gevraagd een bijdrage te leveren. Hier mijn bijdrage.

Beste heer Van der Veer,

We dragen onze industrie allemaal een warm hart toe. Maar ik denk dat de grote bedrijven prima voor zichzelf kunnen zorgen. Er is derhalve geen extra beleid nodig om die bedrijven tot extra groei en bloei te brengen. De overheid moet een beleid ontwikkelen dat in het belang is van mensen en niet louter in dat van bedrijven.

Weg van fossiel
We gunnen de grote bedrijven hun succes, maar ze staan de ontwikkeling van de Nederlandse samenleving als geheel in in de weg. De Nederlandse samenleving wil, en moet weg van conventionele energiebronnen. Dat laatste is nodig om om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, die waarschijnlijk steeds duurder zullen worden, en om het milieu te sparen. Niet alleen is de verbranding van fossiele brandstoffen waarschijnlijk slecht voor het milieu, de activiteiten van de grote olie-, gas,- en mijnbouwbedrijven zelf leiden wereldwijd tot enorme vernietiging van het milieu, met als recente dieptepunten de olieramp in de Golf van Mexico en de kernramp in Japan. Ook moet de Nederlandse overheid nieuwe technieken en industrieën een kans geven.

Shell-factor
Tijd voor verandering dus. Grote bedrijven als Shell houden die ontwikkeling naar de moderne tijd echter tegen. Shell heeft een aantal jaren geleden, toen u er de baas was, duidelijk gekozen voor olie en gas als de, enige, belangrijkste activiteiten. Het bedrijf maakt miljardenwinsten maar wil niet een paar miljoen uittrekken voor de aansluiting van het warmtenet van 'thuisbasis' Rotterdam op de installatie in Pernis. Door de hechte banden tussen Shell en de Nederlandse staat vertaalt zich deze fossiele voorkeur op allerlei manieren in het energiebeleid van de Nederlandse regering, en dat is een slechte zaak. Zo wordt er nu gemorreld aan allerlei duurzame energiedoelen (10% biobrandstof en 14% duurzame energie in 2020).

Je doet niet meer mee
Ook andere grote bedrijven en instituten als hebben een slechte invloed op het overheidsbeleid. Zo is de kernenergielobby sterk in Nederland, evenals de lobby van bedrijven die willen gaan boren naar zogenaamd shale gas. Nederlandse energiebedrijven die zijn overgenomen door buitenlandse concerns zijn niet langer meer een constructieve kracht in de transitie naar duurzame energie. Deze bedrijven dreigen niets te doen als ze geen geld van de overheid krijgen. Dat is niet verboden, maar de overheid zou dan moeten zeggen: 'OK, dan doe je niet mee, dan gaan we op andere manieren zorgen dat die transitie er komt.' Ook zal het Europese emissiehandelsstelsel nooit iets worden door de grote invloed van vervuilende sectoren als de metaal-industrie en de olieraffinage.

Meer oog en oor voor klein
De overheid zou derhalve de grote bedrijven die een hindermacht zijn geworden in de transitie naar duurzame energie moeten gaan negeren. In plaats daarvan moet de overheid meer oog en oor hebben voor al die bedrijven en bedrijfjes, gemeenten en andere organisaties die wel serieus bezig zijn met duurzame energie. Dat is lastig, want die hebben geen ge-oliede lobby-machines. En het betekent niet dat daar karrenvrachten met subsidies heen gebracht moeten worden. De meeste subsidies zijn zinloos. Innovatiesubsidies kunnen het beste afgeschaft worden, ook gezien de staat van de overheidsfinanciën en het feit dat de rekening uiteindelijk bij de gewone burger die wel hard werkt voor zijn geld terecht komt.

Schaf innovatiesubsidies af
Als innovaties goed zijn zullen ze vanzelf wel een succes worden en als ze geen succes worden dan zijn het blijkbaar niet zo'n goede innovaties. Daarnaast zijn innovatiesubsidies onrechtvaardig en concurrentievervalsend. Niet valt te beredeneren waarom het ene bedrijf wel innovatiesubsidies krijgt, alleen omdat het toevallig op een gebied actief is dat door een paar ambtenaren sexy wordt gevonden, terwijl het andere bedrijf geen subsidie krijgt, zelfs als dat laatste bedrijf er in slaagt om op eigen kracht hordes klanten aan zich te binden. Bedrijven met concurrenten die innovatiesubsidies in de wacht slepen zouden massaal naar de rechter moeten gaan, en dat zal ook wel gaan gebeuren. De overheid moet zich in het geheel niet bezighouden met activiteiten die ook door de markt gedaan kunnen worden.

Op waarde schatten
Het enige dat de overheid mag doen is in zekere mate subsidie geven voor bestaande duurzame energietechnieken die door de samenleving als geheel (het Parlement) wenselijk worden geacht en die anders (zeker) niet tot stand zouden komen, zoals voor zonne-energie, windenergie en biomassa-energie. Vaak is het echter niet een gebrek aan geld maar zijn het andere beperkingen die de ontwikkeling van deze vormen van duurzame energie in de weg staan. Zo zouden groepen burgers snel voor zichzelf ('voor de meter') duurzame energie moeten kunnen gaan opwekken. De overheid zou eindelijk zonne-energie op waarde moeten gaan schatten. Er zitten voordelen aan zonne-energie die niet in de officiële sommetjes meegenomen worden. De minachting voor zonne-energie is tekenend voor wat er mis is met het duurzaam energiebeleid.

Geen subsidies voor kolen, gas en kernenergie
Er zou geen enkele directe of indirecte subsidie meer moeten gaan naar de winning van gas en olie en naar de productie van stroom uit gas, kolen en uranium. Er zou geen vergunning meer moeten worden verleend voor de bouw van nieuwe kolen- en kerncentrales en exploitanten van kolencentrales zouden gedwongen moeten worden om hun uitstoot van CO2 onder een bepaalde norm te houden, bijvoorbeeld 350 gram per opgewekte kWh. Ze kunnen zelf weten hoe ze daaraan voldoen, door biomassa bij te stoken of door de CO2 af te vangen en op te slaan. Als ze er niet aan voldaan wordt, wordt de centrale gesloten. Verder is het wenselijk dat er weer een nationaal beleid voor de bouw van nieuwe centrales groter dan, zeg, 400 MW wordt ontwikkeld.

Wie het kleine niet eert
Er zou dus een herwaardering moeten plaatsvinden van het kleine en kleinschalige, en de overheid zou zich alleen hier op moeten concentreren. De overheid moet een beleid ontwikkelen dat in het belang is van de Nederlandse samenleving als geheel, op de lange termijn, en niet slechts in dat van grote bedrijven op de korte termijn, zoals nu. Die hardwerkende bakker op de hoek verdient ons respect, veel meer dan de marionetten van grote bedrijven die in Nederland precies zeggen wat de grote bazen in Parijs of Düsseldorf willen horen. Op energiegebied gaat het om de kleine bedrijven, en ook wel enkele grote, die serieus met duurzame energie aan de slag willen.

Wie verdienen het respect en de steun, (niet noodzakelijkerwijs financiële steun) van overheid op energiegebied?

  • Dat zijn de tuinders die eerst massaal WKK-installaties hebben geïnstalleerd en nu, omdat die in de verdrukking dreigen te komen door de mega-investeringen van Tennet en de grote energiebedrijven, naar warmte gaan boren op twee kilometer diepte, gesloten kassen gaan bouwen, en Led-verlichting gaan installeren.
  • De mensen en bedrijven die er in de afgelopen jaren voor hebben gezorgd dat warmte-koude opslag en warmtepompen echt groot aan het worden zijn.
  • De bedrijven die ondanks tegenwerking van bedrijven als Shell vasthouden aan de oprichting van warmtenetten.
  • De gemeenten die aan het experimenteren zijn met led-verlichting en met allerlei andere vormen van duurzame energie.
  • De boeren die vergistingsinstallaties op aan het bouwen zijn en de waterschappen die echt bezig zijn om warmte en energie terug te gaan winnen uit hun installaties.
  • De architectenbureaus die er voor gekozen hebben om duurzaam te gaan bouwen. Ook hier zijn het niet de internationaal meest befaamde bureaus die de kar trekken.
  • Al die kleine en middelgrote adviesbureaus die andere bedrijven bijstaan in hun pogingen om het energieverbruik te verlagen en om meer duurzaam te werk gaan.
  • De organisaties en samenwerkingsverbanden die ondanks de weerzin bij de centrale overheid zonnepanelen aan de man proberen te brengen.
  • Afvalbedrijven die zich in no-time hebben omgevormd van simpele ophaaldiensten tot moderne energieproducerende bedrijven
  • De enkele grote bedrijven die serieus met duurzaamheid begaan lijken te zijn.
  • En niet te vergeten de mensen in het land die met hun voeten stemmen en duurzame energie afnemen of die zich daar anderszins voor inzetten.

Menselijke maat
Dat zijn bedrijven en mensen die onze samenleving menselijk houden. En een menselijke samenleving is uiteindelijk de meest duurzame samenleving en dat zal op lange termijn de beste voedingsbodem zijn voor de groei en bloei van bedrijven.

U denkt groot en u denkt fossiel
Beste heer Van der Veer. Ik geloof niet in topteams voor bepaalde sectoren. Ik zie niet in waarom de energiesector van groter belang zou zijn voor de Nederlandse economie dan de fietsen-industrie of de bakkerij-sector. De kleine industrie van nu is de grote industrie van de toekomst. Ik denk dat de topteams weer gedomineerd zullen worden door de grote bedrijven, en daarom zou het, denk ik, het beste zijn voor de Nederlandse economie als ze opgeheven zouden worden. En als er dan zo'n team moet komen, denk ik niet dat u de juiste persoon bent om zo'n team te leiden. Met alle respect, ik heb u veel meegemaakt bij persconferenties van Shell, en u heeft ongetwijfeld heel veel kwaliteiten, maar u denkt in het groot en u denkt 'fossiel', en dat is nu juist niet wat we nu nodig hebben.

Hopelijk doet u wat met dit advies.

Met vriendelijke groeten,

Dr. J. Sweegers

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn