Sita: afvalbedrijven moeten CO2-winst op dezelfde manier boeken

12 april 2010 - CO2-uitstoot die via hen te behalen zijn. Dat is ook iets waar bijvoorbeeld gemeenten in toenemende mate om vragen als ze de vuilverwerking uitbesteden. Probleem is echter: hoe meet je die CO2-reducties? Daar is geen eenduidige methode voor; er moeten keuzes gemaakt worden. Om te zorgen dat bedrijven vergelijkbaar zijn, moeten die wel op elkaar afgestemd worden, zo vindt Sita. Vandaar het pleidooi voor een standaard.

Franse standaard
Die standaard kan dan de zogenaamde EPE-protocol zijn, zo vertelde Freek van Eijk van Sita op het recent gehouden congres Energie uit afval en biomassa. Die standaard is ontwikkeld door een aantal Franse bedrijven, waaronder Veolia en het moederbedrijf van Sita, Suez Environment. Het protocol, bestaande uit een tekst en een spreadsheet, is een accounting tool en geen marketinginstrument, zo benadrukt Van Eijk. Er zijn drie belangrijke begrippen volgens deze standaard: 'directe emissies' zoals bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van een verbrandingsoven; 'indirecte emissies', zoals het gebruik van elektriciteit die elders is opgewekt en 'vermeden emissies'. Met name over die vermeden emissies gaat het veel in de afvalbranche; dat is waar bedrijven zich mee kunnen onderscheiden.

Wie mag de reductie in CO2-uitstoot in de boeken schrijven?
Belangrijk zijn de systeemgrenzen, zoals die in het protocol zijn neergelegd. Welke uitstoot kun je toewijzen aan het afvalbedrijf en welke niet en, nog belangrijker, welke reductie in de uitstoot kun je toeschrijven aan het afvalbedrijf en welke niet? Stel dat een papierfabriek samen met een afvalbedrijf tot een flinke reductie in de CO2-uitstoot komt; wie mag dat dan in de boeken bijschrijven? Het afvalbedrijf of de papierfabriek. Voorkomen moet worden dat beide bedrijven het volledig aan zichzelf toerekenen. Verder is belangrijk hoe vermeden emissies berekend worden. Stel dat een afvalbedrijf energie opwekt met de warmte die vrijkomt in de verbrandingsoven; hoeveel CO2-uitstoot wordt daarmee dan vermeden? Dat ligt er maar net aan hoe de energie anders zou zijn opgewekt. Wat neem je als referentie?

Energie uit afval niet milieuvriendelijk in Frankrijk, wel in Polen
Van Eijk geeft een aantal voorbeelden. In vergelijking met de manier waarop energie gemiddeld in Europa wordt opgewerkt (de energiemix in Europa) bespaar je met een gemiddelde verbrandingsoven 158 kilo CO2 per MWh die je opwekt. Als je zo'n oven echter vergelijkt met de manier waarop in Polen stroom wordt opgewerkt (vooral met kolencentrales) dan bespaar je al gauw 250 kilo per MWh. Maar als je Frankrijk als referentie neemt, dan bespaar je helemaal geen CO2-uitstoot. Dat komt omdat in Frankrijk vooral CO2-vrije kerncentrales staan te draaien. Energie uit afval in Frankrijk leidt dan tot een extra CO2-uitstoot van 175 kilo per MWh. Misschien dat dat wel de reden is dat het protocol uit Frankrijk komt.

Recyclen PET-fles leidt tot veel/weinig CO2-reductie
Het spreekt vanzelf dat afvalbedrijven in hun enthousiasme om hun eigen duurzaamheid over het voetlicht te brengen geneigd zijn een onvoordelige energiemix als referentiepunt te nemen; waardoor de bedrijven meteen ook onvergelijkbaar worden. Daarom is een standaard noodzakelijk. Ook over de reductie in de CO2-uitstoot als gevolg van recyclen kunnen meningen verschillen. Neem de besparing in CO2-uitstoot als gevolg van het hergebruik van PET-flessen  Nederlandse organisaties als Senternovem (nu: Agentschap NL) en CE Delft denken dat het hergebruik van een ton aan PET-flessen 2600 kilo CO2 bespaart, maar het grote Britse adviesbureau AEA houdt het op slechts ruim 1700 kilo. Bij hergebruik van papier zijn ook de verschillen tussen de Nederlandse organisaties groot: Senternovem: 2.000 kilo per ton en CE Delft slechts 900 kilo per ton.

Werk aan de winkel voor Agentschap NL
Er moeten dus nationale kengetallen komen voor de energiemix en voor de emissie die bespaard wordt als gevolg van het hergebruik van allerlei producten. Hier is een taak weggelegd voor Agenschap NL. Verder zouden alle Nederlandse afvalbedrijven moeten kiezen voor een boekhoudstandaard, bijvoorbeeld de EPE-standaard. Of ze dat gaan doen is de vraag, want het is ten slotte een standaard van de Fransen. Voorzitter Dick Hoogendoorn van de Vereniging van Afvalbedrijven zegt dat hij blij is dat er iets uniforms is, maar hij lijkt een slag om de arm te houden. Goverde van Van Gansewinkel is op het congres ook terughoudend. Hij vindt dat er nog wat haken en ogen aanzitten, zo zegt hij in antwoord op een vraag van Energieenwater.net.

En hoe zit het met Sita zelf?
Natuurlijk heeft Sita ook de eigen CO2-huishouding onder de loep genomen. Het bedrijf heeft de activiteiten hiervoor in vijf categorieën verdeeld. Het dieselgebruik bij het ophalen en verwerken van afval is natuurlijk een negatieve CO2-post (58 kiloton in 2008). Hier valt een wereld te winnen door snelheidsbegrenzers in de vrachtwagens te plaatsen, door chauffeurs cursussen schadevrij-rijden te laten volgen en natuurlijk door de inzet van schonere wagens, zo zegt Van Eijk. Het storten van afval, een andere categorie, leidt tot een CO2-emissie van 100 kiloton en het indirecte energiegebruik tot een schadepost van 13 kiloton. Opvallend genoeg is afvalverbranding een negatieve post in de boekhouding van 49 kiloton, ondanks de energie die ermee wordt opgewekt. Dit leidde tot vragen vanuit de zaal.

Toch nog een positieve CO2-balans
Sita hanteert hierbij volgens van Eijk de berekeningsmethode van CE Delft, wat volgens hem een onverdachte bron is (erg op de hand van de milieubeweging, red.). Dat Sita dit doet bewijst volgens Van Eijk dat zijn bedrijf niet alleen maar uit is op het zoveel mogelijk inboeken van CO2-voordelen. Maar de laatste inzichten zouden er inderdaad op wijzen dat energie uit afval een positieve bijdrage aan de CO2-balans levert. Gelukkig is de totale CO2-balans van het bedrijf toch nog positief. Want sortering en recycling leidt bij Sita, volgens Sita zelf, tot een vermeden CO2-uitstoot van 334 kiloton (tegen een totaal van 224 aan de emissiekant). In de toekomst moet dat dus nog een stuk positiever worden, door meer te recyclen (plastics onder meer) en door het storten van afval drastisch te reduceren. De uitbreiding van de capaciteit van de verbrandingsinstallaties moet dit laatste mogelijk gaan maken.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn