Bijdrage voor werkbespreking van commissie Leefomgeving van gemeente Den Haag

3 juli 2013 - Woensdagochtend was ondergetekende uitgenodigd als expert bij een werkbespreking van de Commissie Leefomgeving van de gemeenteraad van Den Haag. De titel van de bespreking was 'Klimaatbestendig en klimaatneutraal Den Haag.' Het onderwerp was dus het klimaatbeleid van de gemeente. Den Haag wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Een van de stukken die centraal stonden was een rapport van CE Delft: Backcasting to the future. Hieronder mijn bijdrage aan de bespreking.

Dank voor de gelegenheid hier te spreken. Kort wil ik enkele onderwerpen aanstippen: warmtenetten, de rol van Eneco, het nut van backcasting en de toekomst. Hoewel ik het doel om te komen tot een transitie naar een duurzaam Den Haag van harte onderschrijf vrees ik dat ik wat kritischer zal zijn dan de andere sprekers van vandaag. Daarnaast zal ik wat meer een helikopter- view hebben.

Warmtenetten
Beleidsmakers zijn vaak lyrisch over warmtenetten. 'Je sluit iedereen aan op een warmtenet, je voedt die met warmte uit geothermie en klaar is kees. De stad is zo’n beetje klimaatneutraal.' De werkelijkheid is weerbarstiger. De aanleg van een warmtenet vergt miljarden. Alle straten moeten open om hoofdleidingen aan te leggen en alle tuintjes moeten open op van die leidingen naar de huizen te gaan. Niet allemaal rozengeur en maneschijn dus. Daarnaast sluit de aanleg van een warmtenet andere technologieën voor de komende 30 jaar uit. Voor een deel zullen dat technieken  zijn die nu nog niet bekend zijn. Ook maakt het mensen afhankelijk van een monopolist en het vermindert de controle van menen over hun energievoorziening; iets wat in gaat tegen de huidige tijdgeest. Mensen willen juist de controle over hun energievoorziening terug. Bewoners van bestaande netten zijn vaak niet enthousiast. Ten slotte is een warmtenet niet duurzaam als de warmte die erin gaat niet duurzaam wordt opgewekt.

Een warmtenet heeft voordelen; maar toch kan mogelijk beter ingezet worden op de verduurzaming van individuele huizen kantoren en blokken, waarbij de verantwoordelijkheid blijft liggen bij woningbouwcoöperaties, particuliere eigenaars en verhuurders. Huizen zijn steeds beter energieneutraal te maken, zodat ze nauwelijks meer warmte van buiten nodig zullen hebben. Dit laatste maakt het nog lastiger om een warmtenet rendabel te krijgen.
De keuze voor warmtenetten is derhalve niet evident. Stop met die vergezichten waarbij heel Den Haag of zelfs grote delen van Zuid-Holland worden vol gelegd met warmtenetten. Dat is niet realistisch. Maar er moet wel  een keuze gemaakt worden. In de komende jaren moet duidelijk worden welke wijken in Den Haag worden aangesloten op een warmtenet en welke niet. Want anders zullen bedrijven en mensen blijven investeren in nieuwe installaties en zal Eneco het gasnet blijven vernieuwen,  wat ook miljarden aan investeringen vergt. We raden het u aan om over dit onderwerp de komende jaren enkele fundamentele debatten te voeren. Warmtenetten horen vooral thuis in de  wat oudere wijken omdat de verwarming van die huizen nog relatief veel  gas vergt. Een optie is om te kiezen voor de aanleg van een warmtenet in een deel van een bestaande wijk, bijvoorbeeld in het Statenkwartier, en zo ervaring op te doen.

Probleem
Een onduidelijke factor daarbij is de rol van Eneco, de eigenaar van de netten in de stad.  Laat ons het maar gewoon erkennen.  Eneco was ooit ons eigen energiebedrijf maar is dat niet meer. Het is te groot geworden voor de stad en het is ongrijpbaar geworden. Het bedrijf heeft eigen rendementsdoelen en lijkt niet of nauwelijks bereid om te overleggen met de stad over de plannen voor de toekomst.
Dit is een onwenselijke situatie. Energie is een noodzakelijke levensbehoefte en een goede energievoorziening is essentieel voor het goed functioneren van een stad als Den Haag. De stad wil die energievoorziening daarbij zo inrichten dat bepaalde maatschappelijke doelen gehaald worden en dus moet Den Haag weer meer controle krijgen over die energievoorziening. Den Haag moet in staat zijn om de grote lijnen uit te zetten; en moet in staat zijn om het energiebedrijf zodanig aan te sturen dat die zich weer gedraagt naar die grote lijnen.
Er zijn twee opties. Of Eneco, als eigenaar van de gas, elektriciteits- en warmtenetten, erkent zelf vrijwillig dat het de eigen bedrijfsvoering weer meer dan in de afgelopen jaren in dienst moet stellen van de steden en dorpen waarin het actief is. Eneco en Den Haag gaan dan intensief overleggen met elkaar over de toekomstige energievoorziening, waarbij ook de raad natuurlijk nauw betrokken wordt. De vraag is of dit een realistische optie is. Waarschijnlijk niet. Zoals  gezegd het bedrijf is te groot geworden. Het uitoefenen van invloed via het aandeelhouderschap is moeilijk. Het bedrijf is een structuurvennootschap, wat er op neerkomt dat aandeelhouders per definitie op afstand zijn gezet.

Oplossing
Beter is het daarom om het bedrijf te splitsen in een netwerkdeel en een commercieel deel en het commerciële deel te verkopen. De netten blijven dan achter in een bedrijf dat in handen is van de huidige gemeentelijke aandeelhouders. Die  zijn dan beter in staat om de activiteiten van dit bedrijf in dienst te stellen van de eigen bewoners. Splitsing van Nuon en Essent heeft laten zien dat de netwerkbedrijven daarna een transformatie ondergaan, waarbij ze het maatschappelijk belang van hun activiteiten veel meer voorop stellen. Met Stedin zal dan veel makkelijker zaken gedaan kunnen worden op het gebied van de aanleg van smart grids, oplaadpalen en wat dies meer zij. Als er commerciële zaken opgepakt moeten worden kan Eneco net als andere energiebedrijven naar de gunst van de stad gaan dingen. Het bedrijf zal dan meer zijn best doen om het Den Haag naar de zin te maken.
Van belang is wel dat de warmtenetten bij een verkoop niet meegaan met het commerciële deel van Eneco. Dat was bij de verkoop van Nuon en Essent wel het geval. Beter is het om de netten bij verkoop uit Eneco te halen om ze te voegen bij de gasnetten en de elektriciteitsnetten, in het gezamenlijke netwerkbedrijf. Een andere optie is dat de warmtenetten van de verschillende steden dan worden ingebracht in aparte stedelijke bedrijven: dus het warmtenet van Rotterdam in een Rotterdams bedrijf, dat van Den Haag in een Haags bedrijf, etc. Dit kost de overheden in principe geen geld. Het zal de opbrengst van de verkoop van het commerciële deel van Eneco verminderen in vergelijking met een situatie dat de warmtenetten mee  verkocht worden, maar daar staan dividendinkomsten in de toekomst tegenover. Van belang is ook dat kennis en kunde binnen Eneco dan meeverhuist naar die nieuwe bedrijven.
Op die manier kan de gemeente het  beste vorm geven aan de uitbouw van de warmtenetten en investeringen in gasnetten afstemmen op wat ze van plan is met die netten. Ook kan het dan rekening houden met de wensen en belangen van bewoners. Die klagen nu immers steen en been over het warmtenet. Van belang is dat hier goed over nagedacht wordt voordat een verkoop van Eneco aan de orde is. Dat laatste kan sneller dan verwacht zijn.

Backcasting
Ik vind de backcasting niet een zinvolle exercitie. Ik heb geen nieuwe inzichten gekregen na lezing van het rapport van CE Delft: Backcasting to the future, wat in opdracht van de gemeente Den Haag is opgesteld. Het zal zo goed als onmogelijk zijn om de gestelde doelen te halen. Het heeft dus geen zin om vanaf 2040 terug te gaan redeneren om te kijken wat we wel en niet moeten doen en wanneer we wat moeten doen. We zullen alles moeten doen wat uitvoerbaar is tegen niet al te hoge kosten. Dat zijn de criteria: wat is nu uitvoerbaar en wat is betaalbaar? Dat laatste betekent dat financiering moet worden gevonden en dat zoveel als mogelijk projecten zich moeten terugbetalen. Het rapport geeft daarbij ook niet echt antwoord op deze vragen. De teneur is heel sterk  tautologisch: ‘Als we maatregelen nemen om klimaatneutraal te zijn in 2040 zullen we klimaatneutraal zijn in 2040.’ Of om klimaatneutraal te worden in 2040 zullen we nu de maatregelen moeten nemen op klimaatneutraal te worden in 2040. Dat klinkt zo’n beetje in alles door.
Waar goed  over nagedacht moet worden is de vraag: hoe zit het eigenlijk  met dat rendement? In hoeverre moet de businesscase van grootschalige energieprojecten kloppend zijn, tot op twee cijfers achter de komma? Als  we een Spuiforum bouwen vragen we ons ook niet af of dat wel voldoende rendement oplevert. In hoeverre zijn er opbrengsten die misschien niet direct tot uitdrukking komen  in tarieven die mensen betalen?
Het heeft geen zin om veel tijd te besteden aan de vraag of de huidige doelstellingen realistisch zijn, aan de vraag of de doelen al  dan niet gehaald worden en om al te gedetailleerd in te gaan op alles wat er in het rapport staat. We moeten aan de slag. Je ziet dat ook in de landelijke politiek. Daar wordt oeverloos gepraat over de vraag of de doelstelling voor duurzame energie 20%, 16% of 14% moet zijn en of we dat wel gaan halen. Politici worden contant ter verantwoording geroepen als doelstellingen niet gehaald dreigen te worden, waardoor die bestuurders geneigd zijn zaken mooier voor te stellen dan ze zijn en om te snel te kiezen voor grootschalige quick win-projecten, die achteraf niet zo ideaal blijken te zijn.

Toekomst
Toch nog enkele opmerkingen over het rapport van CE Delft. Veronderstellingen in het rapport van CE over veronderstelde rugwind zijn onrealistisch. Die zijn bijvoorbeeld gebaseerd op effecten van het ETS, (het Europese emissiehandelssysteem) wat compleet op zijn gat ligt. Ook de elektrische auto lijkt geen succes te worden, niet alleen door de beperkte actieradius maar ook omdat die te duur is. Vraag is ook of de toekomst wel is aan de elektrische auto. Wellicht wordt de auto  van de toekomst wel  de waterstofauto.
U kan nu denken dat ik pessimistisch ben, maar dat is niet het geval. De periode tot 2040 of 2050 is nog ongelooflijk lang. Als je dertig jaar geleden  contant geld wilde hebben moest je tussen tien en vijf uur naar een bankgebouw, dan moest je in de rij staan en als het niet je eigen  bank was moest je je kunnen legitimeren. Er waren geen mobiele telefoons, laat staan smart phones en de computer had nog maar net zijn intrede gedaan. In de komende jaren zullen de ontwikkelingen net zo weergaloos zijn. Het valt absoluut niet te bedenken hoe de stad eruit zal zien dan. Dat we nog gas verstoken is onwaarschijnlijk en dat trams en bussen dan nog  rijden, zoals CE stelt, is al helemaal niet realistisch. Maar hoe we ons wel  zullen verwarmen en verplaatsen is niet te voorspellen. De tijd zal het leren. Van belang is steeds weer om op het moment zelf in te springen op de meest veelbelovende technieken, om dat bij voorbaat niet onmogelijk te maken door ons vast te leggen op één techniek en om het doel van een klimaatneutrale stad steeds weer in het vizier te houden.

Begrippen
Beter zou het ook zijn om te spreken van een energie-neutrale stad. Dat is minder abstract en beter  meetbaar. Je komt niet in oneindig ingewikkelde meetissues terecht. De CO2-uitstoot van iemand uit Amsterdam die Den Haag bezoekt: telt die mee bij Amsterdam of Den Haag? De CO2 van de vliegtuigen boven de stad tellen we die ook mee? Welke stroom neemt Den Haag af, die van het windmolenpark op de Noordzee of die van de kolencentrale op de Maasvlakte? Etc. Energieneutraliteit is beter uit te leggen en het is goed voor de portemonnee, want het vermindert de energielasten. De kans is groot dat de gemeente dan ook makkelijker de bevolking meekrijgt bij het beleid dat de gemeente op dit punt ontwikkelt.

Jurgen Sweegers


 

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn