Efficiënter maken van kolencentrales is goede manier om CO2-uitstoot te verminderen

25-4-2008 Een grote reductie in CO2-uitstoot kan behaald worden met het efficiënter maken van kolencentrales. De winst die hiermee te behalen is, is groter dan met energiebesparing. Met nieuwe technieken kan de energie-efficiëntie van een kolencentrale omhoog naar 50%. Dat zegt Henk Bak van energiebedrijf Eon in een gesprek met Energie en Water.

De kolencentrale die Eon op de Maasvlakte gaat bouwen heeft een efficiëntie van 46%, al veel meer dan de gebruikelijke 38%. Dat is al een jaarlijkse besparing in CO2-uitsoot van 12 mln ton, ofwel 25% van het totaal. De nieuwe centrale komt naast de bestaande op de Maasvlakte. De installatie is een kopie van een centrale die nu in Duitsland gebouwd wordt en heeft het uiterlijk van een Mercedes, zo zegt Bank. "Duitsers willen graag dat dingen er mooi uitzien". De ketel is vierkant en lijkt wel iets op een kantoorgebouw.

De oude centrale, die pas nog gereviseerd is, zal tot 2022 meegaan. Het is de vraag of op die plek dan weer een nieuwe kolencentrale zal verrijzen. Het lijkt logischer om een centrale op de Tweede Maasvlakte aan te leggen, die er dan wellicht zal liggen. Op die Tweede Maasvlakte zal een terrein voor de bouw van een centrale worden gereserveerd. Het zou ook een mooie locatie zijn voor een nieuwe kerncentrale, zo suggereert Bak. Eon kondigde deze week een samenwerking met Areva en Siemens aan voor de bouw van nieuwe generatie kerncentrales.

De efficiëntie kan worden vergroot door het gebruik van nieuwe soorten staal die een hogere druk (350 bar) en temperatuur (700 graden Celsius) aankunnen. Het gaat om roestvrijstaal wat niet magnetisch is. In Duitsland worden er al proeven met het materiaal gedaan, samen met andere energiebedrijven. Er wordt een proefcentrale van 500 MW gebouwd in Wilhelmshaven. Eon loopt daarmee een risico want zo'n ding is duur en als ie dan niet werkt. Maar het is een 'no-brainer', je hoeft niet na te denken over de vraag of je het moet toepassen omdat er zoveel te winnen valt.

Eon ervaart de tegenstand tegen de nieuwe kolencentrale in Nederland als heftig.  In Duitsland en Groot-Brittannië is die minder. Het bedrijf kreeg pas 20.000 briefkaarten van mensen uit Rotterdam en Eindhoven (waar het leveringsbedrijf van Eon actief is) als protest tegen de bouw van de centrale, uitgereikt door Greenpeace. Greenpeace coördineert de acties tegen de kolencentrales, zo zou door de milieuclubs zijn afgesproken. De organisatie is op vele manieren actief. Medewerkers van Greenpeace dringen nog wel eens het terrein van Eon binnen; ze probeerde laatst te verhinderen dat een boot met genodigden aanmeerde aan de kade bij de centrale en laatst werden er bomen geplant op het terrein voor de beoogde centrale.

Een paar weken geleden legde Eon de werkzaamheden voor de nieuwe centrale op de Maasvlakte stil na een uitspraak van de hoogste rechter in Nederland. Het bedrijf wilde het conflict niet op de spits drijven. De provincies Zeeland en Zuid-Holland hadden alvast een vergunning verstrekt voor het doen van de voorbereidende werkzaamheden, maar deze opsplitsing van het project in fasen was volgens de rechter onterecht. Inmiddels zijn de vergunningen die verstrekt worden in het kader van de Flora- en faunawet en de wet natuurbescherming binnen, maar nu beginnen de beroepsprocedures dus pas. De bouw is weer hervat op eigen risico. Ook tegen die andere vergunningen, die van de Milieuwet, lopen nog procedures. Gelukkig werken politici over het algemeen wel meer.

Het bedrijf blijft in gesprek met Greenpeace en de mensen die de kaartjes hebben opgestuurd. En het probeert dan de visie van Eon uit te leggen, die naar eigen zeggen niet goed over het voetlicht komt. In de toekomst zullen centrales die op kolen draaien nodig blijven. Veel centrales zijn oud en moeten binnen enkele decennia vervangen worden. De productie daarvan kan niet alleen worden opgevangen door duurzame energiebronnen. Daar komt bij dat Nederland nu erg afhankelijk is van gas. Het grootste deel van de centrales draait daarop en dus is het goed om met de afnemende voorraden wat te diversificeren.

Maar feit is ook dat beslissingen die door het Eon-bestuur genomen worden niet meer op landelijke overwegingen zijn gebaseerd. Nederland ligt nu eenmaal gunstig voor de aanvoer van kolen. Daarnaast zijn hier de prijzen hoog, hoger dan in Duitsland. Bij een verschil van EUR 5 per MWh scheelt dat toch al gauw zo'n EUR 35 mln op jaarbasis, zo rekent Bak voor. Eon neemt alle drie de aspecten van de energievoorziening in ogenschouw: de prijs, de leveringszekerheid en het milieu. Organisaties als Greenpeace kijken alleen maar naar ecologie, zo zegt Bak. Ook politici zien dat wel.

Dat Eon ook naar duurzaamheid kijkt blijkt uit de vele initiatieven op het gebied van duurzaam. Zo investeert het bedrijf zwaar in windmolens. In de monding van de Theems wordt een groot park van 1.000 MW neergezet. En in Duitsland verrijzen momenteel turbines van 5 MW. Waarom is Eon in Nederland niet actief op het gebied van windmolens? Dat zou misschien schelen in de percepties die mensen hebben over het bedrijf. We zouden wel graag willen maar vooralsnog maakt het bestuur in Duitsland daar geen geld voor vrij, zo zegt woordvoerder Hans Schoenmakers. We moeten net als de adere regio's in Europa vechten voor de beschikbare middelen.

De Duitse hoofdzetel was in ieder geval wel onder de indruk van de CO2-afvang-prestaties van de Nederlandse tak, een ander duurzaam energie-aspect waar Eon erg actief in is en wil blijven. Laatst werd dus de proefinstallatie op de Maasvlakte geopend. Het bedrijf heeft Fluor opdracht gegeven om te kijken hoe grootschalige afvang bij de nieuwe centrale op de Maasvlakte is te realiseren. Het is zo'n beetje het enige bedrijf ter wereld dat ervaring heeft met grootschalige afvang. In het ontwerp van de nieuwe installatie is een ruimte van ongeveer twee voetbalvelden gereserveerd voor de installatie. Dat is wat er maximaal nodig is. Maar de techniek die nu gebruikt wordt op de Maasvlakte is al wat verouderd. Met nieuwe technieken is hopelijk minder ruimte nodig.

Eon verdedigt de keuze voor postcombustion-afvang door te stellen dat daar de meeste winst valt te behalen. Bij bestaande centrales kun je immers alleen iets doen aan CO2-afvang als je aan de schoorsteen gaat zitten frutselen. Die andere techniek, precombustion, is ook nog lang niet rijp voor grootschalige toepassing, in weerwil van wat bedrijven als Nuon en Shell zeggen. De manier waarop het CO2 dan afvangen wordt is door middel van het vergassen van kolen, een techniek waar Shell een patent op heeft. Men vergeet echter vaak te vermelden dat de tweede stap, het scheiden van het syngas in CO2 en waterstof veel energie kost. Vergassing is met name geschikt voor de chemische industrie, als manier om waterstof te produceren. Nuon ziet volgens hem niet voor niets af van de bouw van een kolenvergasser in de Eemshaven.

Er is nog een derde techniek en, hoewel die ook nog in de kinderschoenen staat, is die veelbelovender dan vergassing. Dat is het verbranden van fossiele brandstoffen met pure zuurstof. Daar worden ook proeven mee gedaan in het laboratorium. Vooralsnog houdt Eon het echter bij het reinigen van de rookgassen. Daarvoor participeert het in het Cato-project. Binnen dat project is Gaz-de-France de partij voor het opslaan van het CO2. Want dat zal waarschijnlijk in lege gasvelden in de Noordzee moeten gebeuren, waar Gaz de France er een aantal van heeft. Het transport van de CO2 naar die velden is niet het grootste probleem, zo zegt Bak.

 Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn