Van der Hoeven: we mogen blij zijn als we 14% duurzame energie halen

12 mei 2010 - Misschien was het een onbewaakt ogenblik. Maar in ieder geval was het eerlijk: "We mogen blij zijn als we die 14% halen", zo zei minister Van der Hoeven van Economische Zaken dinsdagmiddag in de Tweede Kamer. Hiermee doelde ze op de doelstelling die Nederland van Europa opgelegd heeft gekregen: 14% van de energie wordt in 2020 duurzaam opgewekt. Nederland zelf heeft een doel van 20%, maar het halen daarvan komt steeds verder uit beeld. Van der Hoeven maakte de opmerking tijdens een discussie over een belangrijke koerswijziging in het beleid van het ministerie van Economische Zaken. In de toekomst zullen subsidies voor duurzame energie worden afgebouwd; ervoor in de plaats komen verplichtingen.

Subsidie-infuus blijft nog even
Die beleidswijziging kan verschillende vormen aannemen; zoals een verplichting voor energieleveranciers om een bepaald aandeel duurzame energie te leveren, of juist een verplichting voor producenten. Ook kunnen eigenaren van kolencentrales gedwongen worden een bepaald aandeel biomassa bij te stoken in hun centrales. Alle opties worden de komende tijd naast elkaar gezet. Het is de bedoeling dat er aan het einde van de nieuwe kabinetsperiode een verplichtingensysteem in de steigers staat, zo zei woordvoerder Jan van Diepen van het ministerie na afloop van het debat tegen ons. Zo rond 2014 dus. Voorlopig blijft het subsidiesysteem dus nog wel even bestaan.

Draai of voortschrijdend inzicht?
Van der Hoeven weigerde dan ook afstand te nemen van haar eigen beleid van de afgelopen jaren. Mariko Peters van Groenlinks vond dat ze dat wel moest doen. "We gaan niet op stel en sprong een nieuw systeem invoeren", zo zei Van der Hoeven. "Je hebt nog een aantal jaren subsidie nodig". Ook de SDE-heffing wordt gewoon, zoals gepland, ingevoerd. Het is de bedoeling dat de kosten van de subsidie voor duurzame energie (de SDE) in de toekomst gefinancierd gaan worden middels een heffing op de energierekening, in plaats van uit de belastinginkomsten zoals nu. Van der Hoeven is echter van mening dat het niet zinvol is om tot in lengte van dagen duurzame energie te subsidiëren met een exploitatiesubsidie als de SDE (waarmee een bedrag per opgewekte kWh uitgekeerd wordt).

Markten creëren (met verplichtingen)
"Het duurzaam energiebeleid nu teveel ingekapseld in het klimaatbeleid. Maar er zijn slimmere manieren om tot een reductie in de CO2-uitstoot te komen, bijvoorbeeld door het verlagen van de uitstootplafonds voor CO2, door energiebesparing of door het inkopen van CO2-rechten (waarmee de industrie ze niet meer kan kopen. red.). Als je duurzame energie geïsoleerd bekijkt kom je niet tot een transitie. Je moet het energiebeleid rationeler en economischer bekijken. Het is niet onze morele plicht om duurzame energie te genereren. Het is een economische kans. Je moeten een markt creëren voor duurzame energie, maar dat lukt niet met subsidie." Met exploitatiesubsidies worden onrendabele productiemethoden in stand gehouden, zo denkt de minister, in navolging van de ambtenaren op het ministerie. Innovatiesubsidies zouden daarentegen wel ergens goed voor zijn. "Hoe kun je naast de SDE ook innovatiegelden inzetten?", zo is de vraag.

Boodschap voor het volgend kabinet
Om die markten te creëren moet je volgens Van der Hoeven de juiste randvoorwaarden scheppen. Daarom, zo zegt ze, pleit ze voor een verplicht aandeel duurzame energie. Van der Hoeven leek zelf niet te beseffen dat het wel enigszins controversieel klinkt: markten creëren door partijen te verplichten bepaalde producten te produceren. De keuze voor verplichtingen is dan ook vooral ingegeven door financiële motieven. Duurzame subsidie is duur. Vandaag nog doet Van der Hoeven twee subsidiebeschikkingen op de bus waarmee voor 4,5 miljard euro twee windmolenparken op zee kunnen worden gebouwd. Dat geeft de minister ook toe. Van der Hoeven: "Ik heb gezien hoe de SDE-regeling uitpakte. We moeten, gegeven de ervaring die we nu hebben en de stand van de overheidsfinanciën, kijken of we niet meer uit onze energiepolitiek kunnen halen." Dat is wat ze het volgende kabinet wil meegeven.

Andere aanvliegroute
Een markt creëren dus voor duurzame energie; zodat partijen zelf voor duurzame productie kiezen (met een beetje hulp van de wet dus). Die markt zal zich moeten ontwikkelen naast die voor fossiele energie, die dominant blijft. Van der Hoeven wil de markt voor grijze energie en groene energie bij elkaar brengen door de subsidies voor groene energie af te bouwen. Een interessante verschil van benadering met de CU werd zichtbaar. 'U bevestigt steeds het beeld dat groene energie duur is', zo merkte Wiegman op. 'Maar het is juist zo dat grijze stroom te goedkoop is. We moeten zorgen dat grijze stroom duurder wordt.' Van der Hoeven was het min of meer met haar eens. Ook de club van grote landen G20 heeft volgens de minister opgemerkt dat de impliciete subsidie voor grijze stroom moet worden aangepakt. Volgens Van der Hoeven zijn het twee delen van dezelfde waarheid. Wiegman heeft alleen een andere aanvliegroute.

Samsom steeds minder groen
Samsom van de PVDA kon zich grotendeels vinden in de uiteenzetting van de minister. Ook de PVDA voelt wel voor verplichtingen. De partij wil echter vasthouden aan het doel van 20% duurzame energie in 2020. Hij vroeg of Van der Hoeven die doelstelling had losgelaten, waarop de minister zei dat we blij mogen zijn als we die 14% haren. Opvallend was dat Samsom tijdens het debat een aantal keren slechts twee van de drie doelstellingen noemde: 20% duurzame energie en 2% energiebesparing per jaar. Geen woord over CO2-reductie. Het doel hierbij was 30% in 2020, maar het is dus, gezien deze zwijgzaamheid, de vraag of de partij hieraan vast houdt. Andere Europese lidstaten hebben dit doel ook al verlaten omdat de rest van de wereld zich vooralsnog niet achter een soortgelijke doelstelling schaart.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn