Klimaatdebat Kamer: Was Galileo wel 'gepeerreviewed'?

20 april 2010 - Klimaatwetenschappers schermen altijd met de consensus die er in de wetenschappelijke wereld is over de opwarming van de aarde. Ook onze ex-minister van Milieu Cramer bediende zich veel van dit argument. Iedereen vindt het; dus het is waar. Fout. “Hoe kan ik tegen 900 papers die A zeggen een paper stellen dat B zegt?” Dat is waar het eigenlijk over moet gaan, zo zei klimaatdeskundige Hajo Smit maandagmiddag in de Tweede Kamer. Er was maandag in de Kamer een hoorzitting over het IPCC naar aanleiding van alle kritiek die er op het laatste rapport van deze VN-organisatie is gekomen.

Wat is waar en wat is niet waar?
De Kamer wilde zich op deze manier op de hoogte stellen van de zin en onzin van alles wat er de laatste maanden gezegd is over dit rapport. Er wordt ten slotte heel wat beleid gebaseerd op de stelling van het rapport dat de aarde opwarmt en dat dit de schuld van de mens is. De hoorzitting bestond uit verschillende rondes. ’s Middags kwamen onder meer journalisten aan het woord. De gedachte achter de uitnodiging voor journalisten moet geweest zijn dat zij veel invloed hebben op hoe het publiek in het algemeen tegen het klimaatprobleem aankijkt. En mogelijk vinden sommige politieke partijen ook wel dat journalisten wat al te gemakkelijk de kant van de klimaatsceptici kiezen. Met name de benadering van Kees Vendrik van Groenlinks leek daarom soms op een kruisverhoor.

Ook in journalistiek twee kampen
Hajo Smit behoorde tot de groep van journalisten. Hij is onder meer de man achter de site www.climategate.nl, een site die ontstaan is naar aanleiding van het schandaal van de uitgelekte e-mails. Hieruit bleek dat de wetenschappers verbonden aan het werk van het IPCC sjoemelden met cijfers of, het minste wat je kan zeggen, cijfers weg lieten die hun onwelgevallig waren. Naast hem zaten journalisten van de Volkskrant en NRC Handelsblad en de wetenschapsjournalisten Marcel Krok en Rypke Zeilmaker (ook van Climategate.nl). Net als de klimaatwetenschap zelf kun je ook de journalisten die zich daar mee bezig houden min of meer indelen in ‘gelovigen’ en ‘niet-gelovigen’. Karel Knip van NRC en Martijn van Calmthout van de Volkskrant zijn gelovigen, hoewel ze dat zelf wellicht zullen ontkennen, want ze vinden zichzelf wel kritisch. De andere drie zijn ongelovigen.

Probleem van de journalisten
Het grootste probleem van serieuze journalisten is dat het voor hen zo goed als onmogelijk is om stellingen, papers, theorieën en modellen van klimaatwetenschappers zelf te beoordelen. "Je kunt klimaatmodellen niet beoordelen als je ze niet runt", zo zei Karel Knip. Wat te doen? Opvallend was hoe veel waarde de journalisten van de ‘oude media’ (zeg maar de kranten en TV-stations), net als de klimaatwetenschappers zelf, hechten aan het zogenaamde peer review; het verschijnsel dat een collega-wetenschapper commentaar geeft op een artikel; commentaar dat ook bij de publicatie van het artikel zelf wordt geplaatst. Om artikelen te beoordelen gaan ze af op deze peer reviews. “Het is het enige waarop ik me kan verlaten”, zo zegt Calmthout. Volgens hem werkt het systeem goed. Wetenschappers doen er volgens hem alles aan om de paper af te schieten. Knip was het min of meer met hem eens, maar hij gaf wel toe dat de fundamentele onzekerheid bij de journalist blijft. Cramer was ook zo iemand die vond dat je blind moest kunnen vertrouwen op de wetenschap

Essentieel detail
Het lijkt een detail (dat belang dat wordt gehecht aan peer reviews), maar het is toch wel essentieel. Een deel van de journalisten (met name dus van de oude media) heeft veel vertrouwen in de wetenschap en haar methoden. Deze journalisten dreigen daardoor ook een blinde vlek voor sceptische auteurs te ontwikkelen. Want de huidige wetenschap is vooral alarmistische wetenschap (dus bestaande uit mensen die geloven in de opwarmingstheorie). Sceptici komen nauwelijks aan bod. Sceptische artikelen worden veel kritischer bejegend dan alarmistische geluiden, en dringen ook niet door tot wetenschapsbladen als Nature en Science. Ze krijgen daardoor geen peer review en worden daardoor ook niet serieus genomen door de wetenschappelijke wereld.

Begbeklimmersblaadjes
En ook niet door het IPCC. Dat instituut laat er zich op voorstaan dat het zich alleen maar baseert op artikelen die een peer review hebben gehad en heeft daarom een bias ontwikkeld voor alarmistische auteurs en de alarmistische boodschap. Sceptici worden niet uitgenodigd om hoofdstukken te schrijven en ook hun kritiek op die hoofdstukken wordt niet echt serieus genomen, zo bleek maandag meerdere malen tijdens de hoorzitting. Overigens blijkt het in de praktijk nogal tegen te vallen met het belang dat IPCC hecht aan peer review. Want van de 24.000 (!) referenties die in het IPCC rapport te vinden zijn, slaan er 5600 op publicaties die niet onderhevig zijn geweest aan het commentaar van collega's. De voorbeelden van de bergbeklimmersblaadjes zijn bekend.

Door politisering in debat werkt peer review niet
Krok, Zeilmaker en Smit behoren duidelijk tot het sceptische kamp. De scepsis van Krok is ontstaan nadat hij, vijf jaar geleden, een artikel schreef over de kritiek op het zogenaamde Hockey-stick model, kritiek die tot dan toe niet serieus werd genomen, maar wel bleek te kloppen. “Als het niet meer om waarheid gaan, waar gaat het dan wel om?”, zo vroeg hij zich af. Sindsdien is hij een groot aantal kritische artikelen gaan schrijven. Je hoeft je niet alleen op peer reviews te verlaten, zo vinden de kritische journalisten. Het belang ervan wordt overschat. Het gaat uiteindelijk om de papers zelf en niet om de commentaren. "Waren de publicaties van Galileo peer reviewed?', zo vraagt Smit zich retorisch af. "Er is ook nog zoiets als boerenverstand." “Er is een kloof tussen theorie en praktijk”, zo zegt Zeilmakers. "Door de politisering werkt het mechanisme niet". “Waarom greep de wetenschappelijke wereld niet in bij de film van Al Gore, die vol met fouten stond? Dat deed ze wel bij de kritische film die daarop volgde ('De grote klimaatzwendel', red.). Niet dat zo'n uitmuntende film was (daar zaten ook fouten in), maar waar het volgens Zeilmakers om gaat is dat de wetenschap met twee maten meet.

Oog voor het falen der wetenschap
De kritische journalisten hebben meer oog voor het falen van de wetenschap. "Je moet niet alleen afgaan op officiële wetenschap. Er zijn menselijke processen aan het werk in de wetenschap", zo zegt Smit. De wetenschap is onderhevig aan modes. Iedereen holt op een gegeven moment achter een nieuwe theorie aan, om erbij te horen en om geld in de wacht te slepen. Juist die modes maken de wetenschap kwetsbaar. Smit: "Als 90% van de wetenschappers het met elkaar eens is, is dat gelijk aan zeggen dat we helemaal niets weten." Veel liever ziet hij dat ene artikel dat tegen de rest ingaat. Hij geeft als voorbeeld de ontwikkeling van kennis over de maagzweer. Iedereen was het erover eens dat dit veroorzaakt wordt door stress, totdat iemand aantoonde dat het om een bacterie ging. "Stop nu eens om klimaatsceptici af te schilderen als schreeuwerig gekken; neem ze eigenlijk eens serieus", zo zei hij tegen zijn collega's van de kranten.

Klimaatwetenschap, hoe gaat het in zijn werk?
Een bioloog die onderzoek wil doen naar een bepaalde vlinder meldt tegenwoordig in zijn projectvoorstel dat hij onderzoek wil doen naar het effect van de klimaatverandering op die vlinder. Dan is de kans ineens een stuk groter dat hij daarvoor geld krijgt. Je kan je bijna niet meer voorstellen dat de uitkomst van het onderzoek zal zijn dat klimaatverandering geen effect heeft. Vervolgens wordt er iemand gevraagd een peer review te schrijven. Hiervoor gevraagd worden is een eer. Je wordt erkend als gezaghebbend. Daar moet je voorzichtig mee omgaan en het is dus niet waarschijnlijk dat de commentators alles in het werk zullen stellen om het artikel aan flarden te schieten, zoals Calmthout zei. Bovendien is het natuurlijk een wereld van 'ons kent ons'. De peer review is daarom positief, het IPCC neemt het op in haar rapport en politici baseren er beleid op.

Ziekelijke behoefte aan consensus
Het valt inderdaad op; die ziekelijke behoefte aan consensus bij de klimaatwetenschappers en ook bij het IPPC. Iedereen moet het met iedereen eens zijn. Ook bij Kabat zag je dat, zelfs in zijn reactie op het artikel dat Energieenwater.net vorige week over zijn presentatie schreef. Hij wilde het artikel naar alle deelnemers van het congres sturen om te vragen of zij het met onze interpretatie eens zijn. Het IPCC is zelfs expliciet opgericht met als doel het streven naar consensus, zo zeiden verschillende betrokkenen maandag. Beleidsmakers wilden een helder antwoord op de vraag wat er nu eigenlijk aan de hand is en het IPCC moest dat gaan leveren. Heel de IPCC-machine lijkt er op gericht om alle plooitjes die er in de wereld en tussen verschillende disciplines en zelfs tussen stromingen binnen disciplines bestaan, glad te strijken. Politieke inmenging van regeringen wordt als goed gezien omdat dat het draagvlak van de conclusies vergroot. Tsja, dat is vragen om moeilijkheden.

Het IPCC doet er niet toe
Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk helemaal niet om het IPCC. Het gaat alleen maar om de vraag of de aarde opwarmt, of dat de schuld is van de mens en wat de consequenties hiervan zullen zijn. Persoonlijk sluit ik niet uit dat het antwoord op de eerste twee vragen positief is, maar ik heb het gevoel dat ik niet bij het IPCC moet zijn als ik het antwoord hierop wil weten.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn