Wetenschapper/moralist en politicus Rotmans probeert self-fulfilling prophecy op gang te brengen

17 oktober 2012 - We hebben niet zo veel met transitiemanagement. Een beetje een phoney wetenschap lijkt het ons. Alleen de naam al. Ook is niet duidelijk of mensen die zich bezig houden met transitiemanagement nu het management van transities in de werkelijkheid bestuderen, of dat ze zelf bezig zijn om die transities te managen, of allebei.

Alleskunner
Dé beoefenaar van de transitiemanagement in Nederland, Jan Rotmans, lijkt allebei te doen. Hij zal van zichzelf vinden dat als hij de werkelijkheid beschrijft, hij meent daar een transitie in te zien en hij wil ook dat deze transitie tot stand komt. Voor dat laatste zet hij zich met hart en ziel in. Rotmans is dus eigenlijk wetenschapper, moralist en politicus (of protagonist) tegelijkertijd. Dat maakt hem wel kwetsbaar. Want zijn politieke doelen en ambities om de samenleving te veranderen kunnen een objectieve kijk op de werkelijkheid in de weg staan. Aan de wetenschappelijke kwaliteit van het werk van Rotmans kan dan ook getwijfeld worden.

Bereid je voor
Rotmans wil dus dat de transitie tot stand komt. Daarbij helpt het als er in de werkelijkheid al tekenen zijn dat die transitie inderdaad zich aan het voordoen is. Op die manier kan hij zeggen: 'Bedrijven, mensen en politici: bereid je voor, er komen veranderingen aan.' En dat zegt hij ook. En als hij overtuigend genoeg is zullen die bedrijven zich ook gaan voorbereiden en komt de verandering inderdaad tot stand. Rotmans probeert dus eigenlijk een self-fulfilling prophecy op gang te brengen. De vraag is echter of de gebeurtenissen en de veranderingen die zich in de werkelijkheid voor doen echt de tekenen zijn dat er zich een transitie voordoet. Wij hebben daar onze twijfels bij.

Falsificatie
Het is een vraag die niet te beantwoorden is. Want behalve Rotmans zetten zich natuurlijk nog duizenden andere mensen voor die transitie naar een duurzame samenleving in. En daar is op zich ook niets op tegen natuurlijk: groepen mensen die zich inspannen om veranderingen in de maatschappij te bewerkstelligen. Dat is zelfs hartstikke goed. Als Rotmans weg zou vallen is de kans groot daardoor dat die transitie toch plaats vindt. Dus: als de transitie zich heeft voorgedaan kan niet vastgesteld worden of Rotmans gelijk had toen hij zei dat hij een transitie zag aankomen. Mogelijk dat het een self-fulfilling prophecy was. Alleen als de transitie niet van de grond komt, is overduidelijk dat Rotmans ongelijk had. Dan is zijn theorie gefalsificeerd. Probleem is dan nog wel hoe te bepalen of er zich al dan niet een transitie heeft voorgedaan.

Rollenspel
Nu kun je makkelijk afgeven op het feit dat Rotmans al die rollen met elkaar vermengt: die van wetenschapper die iets beschrijft, de moralist die een visie voor ogen heeft en de politicus die iets tot stand probeert te brengen. Zoals gezegd: de kans dat de waarde van zijn beschrijving van de werkelijkheid er onder lijdt is groot. Maar aan de andere kant is het ook weer niet heel erg. Het is eigenlijk wel goed dat wetenschappers midden in de samenleving staan en zich actief bemoeien met het beleid. Het is weer een beetje terug naar de all-round mensen die wetenschappers vroeger ook waren. Kijk naar Keynes en Marx: hoe die zich ook actief bezig hielden met politiek.

Door de mand
Eigenlijk hebben we wel genoeg van die dorre wetenschappers in hun ivoren torens die bezig zijn met hun nietszeggende theorietjes, waarvan de praktische waarde nul komma nul is. Ook de wetenschappers op financieel-economisch gebied zijn de laatste jaren 'uit de kast' gekomen en ze zijn zich gaan bemoeien met de euro-crisis, met name omdat journalisten ze steeds voor de camera blijven slepen. En dat is goed. Wetenschappers moeten hun best doen om relevant te zijn en dat mag ook wel gezien het geld dat de maatschappij ze betaalt. Degenen die dan poep praten, en dat zijn er heel wat, vallen op die manier door de mand terwijl ze, als ze in hun ivoren toren waren gebleven, waarschijnlijk jaren, zo niet decennia, ongestoord op kosten van ons de paljas hadden kunnen blijven uithangen.

Gevaar
En eigenlijk doet ondergetekende hier precies hetzelfde: beschrijving van de werkelijkheid combineren met statements over hoe het zou moeten in de toekomst. Dat is ook een expliciete keuze geweest. Niet alleen maar de journalist zijn die vanaf de zijlijn beschrijft, maar actief een positie innemen en zeggen waar het naar toe zou moeten gaan. En ook nog de daad bij het woord voegen door lid te worden van een politieke partij. Dus ik zou wel de laatste mogen zijn die Rotmans hier bekritiseert. Er is regelmatig kritiek op het feit dat journalisten altijd maar vanaf de zijlijn kritiek aan het spuien zijn, wat ze cynisch maakt.

Belastinggeld
Maar toch is daar altijd het gevaar dat de werkelijkheid teveel vervormd wordt door de positie die is ingenomen. Rotmans moet daar voor waken. Ik heb zelf altijd het gevoel dat het twee verschillende houdingen vereist: het maken van een soort objectief verslag aan de ene kant (een beschrijving van gebeurtenissen) en het schrijven van opinie-artikelen anderzijds. En ook kan men zich afvragen of Rotmans al die activiteiten mag ondernemen in de baas zijn tijd: in de tijd dat hij aan de universiteit werkzaam is, op kosten van de belastingbetaler dus. Politiek bedrijven zou eigenlijk niet op kosten van de belastingbetaler mogen gebeuren, omdat er heel wat belastingbetalers zijn die het niet met Rotmans eens zijn.

Ideeën-armoede
Maar toch, al met al respect voor Rotmans, die in zijn presentaties ook iets heeft waardoor hij mensen weet te raken. De x-factor zeg maar. En op mensen die een visie hebben moeten we sowieso zuinig zijn, helemaal als het gaat over energie. Daar is ideeën-armoede troef, met name bij de top van de grote energiebedrijven. Daarom hier een aantal goede passages uit zijn boek: 'In het oog van de orkaan'. De eerste twee hoofdstukken heeft hij vrij gegeven. We kunnen het niet méér met hem eens zijn. Zo, weer een statement.

"Veel (semi-)publieke stelsels verkeren in een systeemcrisis. Zij hebben hun wortels in de tweede helft van de vorige eeuw en functioneerden tot ver in de jaren 80 behoorlijk goed. Daarna werden steeds meer haarscheurtjes zichtbaar en trad toenemende spanning op tussen gebruikers, de samenleving en deze stelsels. De maatschappelijke stelsels konden niet meer leveren wat gebruikers en samenleving wensten. Het antwoord daarop was nooit een radicale systeemverandering,
maar hooguit aanpassingen van de bestaande systeemorde. Met als gevolg dat de hardnekkige problemen werden vergroot in plaats van opgelost. Stelsels als de gezondheidszorg, energievoorziening, bouwsector, ruimtelijke ordening, het voedselsysteem, maar ook het onderwijs en de sociale zekerheid worstelen alle met dezelfde soort hardnekkige problematiek. Elke pseudo-oplossing wordt binnen korte tijd onderdeel van het probleem en niet van de oplossing."

 

"Wat opvalt is dat in deze maatschappelijke stelsels verstard zijn en al heel lang werken met dezelfde regels, spelers en structuren. De verhoudingen tussen de betrokken partijen liggen goeddeels vast. Er is weinig ruimte voor radicale innovatie, slechts voor kleine aanpassingen op het bestaande die meer van hetzelfde brengen. Er wordt nog steeds gewerkt volgens de oude waarden: efficiëntie, economisch rendement, korte termijn. Economische belangen en waarden prevaleren boven maatschappelijke. De stelsels opereren vooral aanbodgericht in plaats van vraaggestuurd. Belangen van aanbieders wegen zwaarder dan van (eind)gebruikers. Werkelijke keuzevrijheid en medezeggenschap voor de (eind)gebruiker ontbreken. Het achterliggende actormodel is dat van de homo economicus en het bijbehorende sturingsmodel is dat van resultaatsturing. Door de toenemende verstarring zijn mens en systeem los van elkaar komen te staan. Daarmee is het systeem de menselijke maat ontstegen. We zien dat organisaties binnen die rigide (semi-)publieke stelsels worstelen met hun eigen rol en werkwijze: zorgbedrijven, woningcorporaties, vakbonden, energiebedrijven, scholen, etc. zijn allemaal op zoek naar een nieuwe rol vanuit een nieuwe identiteit."

 

"Een wezenlijk onderdeel van de transitie is een machtswisseling. Dat vereist een herijking van het maatschappelijk middenveld in Nederland. Dit dateert grotendeels uit de tijd van de verzuiling en is nu aan het afbrokkelen en vergruizen, met alle verlies aan macht en invloed van dien. Vakbeweging, milieuorganisaties, kerkgenootschappen, ontwikkelingsorganisaties, onderwijsorganisaties, productschappen, werkgeversverenigingen; ze proberen zich allemaal op een nieuwe leest te schoeien en krampachtig overeind te blijven. Het in stand houden van de eigen organisatie is daarmee een doel op zich geworden. De uitholling van dit middenveld voltrekt zich echter razendsnel. Weliswaar onder de radar voor veel mensen, maar vanuit een transitiebril duidelijk zichtbaar. In deze kantelfase van de transitie zal een heel andere maatschappelijke ordening ontstaan. Hierin is geen plaats meer voor de term ‘middenveld’, die al verwijst naar een zekere hiërarchische ordening. Op de ruïnes van bestaande instituties zullen nieuwe verrijzen. Nieuwe netwerken, niet hiërarchisch, maar plat en flexibel. Coöperaties, stichtingen, verenigingen, particuliere organisaties die nu nog inbreken in het gangbare, maar dadelijk onderdeel uitmaken van een nieuw maatschappelijk veld. De beweging van onderop zal uiteindelijk grotendeels opgaan in een nieuwe maatschappelijke ordening. Deze zal diverser, flexibeler en horizontaler zijn dan de bestaande ordening en daarmee beter aangepast aan de wensen en eisen van de huidige tijd. Politieke partijen erkennen dit nog onvoldoende. Zij klampen zich nog vast aan het oude bestel, maar voeren een achterhoedegevecht."  

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn