Zonnepanelen I, wat komt er kijken bij de plaatsing op het dak?

1 september 2011 - Het lijkt simpel: zonnepanelen op het dak schroeven, maar er komt nog heel wat bij kijken. De installatie van een productiemeter kan achterwege blijven, nu er geen subsidie meer wordt verdeeld door de Rijksoverheid, maar mogelijk moet de meterkast wel verbouwd worden. En het vervangen van een omvormer die kapot gaat kan ook in de papieren lopen. In dit artikel komt aan bod wat er allemaal komt kijken bij het installeren van zonnepanelen op het dak. Enkele mensen met kennis van zaken geven waardevolle tips. Later onderzoeken we of die zonnepanelen nu eigenlijk wel rendabel zijn en of dat laatste nu wel relevant is.

Setjes
De meeste leveranciers bieden setjes in allerlei soorten en maten: bestaande uit 6, 12, 18 of meer panelen, en geschikt voor platte daken, schuine daken, en soms gevels. Voor particulieren zal het meestal bij 6 of hoogstens 12 panelen blijven. Deze aanbiedingen bestaan meestal uit de panelen, het materiaal om de panelen te bevestigen en een zogenaamde omvormer, die nodig is om de gelijkstroom van de panelen om te zetten in wisselstroom. Voor de installatie moet vaak apart betaald worden. Nuon bijvoorbeeld rekent daar standaard 1000 euro voor en SolarNRG 700 euro (3 tot 6 panelen).

Teruglevering
Daarnaast heeft iemand die zonnepanelen op zijn dak schroeft vaak nog extra kosten. Zo moeten er mogelijk aanpassingen aan de meterkast worden gedaan. Een aparte groep voor de zonnepanelen kan geen kwaad. Ook moet de elektriciteitsmeter teruggeleverde stroom kunnen registreren. Stroom die, op het moment dat het door de zon wordt opgewekt niet in huis wordt gebruikt, wordt op het net gezet. De energieleveranciers zijn verplicht om die later van de gebruikte stroom af te trekken, tot 5000 kWh. Maar dan moet die dus wel geregistreerd worden.

Goede oude draaischijfmeter
Een oude meter met draaischijf (Ferraris-meter) gaat achteruit lopen, in de meeste gevallen. Dat hoeft er niets te gebeuren. Lekker laten hangen dat ding. Soms is de terugdraai-optie echter geblokkeerd en een ander probleem is dat de meters niet voor terugdraaien zijn geijkt, zo zegt Leon Bruinen van Solsolutions.

In de stress
De allernieuwste meters hebben waarschijnlijk een extra telraam voor de registratie van de stroom die op het net wordt gezet. Dan hoeft er ook niets te gebeuren. Wel doet iemand met zo'n meter er goed aan bij zowel de netbeheerder als de leverancier aan te geven dat hij stroom aan het opwekken is, zodat de cijfers op dit telraam ook echt afgetrokken worden van het verbruik wat op het andere telraam staat. Dit schijnt soms problemen op te leveren, en vooral als het verbruik negatief wordt schieten de bedrijven in de stress, zo zegt Peter Segaar van PolderPV. Dan moeten ze die persoon aan het einde van de rit gaan bijbetalen, en dat past nog steeds niet in het businessmodel.

De sjakie
Iemand die een meter heeft die de geleverde stroom niet meet, moet een nieuwe meter laten installeren door de netbeheerder. Of, om het in de woorden van Segaar:  "Als je een digitale meter zonder teruglevertelwerk hebt, ben je de sjakie, en moet je helaas aandringen op metervervanging, die echter omdat jij er om vraagt, een betaalde metervervanging zal gaan worden." In de toekomst zullen de energiebedrijven de meters zonder kosten gaan vervangen voor de bekende slimme meter, maar het is onduidelijk hoe lang dat nog duurt en wanneer een bepaald huishouden aan de beurt is. Het kost deze persoon waarschijnlijk zo'n 100 tot 150 euro aan installatiekosten, en dan is die meter nog niet eens van hem.

Geen subsidie, geen productiemeter
Iemand die in aanmerking komt voor SDE-subsidie moet van Certiq, dat is de instantie die dat allemaal registreert, een zogenaamde productiemeter hebben. Die registreert dus de productie van de panelen, nog voordat er eventueel in huis stroom wordt verbruikt. Nu SDE-subsidie voor particulieren onbereikbaar is geworden (alleen nog beschikbaar voor systemen van meer dan 15000 Watt) heeft het geen zin zo'n productiemeter aan te schaffen, tenzij iemand heel graag wil weten wat hij produceert. In dat laatste geval voldoet volgens Segaar een oude Ferrarismeter, die her en der nog wel op de kop te tikken zijn. Andere opties om de productie te meten zijn volgens hem een apparaatje van Plugwise, eenvoudige kWh-meters van Conrad, en een "duurdere DIN Rail digitale pulsmeter die erg goed is, en die een zgn. S0 pulsuitgang heeft".

Omvormer
Dan moet er nog rekening gehouden worden met een vervanging van de omvormer in de toekomst. Deze apparaatjes zullen niet zo lang meegaan als de zonnepanelen, naar schatting zo'n tien tot vijftien jaar. De prijzen hiervan zijn hoog. Zo is de omvormer van SMA die geleverd wordt bij Senersun-panelen van SolarNRG los te koop voor maar liefst meer dan 975 euro. De XS2000 van Mastervolt die ook bij Senersun panelen wordt geleverd staat te koop van bijna 1200 euro. Prijzen hiervan schijnen wel te dalen, onder druk van toenemende concurrentie, onder meer uit China. De kans is dus groot dat ze in de toekomst een stuk goedkoper zijn.

Dijk van garantie
Ten slotte de panelen zelf. Het aanbod is groot, bestaande uit heel veel Chinese merken. Die hoeven volgens Segaar niet slecht te zijn ("voor zover nu bekend") maar hij raadt mensen aan om voor bekende merken te gaan "met een dijk van een garantie". Dat zijn Suntech, Yingli, LDK, JA Solar en Canadian Solar. SolarNRG, een bedrijf uit 's Gravenzande, biedt drie merken aan: van Sharp (al vijftig jaar ervaring), Philadelphia Solar (Japans, productie in Amman) en Senersun (Frans, productie in China). Die laatste zijn veruit het goedkoopste en de fabrikant geeft ook tien jaar garantie. Ze hebben een keurmerk van het "toonaangevende testinstituut TÜV".

In het vervolg van dit artikel vindt u een overzicht van kosten en opbrengsten en een schatting van de rentabiliteit, niet te verwarren met rendement.

Wordt vervolgd

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn