Hoe ziet het Europese duurzame productiepark er in 2050 uit?

29 april 2010 - Landelijke netbeheerders en andere organisaties hebben de handen ineen geslagen om het Europese net klaar te maken voor meer duurzaam opgewekte energie in de (verre) toekomst. De partijen hebben hun handtekening gezet onder een intentieverklaring van het Renewables-Grid-Initiative (RGI). Ook het Nederlandse Tennet is erbij betrokken. Tot nog toe keek Tennet vijf tot zeven jaar vooruit, maar het is nodig verder in de toekomst te kijken, zo zegt woordvoerder Jelle Wils van Tennet. Tot 2030 en zelfs 2050.

Productiepark in de toekomst
Het aandeel duurzaam opgewekte stroom zal in dat jaar een stuk hoger liggen dan nu. In 2020 zal dat ongeveer 35% moeten zijn om de Europese doelstellingen te halen en dat zal daarna mogelijk nog verder oplopen. Wat moet daarvoor gebeuren? Het is niet de bedoeling dat iedere lidstaat op eigen houtje het aandeel duurzame stroom zo hoog mogelijk probeert op te stuwen, zo vinden de netbeheerders. Beter is het dat in Europees verband te coördineren. Zo kun je profiteren van de comparatieve voordelen van de verschillende regio's. Dus bijvoorbeeld zonne-energiecentrales in de zuidelijke landen Spanje en Portugal, windmolenparken op de Noordzee en meer waterkrachtcentrales in de Scandinavische landen.

Magisch jaartal
Dit vergt grote investeringen in het hoogspanningsnet. Want de stroom moet van de productiegebieden naar de bevolkingscentra worden vervoerd. Ook is het nodig dat de productiegebieden met elkaar in verbinding staan, zodat de waterkrachtcentrales (waarin stroom als het ware is opgeslagen) het kunnen overnemen als de wind en de zon het laten afweten. Het aanleggen van hoogspanningsverbindingen is in het drukbevolkte Europa geen sinecure meer;  de ervaringen met Randstad 380kV spreken boekdelen. Vandaar de noodzaak om ver vooruit te kijken. Tennet keek tot nog toe in de capaciteitsplannen vijf tot zeven jaar vooruit. Er is al eens een visiedocument voor 2030 opgesteld, maar het magische jaartal is nu 2050, zo zegt Wils.

Draagvlak creëren bij milieuclubs
Vandaar het RGI. Deelnemende partijen zijn, behalve Tennet, Elia (België), National Grid (Groot-Brittannië), RTE (Frankrijk), Swissgrid (Zwitserland) en 50Hertz Transmission (Duitsland). Ook de milieuorganisaties WNF en Germanwatch hebben zich aangesloten, en andere milieuverenigingen nemen als waarnemer deel. Hun participatie is van belang, zo zegt Wils. Milieuclubs hebben het altijd over een toekomst met veel duurzame energie, maar ze moeten zich beseffen dat er kabels nodig zijn om al die duurzame elektronen te transporteren.

Duurzaam kost duur
Verder is het van belang dat het nodige geld op tafel komt. Tientallen miljarden zijn er nodig. Op dit moment is het verhogen van de tarieven om dergelijke mega-investeringen te kunnen plegen nog lastig. Toezichthouders sturen vooral op efficiëntie. Netbeheerders moeten hun werk zo goedkoop mogelijk doen om de tarieven voor de energieafnemers zo laag mogelijk te houden. Er begint hierin overigens wel wat te veranderen, onder meer in Nederland. Maar er moet mogelijk nog meer veranderen. "Als we willen investeren moet dat wel terugverdiend worden. Hoe gaat dat geregeld worden?". Dat is één van de vragen, zo zegt Wils.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn