Duurzame stroom krijgt voorrang maar gaat het echt werken?

26 november 2009 - Duurzaam opgewekte elektriciteit heeft voorrang boven stroom opgewekt met gas- en kolencentrales. Dat is de strekking van een wet die binnenkort wordt behandeld in de Tweede Kamer. Dit betekent bijvoorbeeld dat een producent van groene stroom altijd zijn stroom kwijt kan, terwijl de eigenaar van een kolen- of gascentrale die centrale moet uitzetten als er meer stroom wordt geproduceerd dan het net aankan. Of het in de praktijk echt zo zal uitpakken de vraag. Want de eigenaar van een kolencentrale zet die centrale niet zomaar even op een laag pitje als een briesje de windmolens in de omgeving in beweging zet.

Op de rol
De wet, die al enkele weken op de rol van de Tweede Kamer staat, is ook meteen de implementatie van een deel van een Europese richtlijn in Nederlandse wetgeving. Die richtlijn stelt dat lidstaten producenten van duurzame energie moeten garanderen dat ze hun groene stroom kwijt kunnen. Dit is natuurlijk bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren. De Nederlandse politiek is over het algemeen warm voorstander van een dergelijke regel. De behandeling in de Tweede Kamer laat echter op zich wachten omdat de Kamer precies wil weten waar de kosten van het systeem neerslaan. En die kosten mogen niet neerslaan bij de consument of bij de producenten van groene stroom, zo vindt de Kamer. Minister Van der Hoeven van Economische Zaken zegt hier wat op gevonden te hebben.

Wie het hoogste bied, wie het eerst maalt
Volgens Van der Hoeven komt het grootste deel van de kosten bij producenten van vieze stroom terecht. Dat komt omdat zij hun centrales moeten uitzetten als er congestie is. Van te voren wordt gekeken hoeveel de verwachte productie is in een bepaalde regio en hoeveel het net aankan. Als er een overschot aan productie is dan moeten bedrijven met een vieze centrale een bod doen op het recht om te mogen produceren. De producenten met de laagste bieding zullen afvallen. In de praktijk zullen dat eigenaren van gascentrales zijn, want productie met gas is duurder dan met kolen. Hierdoor zullen hun biedingen lager zijn, om te voorkomen dat ze met verlies gaan draaien. Dat lijkt goed uit te komen want gascentrales kunnen makkelijker worden aan- en uit gezet dan kolencentrales. Producenten van duurzame energie hoeven niet mee te doen met de veiling.

Plotselinge wind
De eigenaren van gascentrales betalen dan het grootste deel van het gelach. Vraag is of ze dat zullen accepteren. Houdt het systeem wel stand voor de rechter? En vraag is ook of het systeem echt gaat werken. De productie van groene stroom door bijvoorbeeld windmolens is van te voren moeilijk in te schatten. Wat gebeurt er als het plotseling gaat waaien en er is al bepaald dat de gascentrales aan mogen staan omdat verwacht werd dat het niet ging waaien?

Eigenlijk is in Nederland alle stroom gelijk
Daarbij komt dat het systeem nogal botst met het in Nederland gehanteerde uitgangspunt dat iedereen altijd aangesloten moet worden. Iedereen die energie wil gaan produceren moet een aansluiting op het net krijgen. Als energiebedrijven bij wijze van spreken beslissen om tien kolencentrales op de Maasvlakte te gaan bouwen dan moet de landelijke netbeheerder Tennet zorgen dat die een allemaal een aansluiting op het net krijgen. En ook moet Tennet er dan als de wiedeweerga voor zorgen dat het net zwaar genoeg is om al die stroom weg te sluizen. Aan dit principe wil de regering niet tornen en dat staat dus nog fier overeind in de nieuwe wet Duurzame energie krijgt dus niet echt voorrang. Het voorrang geven van duurzame energie is in Nederland slechts een vorm van congestie-management.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn