Energie en water: In de toekomst krijgen we geld als we gaan parkeren

27 juni 2012 - Parkeergarages zijn de energiecentrales van de toekomst. Dat is de stelling van Ad van Wijk, die sprak op het congres 'Energie en water schrijven toekomst', gehouden vorige week in Nieuwegein. Mensen zetten hun waterstofauto in de garage, waarna die samen met de andere auto's stroom gaat opwekken. Die stroom wordt vervolgens op het net gezet.

Parkeercentrale
Een auto heeft een vermogen van zo'n 100 kW. Stel dat er 500 auto's in de garage staan; dan heb je toch een energiecentrale van zo'n 50 MW, en die is met een rendement van 60% nog efficiënter ook dan een gemiddelde conventionele centrale (40%, dan wordt geen rekening gehouden met de productie van waterstof). Iemand die zijn auto naar de parkeergarage brengt zou dan geld krijgen voor het ter beschikking stellen van zijn auto voor zijn bijdrage aan de Nederlandse energievoorziening.

Waterstof
Van Wijk stelt voor om in eerste instantie ter plekke, dus in de parkeergarage, waterstof uit aardgas te gaan produceren. Het aardgasnet ligt nu toch al overal. Later kan waterstof worden geproduceerd met behulp van duurzame elektriciteit uit wind en zon. Dat klinkt omslachtig: van duurzame stroom, naar waterstof, en dan weer naar stroom voor het openbare net. Maar de productie van stroom uit zon en wind fluctueert natuurlijk sterk en met behulp van waterstof kan die stroom als het ware opgeslagen worden. De productie van stroom in de parkeergarage zelf kan vervolgens afgestemd worden op de vraag.

Productie aan huis
De plek waar de auto's van de toekomst energiecentrale staan te zijn, hoeft natuurlijk niet beperkt te zijn tot parkeergarages. Ook thuis kan de stekker ingeplugd worden. Er zijn al autofabrikanten die bij hun waterstof-auto een installatie meeleveren om waterstof zelf te kunnen produceren. Van Wijk noemt de producenten Hyundai, Mercedes en Honda. Zoals Van Wijk al vaker heeft voorgerekend: elk jaar kopen we zo'n 500.000 nieuwe auto's. In totaal kopen we dus 50 GW aan nieuw vermogen elk jaar. Dat is bijna twee keer zo veel als de totale bestaande productiecapaciteit in Nederland. Die is ongeveer 26 GW.

Er is geen energieprobleem
Van Wijk was voorheen bestuurder van E-concern en is nu tijdelijk hoogleraar aan de TU Delft. Hij draagt zijn visie uit op vele congressen, zoals vorige week woensdag in Nieuwegein. Zijn uitgangspunt is dat er genoeg energie is op aarde. De hoeveelheid energie die de zon in een uur levert is genoeg voor het verbruik in de wereld van een jaar. Energie uit wind, zon en biomassa schaart hij allemaal onder zonne-energie. De enige twee andere duurzame bronnen zijn getijde-energie (maan) en aardwarmte (radioactief verval).  Er is dan ook geen energie-probleem, zo zegt Van Wijk. Het probleem is dat de duurzame energie te verspreid is en dat die 'gewonnen' moet worden daar waar er vraag naar is. Dat kost ruimte. Het voordeel van een vaatje olie is dat de energie geconcentreerd is en overal mee naar toe gesleept kan worden.

Deurbel
Zijn bekendste voorbeeld is dat van de deurbel. Die hangt daar maar naast de deur heel het jaar stroom te verbruiken omdat er een transformator aan vast zit, terwijl er maar af en toe op gedrukt wordt. Het verbruik is zo'n 50 kWh per jaar. Om alle deurbellen in Europa te laten werken staan er dag en nacht twee kolencentrales te draaien. Waar het om gaat is het verzinnen van een slimme oplossing. Bijvoorbeeld een zonnecelletje op iedere deurbel die maakt dat de transformator aan gaat als iemand op de bel drukt. Op die manier zetten we nieuwe technologie in om energie te besparen.

Afstand als verspiller
Van Wijk had ook nog interessante opmerkingen over Led-verlichting. Die wordt vaak als zwak ervaren. Zo heeft de gemeente Den Haag zoveel extra lantaarnpalen op de Scheveningse Boulevard gezet, bij de vervanging van de gewone door Led-verlichting, dat het besparingsvoordeel geheel verloren gaat. De fout die gemaakt wordt is volgens Van Wijk dat de verlichting zo hoog, in een lantaarnpaal, wordt aangebracht. Daar is geen reden toe. Led-verlichting kan beter laag worden aangebracht, in het wegdek, een afscheiding of een vangrail. Van Wijk laat foto's zien van tafels en banken waarin Led-verlichting is aangebracht. "De afstand is de grootste verspilling."  We denken dat we slechter zien met Led-verlichting, maar dat schijnt niet zo te zijn. "Led-verlichting voldoet niet aan de norm, maar dat komt omdat de norm niet klopt." En het hoeft ook niet onveiliger aan te voelen; er zijn geen schaduwen en dat wordt als veiliger ervaren, zo merkte een deelnemer aan het congres op.

Verscholen achter de meter
Interessante gedachte ook van Van Wijk: Als we het hebben over 'achter de meter' hebben we het over de energie-installatie in huis. Dat is geheel vanuit het standpunt van de energiebedrijven bekeken: voor hen zitten we achter de meter. Tijd om dat te veranderen.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn