Duurzaam krijgt voorrang en gas handelen wordt makkelijker

28 maart 2009 - In sommige gebieden in Nederland is congestie op het elektriciteitsnet. De capaciteit van het net is te klein om er alle stroom die wordt opgewekt op in te voeden. Dan moet de beheerder van het net aan congestiemanagement gaan doen. Duurzame energie mag hier niet de dupe van worden. Daarom gaat het kabinet regelen dat duurzame energiek, bijvoorbeeld wind- of zonne-energie in die situaties voorrang krijgt. De beheerder van het net moet die duurzame energie doorlaten en moet zorgen dat de vieze stroomproductie, bijvoorbeeld die van kolencentrales wordt afgeknepen.

Nieuwe wet
Het is één van de maatregelen in een nieuwe energiewet die minister Van der Hoeven van Economische Zaken naar de Kamer heeft gestuurd. De wet bevat behalve de voorrang voor duurzame energie, nog allerlei andere ideeën die de afgelopen jaren ontsproten zijn aan het brein van ambtenaren en ministers. Het belangrijkste deel van de wet bestaat uit maatregelen die tot doel hebben de Nederlandse gasmarkt te verbeteren. Die gasmarkt werkt nu niet goed door de dominantie van Gasterra (het vroegere Gasunie) en door de specifieke kwaliteit van het Nederlandse gas. Dat Nederlandse gas is zogenaamd L-gas, wat staat voor laagcalorisch gas (uit het Groningenveld) terwijl in het buitenland veelal H-gas wordt gebruikt.

Van H naar L-gas
Van hoogcalorisch gas kan laagcalorisch gas gemaakt worden door er stikstof aan toe te voegen. De capaciteit van de installaties in Nederland om dit te doen is echter beperkt en is al lang van de voren volgeboekt. Buitenlandse bedrijven die hier gas willen aanbieden staan dan buiten spel. Een ongewenste situatie. Het ministerie van Economische Zaken wil hier verandering in brengen door conversie voor die partijen ten alle tijden mogelijk te maken. Dat kan fysiek, door de conversiecapaciteit uit te breiden, maar ook virtueel. Een buitenlandse aanbieder kan ten alle tijden hoogcalorisch gas omwisselen tegen laagcalorisch gas (uit het Groningenveld). De kosten hiervan worden omgeslagen over alle eindverbruikers. In plaats van twee markten zal er straks nog maar één markt zijn. Verder mag er niet meer zo lang van tevoren geboekt worden.

Balans
Een andere grote verandering is het zogenaamde balanceringsregime. Het gasnet moet natuurlijk altijd min of meer in evenwicht zijn. Ofwel: er moet net zoveel gas aan worden toegevoegd, dan dat er uit gaat. Anders zou de druk teveel verminderen of vermeerderen. Datzelfde geldt voor het elektriciteitsnet, maar dan gaat het om de spanning die constant moet blijven. Als het net uit balans raakt moet de landelijke netbeheerder ingrijpen. Op de gasmarkt is dat GTS en op de stroommarkt is dat Tennet. Partijen die de onbalans hebben veroorzaakt moeten een boete betalen. Er is echter een verschil tussen de gasmarkt en de elektriciteitsmarkt. Op de stroommarkt moeten partijen aangeven wat ze de volgende dag op het net gaan zetten en wat ze er van af denken te gaan halen.Als de werkelijke situatie afwijkt dan wordt partijen opgeroepen om extra stroom te leveren of om minder stroom te leveren. Daar krijgen ze geld voor. Op de gasmarkt hoeven partijen hun plannen voor de volgende dag niet van te voren aan te geven. Onbalans wordt ‘automatisch opgevangen’ door de landelijke netbeheerder, die dan meer of minder gas uit het Groningenveld inzet. Dat is een soort ventiel: dat wordt open of dicht gezet al naar gelang de druk in het net.

Andere ventielen
De minister wil nu ook de gasmarkt optuigen met zo’n systeem van programma-verantwoordelijkheid. Iedere producent of afnemer (behalve huishoudens) zijn programma-verantwoordelijk. Ze moeten zorgen dat de gegevens aanleveren waaruit blijkt dat ze de volgende dag in balans zijn. Partijen moeten dan de volgende dag zorgen dat ze inderdaad in balans blijven. Daarvoor kunnen ze gas bijkopen of verkopen indien nodig. Ze kunnen dan zelf ook aanbiedingen doen om bij te dragen aan het verhelpen van onbalans van anderen. De bedoeling hiervan is ook het vergroten van de diversiteit aan middelen om onbalans op te vangen. Niet alleen meer door het ventiel van het Groningenveld open of dicht te zetten, maar ook door bijvoorbeeld het inzetten van gasbergingen en het afschakelen (of juist aanzetten) van grote gasmotoren van bedrijven of elektriciteitscentrales.

Koper kan verkopen
En er veranderd nog meer. Veelal zijn de maatregelen erg technisch van aard. Zo wordt het risico dat marktpartijen op moeten draaien voor het in gebreke blijven van hun tegenpartij verminderd. Ook wordt het makkelijker om in gas te gaan handelen. Tot nog toe kunnen grote bedrijven die veel gas gebruiken gas niet verkopen op de markt. Ze krijgen gewoon wat ze nodig hebben. Punt. Daar is wel een uitzondering op. Want er is zoiets als de TTF waar ze gas kunnen kopen en verkopen. Maar omdat het aanbod hier te wensen overlaat kopen bedrijven slechts een klein deel van hun gashoeveelheid op deze beurs. In de toekomst wordt het anders. Het bedrijf koopt al het gas op een virtuele markt en hij kan het hier ook weer verkopen. Die bedrijven worden dus meer actief, in plaats van dat ze simpelweg naar hun gasmeter zitten te staren om te kijken hoeveel gas er binnenkomt.

Geen bezwaar
Andere onderdelen van de wet gaan over heel andere zaken. Zo past het kabinet de rijkscoördinatenregeling toe bij investeringen in hoogspanningsnetten (220 kV of hoger) en grote gasleidingen (meer dan 40 bar en diameter meer dan 45,7 cm). Deze regeling is bedoeld om eindeloze bezwaarprocedures te voorkomen en grote projecten zoals bijvoorbeeld ook de aanleg van wegen sneller te kunnen realiseren. Voor andere projecten, bijvoorbeeld hoogspanningnetten met een lager spanningsniveau of investeringen in kwaliteitsconversie, kán deze regeling van toepassing worden verklaard, zo regelt de wet. Het is de minister die bepaalt of de investering van nationaal belang is en of de rijkscoördinatenregeling erop kan worden losgelaten. Toezichthouder NMA bepaalt vervolgens of de kosten van de investering kunnen worden doorgerekend aan de consument.

Symbolisch
En dan is er dus nog de voorrangsregeling voor duurzame energie. Die heeft waarschijnlijk vooral een symbolische functie want er zal nog wel een aansluitplicht van de netbeheerders blijven gelden. In andere woorden: de beheerders van het net hebben de plicht om iedere, vieze of schone producent, op het net aan te sluiten. Nog steeds heeft de overheid straks dus niet de mogelijkheid om tegen het zoveelste energiebedrijf dat een kolencentrale in Nederland te bouwen te zeggen: liever niet. U krijgt een aansluiting. Niet alleen krijgen de RWE’s van deze wereld net zoveel aansluitingen als ze willen, ook moet de netbeheerder zorgen dat de capaciteit van het net uitgebreid wordt, ook al ziet iedereen lang van te voren aankomen dat de productiecapaciteit veel te groot zal worden. Dit is feitelijk de situatie voor wat betreft de Maasvlakte en de Eemshaven.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn