Mooiste amendement sinds mensenheugenis (van Jansen bij Warmtewet) is helaas niet aangenomen

6 februari 2013 - Het mooiste amendement sinds mensenheugenis is niet aangenomen. Dat is het amendement van Paulus Jansen, ingediend bij de behandeling van de Warmtewet en het had als doel de warmtebedrijven te splitsen in een netwerkdeel en een leveranciers/producentendeel. Zo'n splitsing zou dan precies naar analogie zijn van de splitsing zoals die is doorgevoerd in de gas- en elektriciteitssector.

Splitsing
Splitsing van warmtebedrijven is logisch. Dezelfde argumenten die gelden voor splitsing in de gas- en stroomsector gelden ook voor levering van warmte. Een warmtenet is een natuurlijk monopolie, net als een gas- en stroomnet, en dat zou daarom in handen moeten zijn van de overheid. Mensen met een aansluiting op een warmtenet kunnen niet weg. Bij een warmtenet geldt daarbij dat de leverancier vaak ook monopolist is. Er word vaak warmte ingevoed vanuit één centrale, die net als de leidingen in de grond in handen is van deze leverancier. Er is daarom ook iets te zeggen voor de stelling dat de gehele warmtebedrijven in handen van de overheid moeten zijn.

Insteek
Jansen had een iets andere insteek. Hij wil het warmtenet afsplitsen alleen in die gevallen dat er meerdere leveranciers zijn. Dat netwerk moet in onafhankelijke handen komen. De gedachte hierbij is dat anders de leverancier die eigenaar is van het net zichzelf bevoordeelt bij het geven van toegang tot het net. Dit was ook een van de argumenten voor de splitsing van energiebedrijven. Nuon, bijvoorbeeld, bevoordeelde vroeger de eigen leverancier bij het verschaffen van toegang tot het net van Nuon. Iedereen moest gelijk toegang krijgen tot de netten, en splitsing was daarvoor de beste waarborg.

Wel/niet te laat
De afsplitsing van de warmtenetten had geregeld moeten worden voordat de grote energiebedrijven verkocht worden. Nu is het eigenlijk te laat. Bij de verkoop van Nuon, Essent en de andere energiebedrijven zijn de warmtebedrijven mee verkocht. Grootmachten als RWE en Vattenfall zwaaien daarover nu de scepter. Het wordt dus juridisch lastig om hier nog een splitsing door te voeren. Bij Eneco en Delta, die nog wel in handen van de overheid zijn, zou het wel kunnen. Maar hier geldt dat het wellicht raadzaam is om heel het warmtebedrijf in overheidshanden te houden. En om ook te splitsen als er meer één leverancier is. Die kan namelijk ook de toegang tot het net voor nieuwkomers blokkeren.

Tegen
Een mooi amendement dus. Het is echter verworpen. Wie stemde tegen? Tegen stemden behalve PVV, VVD, CDA en PVDA. Terwijl deze laatste partijen toch wel voor splitsing van de gas- en stroomactiviteiten van de energiebedrijven waren. Die partijen hebben in ieder geval geen recht meer om straks als blijkt dat energiebedrijven misbruik hebben gemaakt van hun monopoliemacht naar de interruptiemicrofoon te lopen om de minister ter verantwoording te roepen.

Zo mooi
Omdat het amendement zo mooi is plaatsen we het hierbij in zijn geheel.  Het amendement is bijna een wet op zich. Dit is het echte parlementaire werk, in tegenstelling tot het opportunistisch geblaat van al die fractie-voorzitters waar de NOS en RTL4 ons mee dood gooien. 

Copyright © Geldengroen.net

 

Nr. 22 AMENDEMENT VAN HET LID PAULUS JANSEN

Ontvangen 30 januari 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel F, wordt in artikel 18, zesde lid, «14 en 17» vervangen door: 14, 17, 22, 22a, 22b, 22c, 22d en 22e.

II

Artikel I, onderdeel I, komt te luiden:

I

Hoofdstuk 6 komt te luiden:
HOOFDSTUK 6. ONTVLECHTING EN PUBLIEK EIGENDOM
Artikel 21

    1. Dit hoofdstuk is van toepassing op situaties waarin er sprake is van meerdere leveranciers op één warmtenet.

    2. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    a. netbeheerder:

        een vennootschap die op grond van artikel 22 is aangewezen voor het beheer van een of meer warmtenetten;
    b. enig recht:

        het recht om stemrechten uit te oefenen, de bevoegdheid om leden aan te wijzen van de Raad van Bestuur, de raad van toezicht of een rechtspersoon die het bedrijf juridisch vertegenwoordigt of het hebben van een meerderheidsaandeel;
    c. zeggenschap:

        rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of tezamen, met inachtneming van alle feitelijke of juridische omstandigheden, het mogelijk maken een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name:

            1°. eigendoms- of gebruiksrechten op alle vermogensbestanddelen van een onderneming of delen daarvan;

            2° rechten of overeenkomsten die een beslissende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming.

Artikel 22

    1. Degene aan wie een warmtenet toebehoort waarover meerdere leveranciers warmte leveren, wijst voor het beheer van dat warmtenet een of meer naamloze of besloten vennootschappen als netbeheerder aan.

    2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geldt voor een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de dag waarop Onze Minister heeft ingestemd met de aanwijzing op grond het derde lid.

    3. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming, indien niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Artikel 22a

    1. De netbeheerder beschikt over het eigendom van het door hem beheerde warmtenet.

    2. Bij gelegenheid van een aanwijzing als bedoeld in artikel 22 vindt voor zover nodig overdracht van de eigendom aan de aangewezen netbeheerder plaats.

    3. De overdracht geschiedt tegen verrichting van een tegenprestatie waarvan de waarde wordt bepaald door de boekwaarde van het warmtenet. Deze tegenprestatie kan zowel bestaan uit een periodieke uitkering als uit een contant bedrag ineens.

    4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld aan de overdracht.

Artikel 22b

    1. Natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen oefenen geen directe of indirecte zeggenschap of enig recht uit over een netbeheerder en, gelijktijdig, directe of indirecte zeggenschap over een rechtspersoon of vennootschap die warmte produceert, levert of daarin handelt.

    2. Natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen oefenen geen directe of indirecte zeggenschap uit over een netbeheerder en, gelijktijdig, directe of indirecte zeggenschap of enig recht over een rechtspersoon of vennootschap die warmte produceert, levert of daarin handelt.

Artikel 22c

    1. De eigendom van een warmtenet of rechten op een warmtenet berusten direct of indirect bij de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.

    2. De aandelen van een netbeheerder berusten direct of indirect bij de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.

    3. Onder indirect berusten als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verstaan dat de eigendom van een net of rechten op een net, dan wel aandelen in een netbeheerder, berusten bij een of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen of bij een rechtspersoon die een volledige dochtermaatschappij is van een of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.

Artikel 22d

    1. Een netbeheerder heeft tot taak te waarborgen dat het warmtenet kan voldoen aan een redelijke vraag naar het transport van warmte en hij heeft tot taak zijn warmtenet te beheren, te onderhouden en te ontwikkelen op een wijze die de veiligheid, betrouwbaarheid en doelmatigheid van zijn warmtenet waarborgt.

    2. Een netbeheerder heeft tot taak aan een leverancier die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde warmtenet transport van warmte uit te voeren, tenzij de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft dan wel in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij alle capaciteit beschikbaar stelt. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed.

    3. Een netbeheerder onthoudt zich van discriminatie tussen gebruikers of categorieën gebruikers van zijn warmtenet.

Artikel 22e

    1. Artikel 5 is van toepassing op de levering van warmte aan verbruikers.

    2. De tarieven die een netbeheerder berekent voor de diensten ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 22d, zijn transparant, vormen een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten en zijn niet discriminerend.

    3. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit keurt op verzoek van een leverancier de van kracht zijnde methode voor de berekening van de tarieven goed.

    4. De netbeheerder factureert en int de tarieven bij de leverancier.

III

In artikel I, onderdeel L, komt artikel 33, aanhef te luiden:

De Elektriciteitswet 1998 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 17, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

    e. het beheren van warmtenetten als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de Warmtewet.

B

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

IV

In artikel I, onderdeel L, komt artikel 34, aanhef te luiden:

De Gaswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 10b, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

    e. het beheren van warmtenetten als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de Warmtewet.

B

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

V

In artikel I, wordt na onderdeel R een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ra

Na artikel 44 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 44a

Netbeheerders die voor het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 6 niet voldoen aan de artikelen 22 tot en met 22e voldoen binnen twee jaar na dat tijdstip aan de betreffende artikelen.

Toelichting

Het amendement regelt – analoog aan de wettelijke regeling voor gas- en elektriciteitsnetten – het onafhankelijk netbeheer in situaties waarbij meerdere warmteleveranciers invoeden op eenzelfde netwerk, met inbegrip van – direct of indirect – publiek eigendom van het warmtenetwerk.

Hierdoor wordt voorkomen dat een eigenaar van het Warmtenetwerk misbruikt maakt van zijn natuurlijk monopolie en zichzelf als warmteleverancier bevoordeelt ten opzichte van andere warmteleveranciers.

In de situatie na de splitsing van netwerk en levering heeft de afnemer van warmte nog steeds uitsluitend te maken met het warmteleveringsbedrijf (leveranciersmodel, analoog aan de levering van elektriciteit en gas). De beheerder van het warmtenet factureert zijn kosten op basis van een transparant systeem (gelijke monniken gelijke kappen) aan de warmteleveringsbedrijven. Het NMDA-toezicht richt zich uitsluitend op de tarieven die door warmteleveringsbedrijven aan eindgebruikers in rekening gebracht worden.

Netwerken waarop meerdere leveranciers invoeden dienen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de wet (bestaande situaties) dan wel binnen twee jaar na het ontstaan van deze situatie tegen boekwaarde overgedragen te worden aan een onafhankelijk netbeheerder. Het ligt voor de hand dat dit de regionale netbeheerder voor gas- en elektriciteitsnetten in de betreffende regio is, maar dat is niet verplicht. Aan de procedure rond de overdracht kunnen bij AMvB nadere eisen gesteld worden.

Paulus Jansen

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn