VME: gelijk speelveld wordt aangetast door wet Voorrang voor duurzaam

11 februari 2010 - Het gelijke speelveld voor energiebedrijven in Nederland wordt aangetast door de wet 'Voorrang voor duurzaam', die dinsdag door de Tweede Kamer is aangenomen. De reden is dat de kosten van het stelsel eenzijdig worden neergelegd bij de grijze producenten. Niet alleen worden grijze producenten benadeeld ten opzichte van duurzame producenten, maar ook tussen grijze producenten onderling ontstaan er verschillen. Want eigenaren van centrales buiten het congestiegebied hebben nergens last van. Dit zegt directeur André Jurjus van de branchevereniging VME tegen Energieenwater.net. VME vertegenwoordigt de belangen van de vier 'buitenlandse' energiebedrijven Oxxio, RWE, Eon en Electrabel.

Grijze producenten draaien ervoor op
De wet regelt dat in geval van congestie op het net duurzame stroom voorrang krijgt. Producenten van grijze stroom in het gebied moeten dan afschakelen. Het bedrijf dat het meeste biedt mag de centrale uitzetten. Het bedrijf ontvangt de opbrengst van de verkochte stroom wel; maar die zal elders geproduceerd worden. De landelijke netbeheerder Tennet zorgt dat daarvoor centrales buiten het congestiegebied worden aangezet. Dit kost geld en dat wordt doorberekend aan de grijze producenten in het congestiegebied. Hiermee is de VME het dus niet eens. "Het is de eerste keer dat het gelijke speelveld wordt aangetast", zo zegt Jurjus van de VME, dat niet voor niets staat voor Nederlandse vereniging voor marktwerking in energie. Van de vier leden van VME hebben Eon en Electrabel veel productiecapaciteit in Nederland. RWE is een grote centrale in de Eemshaven aan het bouwen.

Kanon voor een mug
Jurjus vindt dat het ministerie van Economische Zaken met een kanon op een mug schiet. "Het probleem van congestie in Nederland is niet groot genoeg om met zo'n zwaar middel het gelijke speelveld in Nederland te doorbreken, en helemaal niet met het idee dat je de verduurzaming daarbij een dienst bewijst", zo zegt hij. Volgens hem is duurzame energieproductie in Nederland ook niet met de wet gebaat, in tegenstelling tot wat politici denken. Want het investeringsklimaat verslechtert door dit soort maatregelen, waardoor grote investeerders als Electrabel en Eon onzeker worden. "Ze vinden Nederland geen interessant investeringsland als dit soort dingen gebeuren." Het leidt volgens Jurjus tot vraagtekens op de hoofdkantoren van die bedrijven, waar de investeringsbeslissingen worden genomen.

Risico van gaming
Beter was het volgens VME geweest als de kosten van het stelsel waren omgeslagen over alle energiegebruikers (socialisatie), zoals ook de VVD in de Tweede Kamer heeft bepleit. De minister heeft hier echter niet voor gekozen, onder meer vanwege de angst voor gaming. De bedrijven zijn dan niet meer gestimuleerd om de kosten van het systeem zo laag mogelijk te houden en ze zouden het stelsel zelfs kunnen aanwenden om zichzelf te verrijken.  Zo kan de eigenaar van een inefficiënte centrale in een congestiegebied en een efficiënte centrale daarbuiten flinke winsten maken. Hij zet de centrale in het congestiegebied stop (en ontvangt toch geld) en hij zet de centrale buiten het congestiegebied aan (en krijgt weer betaald). Dubbel kassa.

Duurzame energie kost geld
Het risico van gaming wordt echter overschat, zo zegt Jurjus. Feitelijk heeft alleen Electrabel een inefficiënte centrale in een congestiegebied (namelijk in Groningen) en een efficiënte centrale daarbuiten (in Lelystad). "En hoe hoog kunnen de kosten van gaming door dat bedrijf nu oplopen?" Jurjus snapt wel dat het ministerie voor alle gevallen iets in de wet wilde regelen, "want dan heb je het maar geregeld". Maar in het Structuurschema Elektriciteitsvoorziening is bepaald dat nieuwe centrales alleen in gebieden kunnen worden gebouwd waar congestie een probleem kan worden (Groningen, Maasvlakte, Borssele), waarmee gaming met een oude centrale in een congestiegebied én een nieuwe daarbuiten "hoogst onwaarschijnlijk" wordt, zo vindt Jurjus, die voordat hij directeur van VME werd zelf bij het ministerie heeft gewerkt.

Verplicht aandeel is beter
Het voordeel van 'socialiseren' (over alle consumenten verdelen) is ook dat consumenten zich er bewust van worden dat duurzame energie geld kost. VME wil echter dat duurzame energie op een andere manier gestimuleerd wordt, namelijk door energiebedrijven te verplichten een bepaald aandeel aan duurzame energie te leveren. Dat aandeel kan langzaam worden opgevoerd naar 35% in 2020, waarmee de doelstelling van 20% duurzame energie (dat is dus stroom én warmte) mogelijk gehaald wordt. Een bijkomend voordeel is dat daarmee geldverslindende subsidies voor duurzame energie afgeschaft kunnen worden, of in ieder geval flink verminderd. De VME is zich hard aan maken voor zo'n verplichting; bij de evaluatie van het overheidsprogramma 'Schoon en Zuinig' dit voorjaar zal blijken of de politiek het voorstel overneemt.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn