Geothermie: slechts in een beperkt aantal gevallen een rendabele duurzame energiebron

9 juni 2012 - Steeds duidelijk wordt dat geothermie ook niet de oplossing biedt voor het energievraagstuk die het in eerste instantie leek te bieden. Er zijn veel nadelen. Slechts in een beperkt aantal gevallen lijkt verduurzaming van de energievoorziening door het slaan van een diepe warmtebron zinvol. Hier een overzicht van de nadelen, en van situaties waarin geothermie zinvol kan zijn.

Nadelen:

Kost veel
1) De boring op zich is al duur en risicovol. Niet zeker is of er warm water omhoog komt. Ook de bijvangst van olie of gas is een financieel risico. Als dat omhoog komt, zoals bij alle recente boringen in Nederland, moet een installatie worden gebouwd om het gas of de olie af te kunnen vangen, en die brandstoffen moeten ook weer op een veilige manier worden afgevoerd. Deze 'bijvangst' brengt ook fysieke risico's met zich mee, met name bij het boren zelf. Een nieuwe boring midden in een stedelijk gebied, zoals de boring in Den Haag, ligt als gevolg hiervan niet meer voor de hand ligt. De grootste kostenpost is echter het warmtenet dat er achter komt te liggen; de pijpen in de grond dus.

Uitsluitsel
2) Op het moment dat een warmtenet is aangelegd, worden alternatieve vormen van duurzame energie in die wijk voor de komende dertig of veertig jaar uitgesloten.

Nieuwbouw
3) Nieuwe woningen zijn eigenlijk te goed geïsoleerd om de aanleg van een warmtenet te rechtvaardigen. Er is, als het goed is, nauwelijks nog warmte nodig, terwijl de capaciteit van een warmtebron in vergelijking daarmee gigantisch is. Dit aspect zal in de toekomst alleen nog maar belangrijker worden, aangezien energie-eisen aan woningen worden aangescherpt. Er moeten dus echt heel veel nieuwe woningen aangelegd worden wil de investering zich terug verdienen.

Woningmarkt
4) Maar: de woningmarkt ligt op zijn gat. Er worden geen nieuwe woningen meer gebouwd en dat is ook goed. Want er is in de afgelopen jaren al veel te veel gebouwd.
In tegenstelling tot wat veel mensen lijken te denken zal de woningmarkt waarschijnlijk ook niet snel meer aantrekken, en helemaal niet in 'de provincie', de gebieden rondom de Randstad. De economie zal waarschijnlijk de komende tien jaar blijven kwakkelen, en de bevolking zal niet veel of nauwelijks meer groeien. In sommige gebieden gaat die krimpen. Wellicht dat die in de Randstad nog wat zal groeien, maar ook dat zal tegenvallen. Steden als Rotterdam, Den Haag en Amsterdam hebben namelijk in tegenstelling wat ze zelf lijken te denken, helemaal niet zo'n aantrekkelijk leefklimaat. Voor de hand ligt dat mensen uit de Randstad weer meer naar de provincie zullen trekken, wat dan ook meteen maakt dat het met de krimp van de bevolking in zogenaamde krimpregio's ook wel weer mee zal gaan vallen.
Daarnaast is het zo dat renovatie veel  duurzamer is dan nieuwbouw. Dus als er een behoefte is aan kwalitatief betere woningen zou beter gekozen kunnen worden voor renovatie van bestaande woningen. De opmerking van Gerri Eickhof, recentelijk in het staatsjournaal, dat heel de woningmarkt vastloopt en dat mensen hun woonsituatie niet meer kunnen verbeteren als er niet meer nieuwe woningen worden gebouwd slaat dan ook helemaal nergens op. Renovatie van bestaande bouw heeft bovendien als voordeel dat de architectonische kwaliteiten van de stad behouden blijven. De oude karakteristieke gevels blijven behouden en die zijn vaak mooi, want vroeger hadden ze meer verstand van schoonheid dan nu, als je het mij vraagt.

Isolatie
5) Woningen zullen bij renovatie goed geïsoleerd worden, zodat die ook minder warmte-vraag zullen hebben. Toch komen die gerenoveerde oude woningen nog wel het meest in aanmerking voor de aansluiting op een warmtenet, helemaal omdat die meestal in handen zijn van een woningbouwvereniging. De investeringsbeslissing voor de aanpak van een hele wijk ligt dan in handen van één of enkele woningbouwcorporaties.

Te koud
6) Bestaande woningen zijn niet zo geschikt voor een aardwarmte-net omdat die veelal hoogtemperatuur-verwarming hebben. Ofwel: er hangt op zolder een ketel, die water van 90 graden aanvoert naar de kamers in huis. De grootte van de radiotoren is afgestemd op die 90 graden. Het water van bestaande geothermie-bronnen is echter zo'n 70 graden, te koud dus. Dat wil zeggen dat eigenaren van bestaande woningen hun hele verwarmingsinstallatie in huis zullen moeten gaan ombouwen, als ze warmte van een warmtenet willen gaan betrekken. Ze zullen vloerverwarming moeten gaan aanleggen. Dit zal duur zijn. In sommige gevallen zal de capaciteit van de radiatoren wellicht wel genoeg zijn.

Teveel gehak
7) De kosten van de aanpassingen van de installatie in huis is één ding; de kosten van de aanleg van het warmtenet in een bestaande wijk is een ander. De kosten van de aanleg van een warmtenet in een nieuwe wijk zijn al groot; in een bestaande wijk zijn die gigantisch. Alle straten moeten open worden gebroken en van de hoofdleiding in de straat moet naar elk huis een leiding worden getrokken. Alle tuintjes moeten open en er moet gehakt worden in de voorgevel. Eigenlijk zeggen we hiermee: de aanleg van een warmtenet in een bestaande wijk met veel particuliere woningen is onmogelijk. Gaat gewoon niet gebeuren, klaar. De gedachte van Hein Twickler, die donderdag bij de opening van de aardwamte-centrale in Den Haag pleitte voor de aanleg van een warmtenet in het Statenkwartier in Den Haag zal dan ook een droom blijken te zijn.

Kwade reuk
8) Daarnaast zullen waarschijnlijk weinig particuliere eigenaren er voor te porren zijn om zich aan te laten sluiten op een warmtenet. Als ze daar voor kiezen dan zitten ze er immers de komende dertig/veertig jaar of zo aan vast. Zo'n aansluiting zal waarschijnlijk ook een belemmerende factor zijn bij een eventuele verkoop van het huis.
Niet alleen zouden die mensen zich in sluiten door te kiezen voor voor een bepaalde technologie, maar ze zitten ook vast aan één en dezelfde partij voor al die jaren. Die partije is bovendien een monopolist, die ook nog eens niet gereguleerd is. De Warmtewet, die als doel had om deze monopolisten in de tang te houden, is nog steeds niet behandeld in het Parlement, en zal trouwens ook niet heel effectief zijn in het beteugelen van de macht van de monopolisten; het is een Kafkaiaans broddelwerkje. De onvrede over de houding van exploitanten van warmtenetten, zoals Eneco in de wijk Ypenburg, is dan ook groot. Warmtenetten zijn in een negatief daglicht komen te staan.
Vaak wordt tegenwoordige gezegd, door voorstanders van warmtenetten: 'Maar mensen met een ketel op zolder zitten toch ook vast aan het gasnet?' Dat is waar. Maar er zijn verschillen. Er is hier een scheiding tussen de eigenaar van de infrastructuur en de leverancier. De eigenaar (netbeheerder) is ook een monopolist, maar hij is wel in handen van lokale overheden, en hij staat ook nog eens onder streng toezicht van de NMA. Voor de levering zelf is de leverancier verantwoordelijk, en hier is er keuze-vrijheid voor burgers en bedrijven. Bij warmtelevering daarentegen is levering en netbeheer in één hand en dat is vaak ook nog een private hand ook (Vattenfall, RWE). Daarnaast kan een huiseigenaar met een aansluiting op een gasnet makkelijker overstappen op bijvoorbeeld warmtepompen, of welke technieken dan ook in de toekomst, dan iemand die een aansluiting heeft op een warmtenet.
Kortom; de aanleg van warmtenetten in bestaande wijken met laagbouw gaat hem niet worden. Vraag is vervolgens hoe lang de nieuwbouwwijken die vanaf, zeg, de jaren zeventig tot nu, gebouwd zijn meegaan? Stel vijftig jaar. Over tien jaar zullen dan de eerste oude wijken worden afgebroken en vervangen worden door nieuwe wijken, wat de aanleg van een warmtenet mogelijk zou maken. Maar dan komen we dus weer op het verhaal van de nieuwbouw. Mogelijk zijn er dan ook veel andere duurzame, individuele technieken beschikbaar, nog naast de technieken die nu al beschikbaar zijn (zoals warmtepompen, zonneboilers). Daarnaast is het mogelijk dat de relatief goede huizen uit de jaren tachtig en later nog veel langer meer gaan.

Uit de tijd
9) Daarnaast zijn grote collectieve systemen, zoals warmtenetten, sowieso eigenlijk uit de tijd. Deze tijd is er één van decentralisatie. Mensen willen waarschijnlijk in toenemende mate voor hun energievoorziening onafhankelijk zijn van de grote onpersoonlijke energiebedrijven, en zelf op allerlei manieren duurzame energie gaan opwekken en verkopen. Die energie zullen ze dan gaan verkopen, wellicht vanachter hun PC, en ze zullen kopen wat ze nog nodig hebben. Warmtenetten zijn in andere woorden eigenlijk gewoon niet meer van deze tijd.

Waar dan wel:

Oude corporatie-buurten
De plekken die zich nog het meest lenen voor de aanleg van warmtenetten zijn dan wijken waar veel wat oudere flats en appartementencomplexen van woningbouw-verenigingen staan; gebouwen die in de komende jaren gerenoveerd zullen moeten worden, voor zover ze de moeite van het behouden waard zijn. Maar het ligt ook weer niet voor de hand om juist in deze relatief povere buurten zoveel geld in warmtenetten te gaan investeren.

Tuinders en energieslurpers
Verder lijkt geothermie interessant te zijn voor gebieden met veel kantorenbouw en voor tuinders die toevallig naast een aantal publieke gebouwen zitten (met name zwembaden lijken interessant te zijn). Daarnaast zullen grote energie-intensieve bedrijven als papierfabrikanten hun energievraag wellicht goed met een geothermische bron kunnen dekken. Zoals in Renkum, waar papierfabrikant Parenco aan de slag gaat met deze techniek.

Bedrijventerreinen
Mogelijk dat geothermische bronnen ook geschikt zijn voor de verwarming van gebouwen op een bestaand groot industrieterrein. Hier is volgens mij nog weinig aandacht voor geweest. De gemeenten, of andere initiatiefnemers, zullen de bedrijven op zo'n terrein dan lang van te voren op de hoogte moeten stellen dat er een warmtenet wordt aangelegd en dat aansluiting op het warmtenet een optie is. Ze kunnen daar dan rekening mee houden, zodat ze niet net hun installatie vervangen hebben als het warmtenet klaar is. Verder lenen nieuwe industrie-terreinen/bedrijventerreinen zich wellicht voor de aanleg van een warmtenet, maar die zullen er voorlopig ook niet zo veel meer komen. In al die gevallen, waar er enkele grote afnemers zijn, hoeft niet zo'n uitgebreid warmtenet aangelegd te worden, waarmee de investering behapbaarder wordt.

Conclusie
Kortom: geothermie is niet de panacee voor alles. Er zal steeds heel nauwkeurig moeten worden gekeken of geothermie in bepaalde situatie de meest geschikte vorm van verduurzaming van de energievoorziening is. Het lijkt inderdaad zinvol om dieper te gaan boren dan tot nog toe is gedaan, omdat dan water van een hogere temperatuur tevoorschijn komt. Hiermee kunnen bestaande gebouwen dan beter verwarmd worden. Er is nu inderdaad een beweging gaande om dieper te gaan boren. Er zijn nu plannen om dat in Den Haag, in het Westland en in Renkum te gaan doen. De plannen worden dan ook vaak gerechtvaardigd met de optie die dat biedt om stroom op te gaan wekken (waar je vaak hete stoom voor nodig hebt). Dat is een mogelijkheid, maar het gevolg hiervan is dat we toch weer bezig zijn met verduurzaming van de stroomvoorziening, terwijl juist verduurzaming van de warmte-vraag de meeste klimaatwinst oplevert voor de komende decennia.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn