ZOMER-ESSAY Het moet anders: mensen snakken naar oprechte politici, oprechte bedrijven en saamhorigheid

Zomer 2013 - Het gaat niet goed met Nederland. We liepen voorop in de wereld en in Europa maar dat doen we nu al lang niet meer. We dreigen de boot te missen. Dat komt met name omdat de verkeerde mensen aan het roer staan en omdat de ambtenarij veel te veel macht heeft. De huidige politieke partijen voldoen niet langer om het land een nieuwe toekomst binnen te leiden. Het moet daarom anders. Maar hoe? Hier een poging.

Vervreemding

Vervreemding is wellicht nog wel het belangrijkste kenmerk van deze tijd. Mensen zijn vervreemd van hun buren, van de bedrijven waar ze producten en diensten van af nemen en van de mensen door wie ze bestuurd worden, de  politici. We nemen producten af van grote, logge, monopoloïde bedrijven, omdat we in veel gevallen geen andere keus meer hebben. In de markt voor mobiele telefonie is het eigenlijk óf KPN, óf Vodafone; veel meer keuze is er niet. Ook in bijvoorbeeld de energiesector is er eigenlijk weinig meer te kiezen, hoewel het groot aantal namen van bedrijven anders doet vermoeden. Van hetzelfde laken een pak bij de keuze van een aanbieder van internet of TV-netten.

De bedrijven maken daarvan misbruik. Ze zijn arrogant geworden en behandelen klanten als melkkoeien. Zie de recente grote tariefsverhoging die KPN onlangs doorvoerde voor klanten van Digitenne. Bestuurders krijgen gigantische salarissen mee, zonder dat we er veel aan kunnen doen. De bestuurders zijn ver weg, we hebben geen grip meer op ze. We kunnen ze niet meer aan de schandpaal nagelen, en als we dat doen dan doet het ze niets. Ze leven in hun eigen wereld, in hun eigen villa-wijken, op hun eigen golfbanen. Niemand die ze nog fysiek aanvalt, want dat hebben we afgeleerd. En we kunnen ook niet meer massaal overstappen naar een andere bedrijf omdat de keuze zo beperkt is.

De vervreemding van onze eigen buurt zoals die zich heeft voorgedaan in de afgelopen decennia is een bekend verschijnsel. Veel mensen kennen hun buren niet meer, en zeggen zelfs dat ze er geen behoefte aan hebben om die te kennen. Waar vroeger de familie dichtbij woonde, waardoor er van nature een levendig buurtleven ontstond, woont familie nu vaak ver weg. Er is gelukkig wel heel duidelijk een trend om het tij te keren. Er zijn talrijke mensen die dit buurtgevoel weer terug willen hebben in hun buurt en weer moeite doen om hun buren te leren kennen. Ze gaan samen met buurtgenoten projecten opzetten, bijvoorbeeld op het gebied van energie-opwekking.

Politici

Politici zijn echt mijlenver van ons af komen te staan. We vertrouwen ze niet meer, onder meer door alle schandalen die zich in recente jaren hebben voorgedaan. De ene na de andere VVD-er blijkt corrupt te zijn. Niet alleen door de schandalen is de afstand gegroeid. Ook hun houding en gebrek aan capaciteiten zorgen daarvoor. De politici die nu aan het roer staan zijn evident niet in staat om ons land op het goede pad te krijgen. Daarnaast beloven ze van alles, zonder dat ze die beloftes nakomen. En dat laatste is niet onmacht. Politici weten al op het moment dat de belofte gemaakt wordt dat ze die niet na kunnen komen, zoals Rutte al wist dat hij mensen nooit 1000 euro belastingkorting zou geven, iets wat hij beloofde tijdens de recente verkiezingscampagne. Het is dus simpelweg liegen en mensen voor de gek houden.

Schizofrenie

Er is in toenemende mate een verschil tussen de echte strategie en standpunten van een partij of een partijleider en de strategie zoals die naar buiten gebracht wordt. Men is heel druk bezig om een imago op te bouwen. Hetzelfde geldt voor bedrijven. Vroeger werd nog geprobeerd om te handelen naar het imago zoals dat neergezet werd. Weet u nog: een imago moest men waarmaken anders zou men door de mand vallen. Nu is dat niet meer het geval. In plaats van naar het imago te handelen probeert met nu het laakbare handelen zoveel mogelijk te verbergen, om zo niet door de mand te vallen.

Bedrijven en organisaties hebben zichzelf wijsgemaakt dat ze alles kunnen maken, zolang ze het stiekem doen en zolang ze maar bouwen aan een positief imago.  Bestuurders gaan nu daarom uit van een verschil tussen de publieke werkelijkheid en de echte werkelijkheid alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Zie hier een artikel over het verschil tussen de 'echte wereld' en de wereld van de persberichten. Het maakt dat bedrijven en organisaties in toenemende mate schizofreen zijn. Lief en maatschappelijk verantwoord aan de buitenkant, maar keihard en immoreel aan de binnenkant.

Zie Eneco, dat publiekelijk zegt een heel groen bedrijf te zijn maar dat rechtszaken voert om meer CO2-uitstootrechten voor de gasgestookte centrale op de Maasvlakte binnen te krijgen en dat tevens bezig is om Greenchoice kapot te maken. Zie ook de energie-netbeheerders die allerlei persberichten uitbrengen over leuke projecten voor de mensen maar die tevens consequent rechtszaken aanspannen tegen de ACM om hogere tarieven te kunnen opleggen aan diezelfde mensen. De schizofrenie is aanwezig niet alleen in de energiesector maar waarschijnlijk in de meeste sectoren, en dan met name in de sectoren waar veel mis gaat. Daar hebben marketeers die denken dat imago alles is het stevigste een voet aan de grond gekregen in de boardrooms. Ze denken dat het er niet toe doet wat men doet zolang het maar op de juiste manier geframed wordt.

Evolutie van het cynisme

In de financiële wereld is dit cynische het grootst. Daar is het zo'n beetje uitgevonden. Het doet er in die wereld niet toe wat je verkoopt, als het maar geld oplevert en als de bonussen er maar veilig mee worden gesteld. Banken ontwierpen producten waarvan ze wisten dat die sterk in het nadeel waren van de klanten en voor henzelf grote winst opleverden. Maar toch verkochten ze die aan hun klanten; let op het woordje 'klanten'. Ze koesterden hun klanten niet meer, ze zagen hen louter als een middel om de winst op een snelle manier op te krikken, om zo de bonus veilig te stellen. Mensen zagen de bank nog als een adviseur, maar die was in feite een afperser geworden. Waar de kwaliteit van producten soms zodanig is dat de klant niets aan het product heeft en dus zijn geld kwijt is, was het in de financiële wereld zo dat de klant vaak nog meer dan zijn ingelegde geld kwijt was.

De banken pasten gehaaide marketingtrucjes toe, waarna massa's mensen bezweken voor de verleiding van het grote geld. Het product was rot, maar de marketing van het product zorgde er voor dat het heel wat leek. Dat is wat je in steeds meer sectoren ziet. De kwaliteit van het product doet er steeds minder toe.
Een kleine evolutie van het bedrijfsleven zou als volgt kunnen luiden: Eerst maakten bedrijven goede producten, omdat zij die dat niet deden niet overleefden. Toen gingen ze aan marketing doen om de verkopen een extra impuls te geven. Daarna werd marketing de hoofdmoot en werden er daarnaast goede producten verkocht. Maar als de marketing sterk genoeg was deed de kwaliteit er niet meer zo toe, zo ondervonden de bedrijven. Waarna veel bedrijven minder aandacht gingen schenken aan die kwaliteit, die dan ook achteruit holde. Er is nog maar een handjevol bedrijven in Nederland waar kwaliteit nog echt hoog in het vaandel staat, waaronder bijvoorbeeld Van Bommel.

Gedraai van spindoctors

In de politiek heeft het verschijnsel 'spindoctor' een vergelijkbare verderfelijke invloed gehad op de oprechtheid van de boodschap die wordt verkondigd. Standpuntbepaling door een politieke partij vindt traditiegetrouw plaats tijdens de uitgebreide partijcongressen die zo'n twee keer per jaar worden gehouden. Moties en amendementen worden ingediend en daar mag iedereen die dat wil, zelfs boer Harms uit Surhuisterveen, zijn zegje over doen. Democratie op zijn best. Maar een beetje partijleider omringt zich tegenwoordig met spindoctors, die uit het niets zijn komen aanwaaien. En die hebben een buitenproportionele invloed op de opvatting van die leider. Als deze spindoctor denkt dat het goed is voor is voor het imago of het aantal stemmen bij de volgende verkiezingen verandert de leider als een blad aan een boom van mening, waarbij hij dan niet zelden ingaat tegen de opvatting zoals die was neergelegd door het congres.

Vaak of altijd hebben die spindoctors het bij het verkeerde eind en had de partij er goed aan gedaan gewoon bij het oorspronkelijke standpunt te blijven. Dat standpunt is vaak een redelijk genuanceerd standpunt, want het is na uitgebreide discussie in de partij tot stand gekomen. Potentiële kiezers houden niet van het gedraai en bovendien vervreemdt de leiding daarmee de eigen leden van zichzelf. Die waren op het congres aanwezig en vragen zich vertwijfeld af waar de leider mee bezig is. Erger is het nog als de spindoctor iets recht proberen te praten wat krom is, zoals wanneer weer een prominent lid zich misdragen heeft of als er zich een ander schandaaltje voordoet. Steeds is de misplaatste gedachte dat het mogelijk is om recht te breien wat krom is en dat met marketing bereikt kan worden dat mensen denken hoe marketeers willen dat ze denken. Het is niet zo, in ieder geval niet gedurende een wat langere periode.

De kracht van intuïtie

Politici en bestuurders zijn derhalve in steeds mindere mate oprecht. Ze denken wellicht of ze hopen dat mensen dat niet door hebben, maar mensen hebben dat natuurlijk feilloos in de gaten. Iedereen weet dat een bedrijf als de NS niet deugt, wat ze er ook aan marketing en persvoorlichting tegenaan gooien. Als je de deuren van een kapotte trein niet opengooit bij extreme hitte of als de trein heel lang stil staat op een station, dan deug je niet. Mensen weten, voelen, ruiken aan alles dat er iets niet klopt; dat is een van de intuïtieve gaven waarover de mens beschikt. Ze keren zich af van de bedrijven en de partijen en dit is wat de vervreemding veroorzaakt: onoprechtheid in alles. De meeste Nederlanders snakken volgens mij weer naar oprechte bedrijven die het echt goed voorhebben met de klant omdat ze beseffen dat dit op lange termijn tot voordeel strekt van beide partijen. En Nederlanders snakken naar leiders die oprecht het goede met de mens voorhebben, zonder naïef idealistisch te zijn.

Meewaaien met de wind

Je zou denken dat de komst van wat jongere leiders als Diederik Samsom en Mark Rutte een zuiverende werking zou hebben op de cultuur in de politiek. Maar er is niets veranderd. De nieuwkomers moeten zich blijkbaar helemaal aanpassen aan de heersende partijcultuur willen ze 'hogerop' komen. Ze eigenen zich die cultuur toe en als ze aan de top staan moeten ze zich volgens de cultuur blijven gedragen om in het zadel  te blijven. De vakbonden en oude betonsocialisten staan klaar om Samsom neer te sabelen bij het minste of geringste wat hij fout doet. Het probleem is dus niet zozeer de individuen maar de cultuur. Het is een cultuur van meedraaien en meewaaien met alle winden. Op het juiste moment de juiste positie kiezen, zodat je niet de mensen tegen het hoofd stoot die net wat meer macht hebben dan jij, of die in staat zijn om die macht te organiseren.

Je krijgt uiterst flexibele politici derhalve, die de ene dag nog voorstander zijn van het een, en de volgende dag van het voltrekt tegenovergestelde. Politici ook zonder visie en ruggengraat. Gerard Schouw van D66 stond een paar jaar geleden in de Eerste Kamer 's ochtends met verve de splitsing te verdedigen terwijl hij 's middags het tegenovergestelde verdedigde. (Zie hier). Ze leggen hun oor te luisteren naar iedereen in het algemeen en naar niemand in het bijzonder. Het gevolg is dat allerlei mode-opvattingen hun intrede doen en ook weer even snel verdwijnen. Het Binnenhof is soms net een kippenhok, waarin vrouwen parmantig rondscharrelen en iedereen maar wat in het rond kakelt. Op het gebied van energie was het ineens bon ton, onder de leden van alle partijen, zich af te zetten tegen exploitatiesubsidies voor duurzame energie en te pleiten voor innovatiesubsidies. Niemand die zich de vraag stelde of innovatie-subsidies wel werken; innovatie klonk sexy en iedereen had er derhalve ineens de mond van vol. Op tal van andere terreinen zijn er mode-opvattinkjes.

Het paradoxale feit doet zich voort dat politici aan de ene kant meer dan ooit luisteren naar wat er leeft in de samenleving maar op een of andere manier minder dan ooit doen wat in het belang is van die samenleving. Ze kunnen zich er blijkbaar niet meer boven stellen. Ze reageren op incidenten. Dan is er weer een zielige immigrant die uitgezet wordt; linkse partijtjes roepen 'och en wee' en de zoveelste immigrantendiscussie barst los. De leiders van de grote partijen zijn bang voor imagoschade en stemmenverlies en er wordt weer iets geregeld. Maar ze reageren op een paar schreeuwers die denken het morele gelijk aan hun zijde te hebben en niet op wat de meerderheid van de bevolking vindt. Er komt weer een regel, waarmee een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering in het leven wordt geroepen. De hele politieke goegemeente is dagen in de weer geweest met de situatie van één man of vrouw en de echte problemen zijn blijven liggen.

Visie

Om die problemen op te kunnen lossen is het van belang hoofdzaken en bijzaken te  onderscheiden. De politiek zou zich alleen met de hoofdlijnen moeten bezighouden. Een brede, goed doordachte visie is nodig en de ruggengraat om die visie te verdedigen. Politici moeten hun best doen om mensen te overtuigen van de waarde van hun plannen voor de lange termijn.  Natuurlijk kan het nodig zijn op den duur om plannen hier en daar bij te stellen, maar het begint met een visie, en niet met het gehengel naar de meest populaire opvatting of de opvatting die de huidige positie veilig stelt, wat nu zo in zwang is geraakt. Maar mensen met een visie komen nergens binnen de huidige politieke cultuur. Dat zijn eigenwijze betweters, die niet luisteren naar de wil van het volk.

Onnatuurlijke selectie

Het begint al met de kandidatenlijsten die worden opgesteld in de periode naar aanloop van nieuwe verkiezingen. Er spelen allerlei overwegingen een rol bij de selectie maar kwaliteit of het hebben van een visie lijken daar niet tussen te zitten. Allerlei mode-opvattinkjes spelen hier ook een rol, zoals de opvatting dat om en om een vrouw en een man op de lijst moeten staan. Ook allochtonen moeten en zullen een plekje op de lijst krijgen. Het is een dwingende morele gedachte die vanuit links de politiek is komen binnenwaaien en die nu het hele politieke spectrum heeft geïnfecteerd. Mensen in het land moeten al jaren niets meer hebben van positieve discriminatie en dat soort gekunstelde selectie. En terecht: want het heeft al voor veel ellende gezorgd, niet in de laatste plaats voor de partijen zelf; zie alle spookraadsleden waar nu het één en ander over te doen is. Geselecteerd moet worden op kwaliteit en nergens anders op. 

Mensen moeten volgens de huidige mores flexibel zijn en 'in het team passen' of aan het profiel voldoen. En er wordt gekeken naar uitstraling. Mensen worden op hoge plaatsen gezet omdat ze uitstraling hebben, zoals Mona Keijzer bij het CDA, en vervolgens presteren ze eigenlijk zo goed als niets meer en vallen ze soms zelfs expliciet door de mand. Mensen die hopeloos falen, omdat het politieke handwerk toch net even wat anders is dan er leuk uitzien en je sociaal profileren op de menselijke apenrots. Dat gebeurt constant, iedere verkiezing weer. Maar de besturen van de partijen leren er niets van. Ze zetten iedere keer opnieuw mensen vanuit het niets op hoge posities, louter en alleen omdat ze uitstraling hebben. Kritische mensen worden geweerd, want die kunnen lastig worden. Maar misschien zijn kritische mensen wel die mensen bij uitstek die een visie hebben en die geschikt zijn als lid van een controlerend orgaan als Tweede Kamer of gemeenteraad. Zonder een kritische blik is het sowieso lastig om een visie te ontwikkelen. Het is dezelfde flexibiliteitsneurose als in het bedrijfsleven die hier opgeld doet, reden voor het feit dat vrouwen tegenwoordig veel makkelijker aan de bak komen dan mannen en dat veel perfect gezonde jonge mannen nu langs de zijlijn staan of als ZZP-er wat aan het rommelen zijn. Alleen met voorkeurstemmen kan een goede kandidaat die ten onrechte laag op de lijst is gezet nog wel eens in de raad, Kamer of Staten terecht komen.

Fossielen

Natuur en milieu blijft een ondergeschoven kindje in alle partijen behalve Groenlinks, de PVDD en de CU. Veel partijen worden nog geregeerd door vijftigers/zestigers. Zij zijn geworteld in de politieke cultuur van de jaren zeventig/tachtig van de vorige eeuw: een cultuur van achterkamertjes en economische groei. De mensen uit die tijd, Elco Brinkman, Pieter van Geel, Marcel van Dam, Felix Rottenberg, Hans Wiegel, Annemarie Jorritsma, etc, hebben niets met natuur en milieu. Een groot deel heeft armoede meegemaakt en het vooruitgangsgeloof zit diep. 'Een land komt vooruit door te investeren en te bouwen, niet door zich te bekommeren om de bloempjes en de bijtjes', zo is hun uitgangspositie. Een groot deel van de vijftigers en zestigers heeft zich bovendien een levenlang afgezet tegen de milieubeweging. Nu ze meer tijd hebben en ze massaal op de fiets springen bij mooi weer krijgen ze wat meer oog voor de omgeving maar het vooruitgangsgeloof is er nog steeds niet echt weg te branden. Je kunt tegen Bernard Wientjes lullen wat je wilt over het milieu; hij heeft er niets mee en hij zal er nooit iets mee hebben. Omdat de partijbobo's er niets mee hebben zien ze ook niet hoe het onderwerp leeft en zijn ze in de veronderstelling dat ze er geen zetels mee kunnen halen. Hoewel ze zich constant afzetten tegen de PVV zijn ze bang dat ze kiezers aan deze anti-milieupartij zullen verliezen. Deze fossielen zullen eerst uit de partijen moeten verdwijnen voordat die partijen echt kunnen vernieuwen en een koers kunnen inslaan die meer van deze tijd is. En tegelijkertijd moeten de jongere generaties leren om de taal van deze oudgedienden te leren spreken. Zoals: het is noodzakelijk voor het vasthouden van economische groei op langere termijn dat de omslag naar een duurzame samenleving wordt gemaakt.

Uitgangspunten

Een visie is nodig derhalve. Die visie moet wat mij betreft rekening houden met een aantal basale waarheden:

1) De aardgasinkomsten raken op. Hierdoor dalen de staatsinkomsten in de toekomst structureel met zo'n tien  miljard euro per jaar.

2) De economische suprematie van landen in het Westen is voorbij. We worden aan alle kanten ingehaald door opkomende landen in Azië en elders. Dat komt met name omdat mensen gedisciplineerder en ambitieuzer zijn en omdat die landen op een meer centralistische manier worden aangestuurd. Als dan ook nog leiders met visie aan het hoofd komen te staan dan kan het snel gaan met zo'n land. Het gebrek aan politieke vrijheid lijkt tegenwoordig eerder positief dan negatief uit te pakken voor de economische ontwikkeling van het land. Wij in het Westen kunnen niet terug kunnen naar die centralistische aanpak en die politieke onvrijheid; die weg naar groei is derhalve voor ons afgesneden. We sussen onszelf nu nog in slaap met de gedachte dat wij goed zijn in het bedenken van creatieve oplossingen en zij vooral in het uitvoerend werk; als dat al waar is zal dit in de nabije toekomst zeer waarschijnlijk veranderen.

3) De overheidsinkomsten zullen derhalve blijven dalen; niet alleen vanwege de dalende aardgasinkomsten maar ook vanwege het achterblijven van de economie. De grondslag voor het heffen van belastingen zal achterblijven. Er zal blijvend, ieder jaar opnieuw, structureel bezuinigd moeten worden. Dit hoeft echter niet als een opgave gezien te worden. Het is een kans om de rol van de verstikkende overheid terug te dringen.

4) Het hebben van begrotingsevenwicht is voor de ontwikkeling van een land op lange termijn het  beste. De voordelen op korte termijn van het laten oplopen van het tekort, als er die al zijn, wegen niet op tegen de nadelen op lange termijn. Die nadelen zijn onder meer een hogere rente, hogere  rentelasten, een hoge inflatie en een permanente strijd om het opgelopen tekort terug te dringen. Daarbij leidt het eenmaal laten vieren van de teugels tot een persistente slonzigheid die het steeds lastiger maakt om de vereiste discipline op te brengen. Mede door de stijgende rentelasten zet dit een vicieuze cirkel van steeds grotere overheidstekorten in gang. Hoelang heeft Nederland er niet over gedaan om de gevolgen van de spilzucht van de kabinetten in de jaren zeventig ongedaan te maken?

5) Veel politici en allerlei economen en blogschrijvers hebben tegenwoordig de mond vol van het stimuleren van de economie, met name door het uitgeven van geld. Dit stimuleren van de economie is echter zo goed als onmogelijk. Beter kan heel het idee dat de economie gestimuleerd kan worden maar helemaal losgelaten worden. Economie is namelijk in essentie een subtiel samenkomen van de vraag van mensen naar bepaalde producten aan de ene kant en, aan de andere kant, het aanbieden van producten waar vraag naar is door ondernemers. Dit is een subtiele interactie, die niet te stimuleren is. Net zoals de overheid niet kan stimuleren dat mensen verliefd op elkaar raken. Een overheid (in casu: de ambtenaren) weet niet aan welke producten mensen behoefte hebben en heeft ook geen middel om daarachter te komen. Alleen ondernemers die lef hebben en die experimenteren komen daarachter, waarbij er af en toe ook ondernemers failliet gaan. Dat hoort er bij. De meeste politici die de mond vol hebben van het stimuleren van de economie, zoals onder meer Emile Roemer en Diederik Samsom, hebben geen flauw idee waar ze het over hebben; dat blijkt uit alles. Ze gebruiken de term alsof het een soort Haarlemmer olie is, een panacee voor alles. Laat ze eerst de General Theory van John Maynard Keynes eens lezen. Dan praten we verder.

6) De Nederlandse overheid functioneert op dit moment voor geen meter. Het ene project na het andere faalt, waarbij miljarden aan belastinggeld verloren gaan. Ook dit heeft waarschijnlijk voor een groot deel te maken met het selectiebeleid en met de heersende opvatting dat nieuwe medewerkers vooral flexibel moeten zijn en in het team moeten passen. Kritiek wordt niet meer op prijs gesteld en ambtenaren zelf gaan, om het leven voor zichzelf een beetje simpel te houden, met alles en iedereen akkoord.  Ook het feit dat falende ambtenaren niet ontslagen kunnen worden speelt waarschijnlijk een grote rol, alsmede de grote inteelt-factor, oftewel het ons-kent-ons wereldje. Een walgelijk voorbeeld hiervan is de terugkeer van Mariko Peters bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, een vrouw die eerder grote steken heeft laten vallen als ambtenaar op hetzelfde ministerie. Daarnaast wordt er in de semi-publieke overheid gegraaid dat het een lieve lust is.

7) Te grote inkomensverschillen ontwrichten een samenleving. Mensen kijken met afgunst en walging naar de hoge salarissen die betaald worden in het bedrijfsleven en naar het gegraai van de managers in de semi-publieke sector. Er ontstaan klassen, net als aan het begin van de industriële revolutie. Mensen voelen zich niet meer verbonden met elkaar en vormen derhalve geen 'samenleving' meer. Ze leven niet meer samen. Er ontstaat cynisme. Mensen gaan hun eigen belang voorop stellen: 'als zij halen wat er te halen valt ga ik dat ook doen en ga ik me ook niet meer inspannen voor de samenleving.' Te grote inkomensverschillen zijn derhalve moreel verwerpelijk. En hoge inkomens zijn helemaal verwerpelijk als degene die ze ontvangt daar geen noemenswaardige prestatie voor levert, zoals de recente bonus van bijna zes miljoen voor Jan Bennink, die nog maar sinds eind vorig jaar bij Douwe Egberts in dienst was. De overheid moet een wet opstellen die het mogelijk maakt deze bonussen geheel af te pakken.

8) De vrije markt is niet zaligmakend en bestaat alleen bij de gratie van goede regels en gezamenlijk gedragen waarden en normen. Voor zover de overheid de economie kan stimuleren is het door goede regels te stellen en door het gezamenlijke waarden- en normenpatroon te verstevigen. Het is dus niet vreemd om veel aandacht te schenken aan waarden en normen. Door links wordt daar ten onrechte nogal eens neerbuigend over gedaan. De kerk deed dat benadrukken van goed gedrag vroeger en met succes (ondanks de negatieve voorbeelden) maar nu de kerk voor de meeste mensen heeft afgedaan is er een leemte ontstaan. Mensen denken teveel dat alles maar moet kunnen. Ook goede regels en wetten zijn van belang. Die regels moeten voor alle ondernemingen gelden, groot en klein. Grote bedrijven mogen derhalve niet een onevenredige invloed hebben op die regels, wat in Nederland wel het geval is. De achterdeur van het ministerie van Economische Zaken staat voor bedrijven als Shell, Philips, Unilever en DSM altijd open, en bakken met subsidiegeld gaan daar deze multinationals, terwijl die deur voor kleine en middelgrote bedrijven potdicht zit.

9) Het tijdperk van de fossiele energie loopt ten einde, en daarmee ook de mogelijkheid om met fossiele energie flink veel geld te verdienen. In toenemende mate zal er afkeurend worden gekeken naar productie van stroom middels het in de brand steken van grondstoffen. We moeten nu overschakelen op nieuwe technieken om straks, over twintig jaar, als er echt geen geld meer te verdienen valt met fossiele energie, nog steeds een boterham te kunnen verdienen. Het milieu zal een blijvend thema zijn. Steeds duidelijker wordt dat we de aarde uitputten als we doorgaan zoals we bezig zijn en dat we hiermee uiteindelijk onszelf in de vingers zullen snijden.

10) Mensen in Nederland zullen meer en meer belang gaan hechten aan de kwaliteit van leven en aan de kwaliteit van hun omgeving. Ze zullen willen wonen in een groene, waterrijke omgeving en niet in een betonnen jungle. Veel ambtenaren en politici zien 'bouw' echter nog steeds als een teken van vooruitgang en ze zien het plaatsen van markante gebouwen als een middel om eeuwige roem te verwerven. Met de huidige leegstand is verder bouwen echter onverantwoord en ook aan nieuwbouwprojecten is geen behoefte meer. De bevolking in grote delen van Nederland krimpt en zelfs die in de Randstad zal naar alle waarschijnlijkheid gaan krimpen. Mensen zullen over tien of twintig jaar niet meer in de overvolle Randstad willen wonen. Beter kan nu ingezet worden op renovatie van bestaande woningen en gebouwen, waarvoor de relatief slechte woningen uit de jaren vijftig en zestig zich het eerst lenen. Renovatie is ook beter voor het milieu.

Decentralisatie

De Nederlandse overheid dijt uit als zelfrijzend bakmeel. Ambtenaren storten zich op steeds meer taken, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ze beseffen zich niet wat de nadelen van al die bemoeizucht zijn en wat het kost. Op tal van terreinen concurreren de activiteiten van de overheid met die van de markt en delft de markt het onderspit omdat ze niet tegen de kapitaalkrachtige overheid op kan. Zie bijvoorbeeld de markt voor nieuwsvoorziening, die op instorten staat door de alomtegenwoordigheid van de publieke omroep. De overheid is te groot geworden en dat leidt tot een groot gevoel van onbehagen bij veel mensen. Het gekanker op de overheid is derhalve niet van de lucht en terecht. Politici beseffen niet of onvoldoende dat de rekening van alles wat ze aan plannetjes bedenken terecht komt bij de inwoners van dit land, waarvan een groot deel al zucht en steunt onder alle lastenverzwaringen van de laatste tijd en mogelijk de gevolgen van werkloosheid. De lokale en landelijke overheden beseffen ook niet of onvoldoende dat ze echt teveel geld kunnen uitgeven, wat de ontwikkeling van een land of regio op lange termijn kan frustreren.

Een groot deel van de regels deugt niet meer en kan worden afgeschaft. Enkele nieuwe regels moeten er voor in de plaats komen. Veel meer dan nu zal aan mensen zelf moeten worden overgelaten. Decentralisatie dus. We kijken met zijn allen veel te vaak en veel te gauw naar de overheid als er zich een probleem voordoet. 'We betalen toch belasting, dus de overheid moet het maar oplossen'. Onzin natuurlijk. We betalen inderdaad genoeg belasting maar dat betekent niet dat de overheid alles maar moet oplossen. Want dan gaan we nog meer belasting betalen. Iemand die klaagt over onkruid op zijn stoep kan een schoffel ter hand nemen en het onkruid zelf gaan opruimen. Of hij zet samen met de buren iets op touw waardoor de stoep schoon wordt en blijft.

De overheid moet voornamelijk de regels van het spel ontwerpen. Oftewel: 'Wetgevende macht, houd je bij je leest!'. En verder moet de overheid zich beperken tot een paar nauw omschreven taken. De overheid moet zich beperken tot de collectieve sector, zoals Pim Fortuyn al zei. De Nederlandse staat moet een ministaat worden;  een staat die zich alleen bezighoudt met zorg, onderwijs, veiligheid en nog zo wat dingen. Het verzorgen van de nieuwsvoorziening en het leveren van kunst, cultuur en vermaak, om maar wat voorbeelden te noemen, zijn geen overheidstaken. Laat iedereen zorgen voor zijn eigen vermaak.  Dus alle subsidies aan dit soort activiteiten kunnen worden stopgezet. Onkruidbestrijding is niet noodzakelijkerwijs een taak van de overheid, net zomin als het volplempen van mooie pleintjes met kwatserige speeltoestellen, het subsidiëren van dakopbouwen of de renovatie van kunstgrasvelden van sportverenigingen, zoals in Den Haag gebeurt. Ook kan het mes worden gezet in projecten als hittestickers of wat voor betuttelende voorlichtingscampagne dan ook. Talrijke subsidies overal in het land kunnen worden stopgezet.

Paniekerige veiligheid

De overheid hoeft ook niet ieder leven wat er te redden valt in Nederland te redden. Het veiligheidsdenken is compleet doorgeschoten. Mensen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun daden en als ze onverantwoorde dingen doen dan moeten ze daar zelf de mogelijke gevolgen van ondervinden. Het is absurd dat we in onze drang naar spanning en vermaak steeds meer onze toevlucht nemen tot onverantwoorde activiteiten en dat de overheid vervolgens met trauma-helikopters, reddingsteams en wat dies meer zij al die mensen uit zee, van bergen of uit meren kan gaan plukken. Terrorisme-bestrijding is essentieel maar je kan doorschieten. De reactie van de overheid op ongelukken, incidenten en potentieel gevaar is ronduit paniekerig geworden, zoals wanneer stations worden ontruimd als iemand zijn koffer heeft laten staan, mensen verplicht geëvacueerd worden als het water in de rivier hoog komt te staan of als er een beetje asbest in een gebouw wordt gevonden. Als het water hoog komt te staan zijn het mensen zelf die bepalen of ze weggaan of niet. Het is absurd dat stranden tegenwoordig dag en nacht door politie en reddingsbrigades in de gaten worden gehouden, ook als er geen kip te doen is. What's next? Een reddingsteam op elke hoek van de straat? Het is niet zozeer dat het niet wenselijk is dat de overheid mensen redt, maar het kan gewoon niet meer op de schaal waarop het nu gebeurt, die ook nog groter en groter dreigt te worden; het is niet op te brengen uiteindelijk. We hebben het geld niet. De economische wetten schrijven voor dat de overheid moet gaan bezuinigen en zal moeten blijven bezuinigen.

Europa

Hetzelfde geldt voor de EU. Die zal zich moeten terugtrekken op een paar essentiële taken die alleen grensoverschrijdend kunnen worden opgepakt. Op dit moment is het Europese project volledig uit de hand gelopen met veel overbodige, superbureaucratische nepwetgeving, die maar één doel dient en dat is het vergroten van de macht van Brussel. De wetgeving is nep omdat die veelal van het type is: Een lidstaat of bedrijf of particulier moet ... tenzij hij kan aantonen dat... En dan volgt er een hele rits ontsnappingsclausules.
De EU is verder een grote herverdeler van geld geworden, van het noorden naar het zuiden. Dit is niet in het belang van Nederland. Veel politici hebben nog het idee dat Nederland deze geldtransfers kan dragen omdat we een 'rijk land' zijn, maar dat is dus niet meer zo. Nederland wordt armer en de financiële hulp zal grote gevolgen hebben voor de welvaart van onze kinderen en kleinkinderen. Het geld dat naar Griekenland, Portugal, Spanje en Italië gaat is echt geld; het is geen papieren exercitie, zoals Rutte en knuffeleconomen ons willen doen geloven. Het leidt echt tot vergroting van de staatsschuld en daarmee tot hogere rentelasten. De volgende generaties zullen zuchten onder de verplichtingen die nu door deze regeringen worden aangegaan. Daarnaast ondermijnt de steun de prikkel bij de zuidelijke staten om orde op zaken te stellen en om hun economieën structureel te hervormen. Daardoor blijft de rente voor onder meer Nederland hoger dan die zou moeten zijn. De steun is, behalve niet op te brengen op lange termijn, derhalve ook principieel onjuist.
Het lidmaatschap van de EU biedt voor Nederland momenteel dan ook meer nadelen dan voordelen en Nederland zou er waarschijnlijk baat bij hebben om de EU te verlaten. Deze optie moet serieus overwogen worden. Niet tot elke prijs hoeft Nederland lid te blijven van de EU. Ongelooflijk storend is dat politici als Alexander Pechtold mensen die moeite hebben met het EU-gedrocht wegzet als visieloos. Hij is het zelf die geen visie heeft op Europa want hij vindt alles goed, als het maar neerkomt op het overdragen van taken naar Brussel. De overdracht van soevereiniteit aan Brussel moet stoppen. De introductie van een nieuwe munt, samen met andere Noord-Europese landen, moet overwogen worden.
Het subsidiariteitsbeginsel moet weer in ere worden hersteld. Dat wil zeggen dat zaken zo laag mogelijk moeten worden geregeld. De Europese ideologie is gebaseerd op de misvattingen dat hoe meer er wordt samengewerkt in Europa hoe beter het is en dat samenwerking betekent dat regels zoveel mogelijk gelijkgeschakeld moeten worden voor heel de EU. 'Gelijkschakeling' is inderdaad het begrip dat hier van toepassing is: de regels moeten overal hetzelfde zijn. Als gevolg daarvan bemoeit Brussel zich met een steeds groter palet aan onderwerpen, waardoor de echte macht van de nationale en regionale parlementen uitgehold wordt. Dit is niet goed. Het vergroot de afstand tussen ons en de bestuurders, het leidt tot het ontstaan van een walgelijke bureaucratie met veel overbetaalde ambtenaren en protserige gebouwen in Brussel en tot een kluwen aan ondoorgrondelijke nepwetgeving die zich over steeds meer terreinen van ons leven uitstrekt. Deze wetgeving werkt verlammend voor de meesten van ons en is voordelig voor regeringen van machtige staten en voor bedrijven en organisaties die, in tegenstelling tot wij, de weg in Brussel goed kennen. Die laatste partijen weten ontsnappingsclausule op ontsnappingsclausule in de wetgeving in te breien.

De partijlozen

Er is, zoals het zich laat aanzien, een grote groep mensen tussen, zeg, twintig en vijftig jaar die er ongeveer hetzelfde over denkt. Deze mensen voelen zich niet niet meer thuis bij een van de gevestigde partijen. Iedere verkiezing weer is het een opgave uit te vogelen op welke partij te stemmen. Op weg naar de stembus wordt een keuze gemaakt tussen SP en CU, bij wijze van spreken. Er is heel sterk het gevoel dat de huidige partijen niet meer weten wat er echt leeft; hun ideologie en standpunten sluiten niet meer aan bij de belevingswereld van een groot deel van de bevolking. Het zijn mensen die de natuur en het milieu een warm hart toedragen, maar ze hebben tegelijkertijd niets met het linkse dat ze er bij partijen als Groenlinks en de PVDD gratis bij krijgen. Het zijn veelal ondernemende types, die geloven in de vrije markt en in de gedachte dat mensen zelf iets van hun leven moeten en kunnen maken. Zij zijn op zoek naar een partij die als groenrechts omschreven kan worden, hoewel het begrip rechts hier niet echt op zijn plaats is. Deze mensen zijn veelal sociaal bewogen terwijl het woordje rechts een kille bijsmaak van het verkeerde soort liberalisme met zich meebrengt.
Links en rechts zijn termen die niet meer voldoen. Ook termen als socialisme en liberalisme en alle varianten daarop zijn verouderd. Socialisme en Liberalisme zijn stromingen die in de negentiende eeuw ontstonden en die in de twintigste eeuw tot grote wasdom kwamen maar die nu hebben afgedaan. Het zijn anachronismen; ze ontstonden in een tijd van grote tegenstellingen op de werkvloer: die tussen arbeiders en kapitalisten. Die tegenstelling is er niet meer. Ondernemende mensen en mensen met pit vluchten weg uit de zielloze kantoorgebouwen van de overheid en grote multinationals. Dit is een tijd van ZZP-ers; mensen die het op één of andere manier zelf rooien en mensen die verder komen door te netwerken. Het valt echt op: er zijn hordes mensen in de bloei van hun leven die in de afgelopen jaren voor zichzelf begonnen zijn en die het hebben gehad met de bedrijfscultuur van corporate-Nederland. Er zit hier natuurlijk een relatie met het aanname-beleid van die grote bedrijven en aangenomen mag worden dat dit een van de oorzaken is voor het slecht functioneren van die grote bedrijven. Waarna ze uiteindelijk gered moeten worden door de overheid (SNS, ING, ABN) of in buitenlandse handen terecht komen (KPN).
Een groot deel van die ZZP-ers heeft zijn draai nog niet echt gevonden, is nog zoekende naar de vraag wat te doen om een goed belegde boterham te verdienen. Een groot deel zal zijn weg wel vinden. ZZP-ers vormen het fundament van de economie van de toekomst. De toekomst zal er één zijn van ZZP-ers, kleine innovatieve ondernemers, waarvan een deel hun onderneming zullen uitbouwen tot een groot bedrijf. Of dachten de huidige bestuurders dat de toekomst is aan grote bedrijven als Shell, Philips, Unilever en Akzo? Ha, ha. Behoorlijk kortzichtig dus dat dit kabinet die ZZP-ers wil gaan aanpakken. Het zou echt walgelijk zijn als de PVDA zich in deze laat leiden door de wens van de vakbonden om weer meer leden te kunnen krijgen. Vakbonden zijn helemaal volslagen irrelevante clubs geworden.

Nieuwkomers
Er zijn natuurlijk al nieuwe partijen opgekomen als gevolg van de ontevredenheid onder de kiezers, zoals PVV en LPF. Die proberen wel echt een antwoord te vinden op de vragen van deze tijd maar omdat ze zich vanuit het niets moesten bewijzen zijn ze zich gaan overschreeuwen. Wellicht daardoor hebben ze ook het verkeerde soort mensen aangetrokken. Teveel nemen deze partijen ongenuanceerde standpunten in en teveel bezigen ze de taal van de straat. Tegelijkertijd kan van nieuwkomers in de politiek niet verwacht worden dat ze net zo genuanceerd en eloquent zijn als de gevestigde elite, helemaal niet gezien het feit dat deze partijen juist als doel hebben om weer de taal van de gewone man en vrouw te gaan spreken. Het dedain waarmee gevestigde partijen dan ook neerkijken op partijen als de PVV die toch, hoe je het ook wendt of keert, de sympathie van een groot deel van de Nederlandse bevolking weet te wekken is derhalve weerzinwekkend.
Er is denk ik behoefte aan partijen die duidelijk andere standpunten innemen dan de gevestigde partijen, maar die dit wel op een redelijke wijze weten te verwoorden. En een groot deel van de partijlozen heeft denk ik behoefte aan partijen die, in tegenstelling tot de PVV en andere partijen, wel veel waarde hechten aan de natuur en het milieu. Waarschijnlijk is die laatste groep veel groter dan de huidige bestuurders en politici denken, gezien ook het groot aantal leden van organisaties als Natuurmonumenten.

Aan de slag

Het moet anders. Hoe precies is nog niet duidelijk. Het is de vraag of de grote bestaande partijen de omslag naar de nieuwe economie en nieuwe samenleving nog maken; de bestaande partijcultuur is immers persistent. Of het zal te lang duren voordat er iets gaan veranderen. De generatie partijlozen is echter ongeduldig. En er broeit iets, dat is duidelijk. Mensen willen dat het anders gaat. De voorbodes daarvan zijn de vele fantastisch mooie bijeenkomsten die gaan over duurzame energie, een onderwerp waar een groot aantal van die mensen die snakken naar verandering zich op heeft gestort. Mogelijk zullen er nieuwe partijen opkomen. Dat zullen partijen zijn die dit geluid van de nieuwe, modern denkende generaties vertolken.

Wordt vervolgd

Jurgen Sweegers
Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn