Energiecoöperaties moeten na klap faillissement Trianel weer opnieuw beginnen. Hoe verder?

8 mei 2013 - Coöperaties hebben een flinke klap gehad door het faillissement van Trianel. Hoe verder?, is wat velen zich afvragen. We praten er over met Rolf Heynen Felix van Gemen, in café Dauphin in Amsterdam.

Pilot
Van Gemen was bezig om samen met Martijn Messing de VEC op te zetten. Die zou de backoffice gaan doen voor zo'n 25 energie-coöperaties. De eerste fase bestond uit een pilot, samen met Trianel. Aan allerlei voorwaarden moest voldaan worden voordat de VEC zou opschalen. Gedurende de pilot zou er een eigen contract- en klantadministratie worden ingericht. Een week voordat de programmeurs aan de slag zouden gaan ging Trianel failliet. Met het faillissement van Trianel werden energiecoöperaties voorzichtiger. Emotie speelde een rol. Ze werden bang voor financiële risico's.

Licht
Diverse coöperaties kozen voor de wederverkoper-constructie. Ze gingen stroom verkopen van bijvoorbeeld Greenchoice. De meeste coöperaties waar VEC mee samenwerkte hebben daar niet voor gekozen. Van Gemen gelooft niet in het model. De klanten betalen 200 euro meer dan ze zouden hoeven betalen en daarvan vloeit dan 50 euro naar de coöperatie. Als je als coöperatie extra inkomsten wilt hebben kun je die beter direct van de leden vragen. De energie kun je dan zo goedkoop mogelijk verkopen.

Trianel
In de pilot betaalden leden van Heuvelrug Energie bijvoorbeeld 50 euro. Daarnaast kregen ze een goedkoop energiecontract. Duidelijk werd gemaakt wat de opbouw van de energierekening was. Die bestond uit inkoopkosten, een toeslag voor de sourcing (aankoop van energie) en administratie door Trianel, een toeslag voor de eigen kosten en voor de Garanties van Oorsprong. Als Trianel afscheid zou nemen zou een deel van die kosten dus wegvallen. De ervaring van Van Gemen is dat de leden en de bestuurders van de coöperaties de transparantie waardeerden.

Idealen
Het model van de VEC was derhalve kostenoptimalisatie. Stroom en gas hoeven niet duurder te zijn omdat ze groen zijn. Dat kan vergeleken worden met het model van DE Unie, die nu in oprichting is. De Unie gaat vooral stroom en gas leveren, waar klanten wat meer voor betalen. Het uitgangspunt is winst maken op de levering om deze middelen vervolgens door de coöperatie aan te wenden. Follow the money. De VEC heeft zich nooit gericht op subsidiepotten maar heeft zich de vraag gesteld: wat heb ik als coöperatie nu echt nodig? Het is het eeuwige dilemma: 'Als je je idealen volgt dan verdien je weinig geld, en als je geld wilt verdienen dan verlies je je idealen.'

Deuntje
Veel coöperaties hebben de cruciale fout gemaakt dat ze teveel energiebedrijf wilde spelen. De gedachte van de coöperaties was dat ze geld zouden verdienen met het leveren van energie en dat daarmee duurzame projecten zouden konden worden gefinancierd. Maar dit concept is achterhaald. Er is geen enkel bedrijf, op Texel Energie na, dat break-even draait. Het concept van Trianel is achterhaald en de VEC moet ook niet gaan proberen om dat te kopiëren. Trianel floot maar één deuntje en iedereen liep daar achteraan. Dat heeft Van Gemen zelf ook gedaan, zo geeft hij ruiterlijk toe. Dan zat hij bij Trianel om dikke contracten te tekenen, terwijl hij nog maar net wist wat programma-verantwoordelijkheid was en nog maar net  een cursus reconciliatie achter de rug had.

Parade-paardjes
Energiecoöperaties hebben wellicht te snel willen opschalen. Ze hebben niet eerst voldoende de tijd genomen om vertrouwen te kweken in de eigen regio. De organisaties die dat wel hebben gedaan, zoals Texel Energie, profiteren nu van het fundament dat ze hebben gelegd. "Het denken in te grote stappen is verlammend." Er is een paradox. Juist in kleine gemeenschappen is de kans het grootst dat coöperaties wortel schieten. Hier is het 'sociaal kapitaa'l het grootst. Maar daar ontbreekt ook per definitie de kans om de organisatie flink op te schalen. In de steden is die kans groter, maar daar ontbreekt het sociaal kapitaal.

Mist
Ook een probleem is dat een aantal coöperaties zich verbonden heeft aan de parade-paardjes van de wethouder in de gemeente waarin ze actief zijn. Die wethouder wil dan persé een windmolen realiseren of iets dergelijks en het succes van de coöperaties staat of valt met het succes van dit project.Energiecoöperaties laten zich daarnaast makkelijk meeslepen door de organisaties met veel geld, zoals het Droomfonds van de Postcode-loterij, Qurrent, Hier opgewekt en de stichting Urgenda. Die creëren een hoop mist, met name doordat ze zaken veel te eenvoudig voorstellen en ze hoog opgeven van prestaties die feitelijk niet veel voorstellen.

Praatcultuur
Daarnaast is er teveel een praatcultuur. Er wordt heel wat af geouwehoerd; de meeste betrokkenen zijn met pensioen of zitten daar tegen aan en hebben tijd zat. Er is geen doe-cultuur. "Je kunt heel lang praten over dingen die niet kunnen, zonder dat je je realiseert dat ze niet kunnen." Een voorbeeld van hoe het wel moet is te vinden in Alkmaar. Een groepje mensen die verbonden waren aan een wijkvereniging is gaan kijken wat ze konden doen om de wijk te verduurzamen. Het meest voor de hand lag isolatie. Uiteindelijk heeft zo'n 25% meegedaan met het project. Coöperaties doen er goed aan op eenzelfde manier te gaan kijken wat er direct gedaan kan worden in de eigen regio. Hands-on, dus.

Vervolg: Energiecoöperaties 2): Terug naar de basis: bottom-up, advies geven achter de voordeur en vertrouwen winnen

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn