Factcheck 2: Leidt toenemend aandeel duurzame energie tot hogere of lagere kosten voor energiebedrijven?

23 april 2013 - Belangrijke vraag in het debat over saldering zijn: Leidt een toenemende aandeel lokaal opgewerkte stroom tot extra kosten bij energiebedrijven, ja of nee? En als het tot extra kosten leidt, waar bestaan die dan uit? Hier het antwoord van een aantal specialisten.

Olivier van der Burgt (Plugwise)
"Het net wordt op een andere manier belast dan vroeger. Ook het onderhoud moet daarop worden ingesteld. Het onderhoud vindt plaats op basis van stromen en belastingen. Het is niet zo simpel als: 'Dat net ligt er nu eenmaal en dat kan het allemaal wel aan'. Het gaat erom hoeveel gaat er over het net, op welk tijdstip en op welke manier. Er komen andere energiestromen. Niet iedereen weet dat dit door het net moet worden opgevangen. Bepaalde netten waren verouderd; die moesten sowieso worden aangepast. Die worden nu ingericht op de nieuwe krachten die er gaan spelen."
Belangrijkere factoren dan decentrale opwek bij beslissingen over investeringen zijn dan wellicht het toenemend stroomgebruik per huishouden en de trek naar de stad, zo zegt Van der Burgt.

Een collega van Van der Burgt geeft een aanvulling. Een toename van decentrale opwek leidt tot meer kosten om drie redenen:
1) Soms kunnen de netbeheerders een overschot niet kwijt. Dat zal dus met name zijn op plekken waar er op bepaalde tijdstippen heel veel tegelijkertijd wordt ingevoed terwijl het net daar nog niet op is uitgelegd, zoals bijvoorbeeld in het Westland een aantal jaren geleden.
2) Transportverlies: als er veel wordt opgewekt dan komt misschien maar 80% van wat er opgewekt wordt 'aan'. De opwekker krijgt echter wel 100% betaald; de netbeheerders zijn verantwoordelijk voor dat verschil
3) Er is meer stroom op het net en het komt op andere plekken, waardoor hier en daar het net verzwaard moet worden. Extra koper dus (dit lijkt toch erg op puntje 1).

Roelf Dijkstra van Enexis denkt dat extra kosten vooral zitten in aanpassing van de transformatorstations. Die kunnen weliswaar terugleveren, maar als er sprake is van veel stroomaanbod zouden die toch moeten worden aangepast. De capaciteit zou dan omhoog moeten.

Martijn Boelhouwer van Netbeheer Nederland bevestigt dit: als eerste zijn het mogelijk de transformatorstations die moeten worden aangepast. Er is recentelijk studie naar gedaan. Op de korte termijn verwachten de netbeheerders niet dat ze de handen uit de mouwen hoeven te steken. Op de middellange termijn moet er kritisch naar de lokale transformatorstations gekeken worden.

Die trafohuisjes moeten mogelijk een grotere capaciteit krijgen, zo stelt Boelhouwer. Ze zijn voor een bepaald volume gebouwd, met de gedachte dat ze stroom op een eenduidige en voorspelbare manier naar de afnemers zouden transformeren. Als op een zonnige dag ineens heel veel stroom afgevoerd moet worden in de omgekeerde richting dan moet die transformator meer aankunnen dan gedacht.
Volgens Boelhouwer kunnen wijken met veel energiezuinige woningen mogelijk toe met een lichter net dan wat er anders had moeten komen. De bewoners gebruiken immers minder energie. Dat is ook de reden dat de netbeheerders graag in een vroeg stadium willen weten hoe een nieuwbouwwijk eruit komt te zien.

Woordvoerder Carlo van der Borgt van Alliander zegt dat het net in de wijk Stad van de Zon in Heerhugowaard twee tot drie keer zo zwaar is uitgelegd, dan normaal. Over het algemeen gesproken worden netten nu zwaarder uitgelegd. Het heeft ook te maken met andere factoren dan decentrale opwek. Netbeheerders willen af van uitlopers. In plaats daarvan willen ze ringen, waarmee de kans op lange stroomonderbrekingen kleiner wordt. De lijnen van zo'n ring zijn dikker dan die van de uitlopers, die steeds dunner worden naarmate er minder huizen op zijn aangesloten. Dit heeft dus vooral met leveringszekerheid te maken, maar ook wel met duurzame invoeding. Want overal moet ook voldoende duurzame stroom kunnen worden ingevoed en worden afgevoerd.

Een ander punt zijn aanpassingen die nodig zijn bij onderhoud van het net, zo merkt Boelhouwer op. Dan worden er tijdelijk generators geplaatst om de stroomvoorziening te garanderen. Die generators moeten wel om kunnen gaan met de plotselinge invoeding van heel veel zonne-stroom, zo zegt Boelhouwer. Overigens, voor wie zich zorgen maakt om monteurs die aan de slag gaan in een wijk waar ook zonnepanelen zijn. Als de stroom er om één of andere reden uit ligt schakelen zonnepanelen zichzelf uit.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn