Zeven kenmerken van groen ondernemen

5 juni 2012 - Het ondernemen van de toekomst zal groen ondernemen zijn, zo verwacht Ivo Bonajo van de Groene Zaak, een belangenvereniging van bedrijven die koploper op het gebied van duurzaam ondernemen willen zijn. Hij somde een aantal kenmerken op van dit groen ondernemen, tijdens het congres Rio aan de Maas, dat vorige week in Rotterdam werd gehouden. Het is een mooie bloemlezing van hoe groen ondernemen eruit ziet, en dus ook van wat de trends in de nabije toekomst naar alle waarschijnlijkheid zullen zijn.

1) Een groene ondernemer is een "goede buur", één van de partners binnen het ecosysteem
De groene ondernemer houdt rekening met de omgeving en neemt kennis van wat er in de omgeving gebeurt, in tegenstelling tot de ondernemingen van het verleden. Ondernemingen in de toekomst zullen meer gericht zijn op samenwerking en op het delen van kennis met elkaar. Ze zullen bij elkaar willen zitten om van elkaar te leren, hoewel ze ook concurrenten zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de bedrijven in Silicon Valley. Een ander voorbeeld is SymbioCity, een duurzame stad in Zweden.
Er komt verder een beweging op gang naar een biobased economy. De agrarische sector en de chemiesector hebben elkaar nodig en groeien naar elkaar toe. Agrarische producten zullen als ingrediënten gaan dienen voor bioplastics.

2) Lokaal waar mogelijk, globaal waar nodig
De energievoorziening voor een industrieterrein bijvoorbeeld kan lokaal worden geregeld, door de bedrijven op dat terrein zelf. Een lager rendement dan wat de traditionele energiebedrijven wensen is dan mogelijk; bijvoorbeeld 3 of 4%, waarmee die bedrijven stukken goedkoper uit zijn. Een ander voorbeeld is BMW, dat de mogelijkheden onderzoek van car-sharing in wijken en door bewoners van appartementengebouwen.
Belangrijk is dan wel dat de wet- en regelgeving wordt aangepast. Die is nu nog teveel toegesneden op centrale productie van energie in grote centrales.

3) Circulair ontwerpen
Kantoormeubelen-fabrikant Ahrend kwam op een gegeven moment tot de conclusie dat het al 25 jaar recyclebare producten maakt, maar dat het de meubels nog nooit daadwerkelijk gerecycled had. Daar is nu een begin mee gemaakt.
Wat de circulaire economie zou kunnen bevorderen is een verschuiving van belasting op arbeid, naar grondstoffen. Op de website www.ex-tax.com is een beeldende uitwerking van dit idee te vinden. Opvallend is dat het huidige, inmiddels demissionaire, kabinet eigenlijk precies het tegenovergestelde heeft gedaan, door bijvoorbeeld de verpakkingsbelasting af te schaffen. Het is weer een voorbeeld van hoe onduurzaam het kabinet van VVD, PVV en CDA is geweest, ondanks alle mooie woorden en bombarie over de groene akkoorden (green deals) die zijn afgesloten.
Het kabinet had als doel om het aandeel recyclebaar materiaal te verhogen van 80 naar 83% maar omdat het meeste hiervan bouwafval betreft stelt dit niet veel voor, zo zegt Bonajo. Zinvoller zou het zijn om voor te schrijven dat een product, bijvoorbeeld een stoel, uit 20% recyclebaar materiaal moet bestaan.

4) Van product naar dienst
Zie punt 6

5) Anders innoveren
De nadruk ligt altijd op de harde, technologische, kant van innovatie. Toch wordt de mate van succes maar in 25% van de gevallen bepaald door deze harde kant. In 75% gaat het om de zachte, of sociale kant, zo zegt Bonajo. Deze observatie komt overeen met die van Jan Rotmans, en anderen, in een andere zaal, later op de dag. Zij zeiden dat de technologische kennis voor een omschakeling naar een duurzame samenleving voorhanden is, maar dat het institutionele belemmeringen zijn die de omschakeling ophouden. Zo is het volgens hen technisch mogelijk om alle huizen energie-neutraal te maken. Waarschijnlijk zijn er echter ook financiële belemmeringen.
Innovatie vindt in de toekomst niet meer plaats in grote afgezonderde R&D-afdelingen, maar overal in het bedrijf, geïntegreerd met de productie- en de marketingactiviteiten van het bedrijf. Wat dat betreft lijkt de recente beslissing van Danone om een groot onderzoekscentrum in Nederland op te zetten er eentje van het 'oude ondernemen' te zijn.

6) Van eigendom naar gebruik
De economie van de toekomst is volgens de voorvechters van duurzaam ondernemen niet langer gebaseerd op eigendom maar op gebruik. Mensen zullen minder de neiging hebben om alles te willen bezitten, zoals nu iedereen een eigen auto voor de deur wil hebben staan. Gedeeld eigendom zal meer geaccepteerd worden. Bedrijven als BMW bieden, in die visie, geen product meer aan (een auto), maar 'mobiliteitsdiensten'. Afhankelijk van de omstandigheden kan iemand dan een sportwagen huren, of een limousine, of een stadsautootje. Een ander voorbeeld is de boor. Mensen zullen het niet nodig vinden om zelf een boor aan te schaffen, die ze maar 20 minuten in het jaar nodig hebben.

(Van de zeven door Bonajo genoemde ontwikkelingen kunnen bij deze zesde ontwikkeling de meest vraagtekens gezet worden. De behoefte aan bezit, en de mogelijkheid die dat biedt voor mensen om zich te onderscheiden, lijken aangeboren menselijk eigenschappen te zijn.)

7) Financiering van bedrijfsactiviteiten wordt "verlengd en verbreed"
Meer dan nu zal bij de financiering naar de hele levensfase worden gekeken en niet slechts naar de aanschafwaarde. Duurzame producten kennen vaak lagere onderhoudskosten gedurende de levensduur; deze voordelen zouden naar het hier en nu moeten worden gehaald, zodat ze resulteren in aantrekkelijker financieel plaatje. Zo zouden banken makkelijker een bepaalde hypotheek kunnen verschaffen als ze weten dat de energiekosten van het huis waarvoor financiering wordt gezocht laag zijn. Crowd funding, waarbij onder grote groepen via een internetsite naar financiering voor een bepaald project wordt gezocht, zal ook steeds meer ingang vinden.

Wat wil de Groene Zaak?
1) Afschaffing van de korting op energiebelasting voor grootverbruikers van fossiele energie
2) Duurzaam inkopen op basis van de kosten over de gehele levensduur
3) Een verschuiving van belasting van (niet-schaarse) arbeid, naar (steeds schaarser wordende) grondstoffen.
4) Een groenregeling voor beleggen met specifieke garanties
5) Verruimen van de mogelijkheden voor zelflevering (toestemming van saldering voor de meter, waarbij de leden van een coöperatie de door die coöperatie opgewekte stroom mogen aftrekken van hun verbruik). Dan kunnen bijvoorbeeld VVE's echt aan de gang; nu komen projecten van VVE's nauwelijks van de grond.

Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn