Dalende olieprijs is mogelijk teken dat transitie naar duurzame energie daadwerkelijk vorm begint te krijgen

3 december 2014 - De olieprijs daalde de afgelopen weken flink. Het blijft een beetje een mysterie waarom. Een vaak gehoorde verklaring is dat het niet zo denderend met de economie gaat, maar dit is geen bevredigende verklaring. In Europa gaat het immers al jaren niet zo goed, terwijl de economie in de Verenigde Staten juist al een tijdje consequent en ondubbelzinnig aan het opkrabbelen is. Als de economische conjunctuur een reden zou zijn voor een dalende olieprijs dan had die prijs al jaren geleden hebben moeten dalen. Er is dus meer aan de hand. Maar wat?

Speculatie
Een andere verklaring voor de olieprijsdaling is dan dat speculanten de oliemarkt voor gezien houden. Olaf van den Heuvel van Aegon zei woensdagochtend in RTL-voorbeurs dat hedgefondsen uit de olie stappen, "wat de speculatie uit de markt drukt". Dit is een meer aannemelijke verklaring dan de economische conjunctuur. De komst van speculanten heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat de prijs sterk steeg in de jaren vanaf 2006. In 2008 werd zelfs even een prijs van 140 dollar per vat aangetikt. Daarna daalde de prijs, maar de daling zette niet door. Waarschijnlijk door al het geld wat centrale banken in de economie pompten, na de financiële crisis van 2008. Dat vond niet zijn weg naar consumenten, zoals de bedoeling was, maar wel naar oliemarkten en aandelenmarkten, vooral via de handen van bankmedewerkers, beleggers en speculanten. Vraag is dan wel waarom diezelfde beleggers en speculanten nu ineens uit de olie stappen.

Vraagcurve
De Amerikaanse overheid zet de geldpersen langzaam uit en dit is mogelijk een verklaring voor de uitstap van speculanten. Maar dit is niet het hele verhaal. Elders in de wereld staan de geldpersen nog volop te draaien of worden ze juist aangezet, zoals in Europa. Het lijkt me daarom best mogelijk dat de vraag naar olie echt aan het dalen is, niet door de economische conjunctuur, maar door de transitie naar duurzame energie. Die transitie begint ondanks alles toch langzaam maar zeker vorm te krijgen. Beleggers en speculanten beginnen zich te beseffen dat het olietijdperk ten einde aan het lopen is, hoewel het nog decennia zal duren voordat het gebruik van olie echt significant (zeg met 30% of meer) is terug gedrongen. In economentermen: de vraagcurve is naar links verschoven (zie onder), zodat de vraag bij een gegeven prijs minder hoog is dan voorheen, als gevolg van structurele oorzaken.

Carbon Bubble
Allerlei tekenen wijzen hierop. Zo neemt het aandeel duurzame energie langzaam maar gestaag toe. Grote internationale bedrijven lijken definitief de omslag naar duurzame energie te maken. Zo kondigde energieconcern Eon deze week aan dat het de kolen- en kerncentrales gaat verkopen. Daarnaast spelen verwachtingen natuurlijk een grote rol. Mogelijk dat steeds meer mensen daadwerkelijk verwachten dat het olietijdperk ten einde is en is die verwachting al voldoende om beleggers de stuipen op het lijf te jagen. Grote pensioenfondsen worden gevoelig voor het argument dat investeren in bedrijven die activiteiten hebben op het gebied van fossiele brandstoffen onverstandig is en ze beginnen zich te beseffen dat de maatschappij hier steeds vijandiger tegenover staat. En de theorie van de carbon bubble begint aan populariteit te winnen. Dat is het idee dat de waardering van bedrijven als Shell veel te hoog is omdat de voorraden olie en gas voor veel te veel geld op de balans staan. Maatregelen tegen klimaatverandering vereisen namelijk dat die voorraden in de grond blijven zitten. In China lijkt men ook steeds meer oog te krijgen voor de nadelen die gepaard gaan met de verbranding van fossiele energie.


Kanteling
De bedrijven die het goed doen zijn de bedrijven  die voorop lopen op het gebied van duurzaamheid, terwijl de kneusjes op de beurs bedrijven zijn die actief zijn op het gebied van fossiele energie, zoals Shell, BP, Fugro en SBM Offshore. Dit is toch langzaamaan het beeld wat ontstaat. Ik moet natuurlijk oppassen dat hier de wens niet de vader van de gedachte is. Persoonlijk juich ik een omslag naar duurzame energie toe en dat maakt dat ik misschien te voorbarig ben in mijn conclusie. Zoals klimaatgoeroe Jan Rotmans al jaren roept dat we aan het kantelen zijn terwijl lange tijd het enige wat kantelde het bierglas in de kroeg was. Maar toch wil ik u vragen deze verklaring serieus te nemen. De markt loopt vaak ver vooruit op ontwikkelingen en mensen voelen soms intuïtief allerlei zaken aan, waarnaar ze ook handelen, nog voordat ze precies onder woorden kunnen wat er nu precies aan de hand is en waarom ze de dingen doen die ze doen.

Alternatieven
Voor de duurzame energiesector zou dit ook wel goed nieuws zijn. Jarenlang heeft de sector geroepen dat de olieprijs alleen nog maar verder omhoog gaat en dat dit dé reden voor bedrijven moet zijn om over te schakelen op duurzame energie. Nu de olieprijs sterk is gedaald is het ineens heel stil vanuit die hoek. De angst is natuurlijk dat die lage prijs de transitie naar duurzame energie belemmert. 'De olie is zo goedkoop; investeren in duurzame energie loont niet meer', zo zouden bedrijven kunnen denken. De angst lijkt onterecht te zijn. De daling van de prijs is juist het gevolg is van de transitie naar duurzame energie. De wereld is al verder dan de duurzame energiesector denkt. Olie begint aan belang in te boeten omdat er alternatieven zijn en omdat er factoren zijn die maken dat mensen en bedrijven overschakelen op die alternatieven. Dit staat los van de prijs. Het is geen beweging langs de curve, die zorgt voor meer vraag nu, maar een beweging ván de curve, om nog even in economenjargon te spreken.

Omgekeerde wereld
Allerlei projecten zullen door die lage prijs onrendabel worden, waardoor het voor bedrijven niet meer loont om de olie uit de grond te halen. Het aanbod daalt daardoor. Maar dit is wellicht een extra reden om over te schakelen op duurzame energie. Visioenen in de pers worden geschetst dat de olie opraakt omdat de bedrijven die olie in de grond laten zitten. Het grappige is dan dat niet een hele hoge olieprijs de transitie naar duurzame energie stimuleert, zoals iedereen dacht, maar juist een heel lage olieprijs.

Vraagcurve
Weergaven van de vraag naar en het aanbod van olie. De vraag daalt als de prijs stijgt (dalende rode curve) en het aanbod stijgt als de prijs stijgt (stijgende blauwe curve) omdat het bij een stijgende prijs aantrekkelijker wordt om olie te produceren. De prijs die tot stand komt in de markt ligt op de snijlijn van de twee curves. Bij een transitie naar duurzaam verschuift de vraagcurve naar links (groene curve). Gegeven een bepaalde prijs is er minder vraag. De evenwichtsprijs daalt daardoor.

 

Jurgen Sweegers

Kenniscentrum Geldengroen.net
Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn