Duurzaamheid. We zijn goed in creativiteit maar niet in destructie

19 mei 2010 - "Het grootste probleem is onze mindset. We denken niet genoeg aan innovatie. Premier Balkenende heeft dat met de instelling van het innovatieplatform in 2003 in één klap veranderd. Hij heeft innovatie op de agenda gezet. Ik weet dat er een kritische evaluatie is geweest. Ik ben het er niet mee eens", zo zei Gerard Dijkema van de TU Delft woensdag tijdens een bijeenkomst over innovatie in het bedrijfsleven. Moeten we niet bang zijn voor China? Nee, want wij zijn creatief. Maar die creativiteit moet gepaard gaan met destructie, indachtig het concept van creative destruction, en in dat laatste zijn we niet zo goed, zo zei Bijkema.

Nieuwe (echte) sociale netwerken
Volgens Dijkema heeft het platform er toe geleid dat er allerlei sociale netwerken zijn ontstaan, bij branche-organisaties en in de regio (bijvoorbeeld de regio Twente). Een innovatieplatform kan veel teweeg brengen. Het grote voorbeeld op dit gebied is Finland. Dat land, dat vroeger vooral teerde op de papierindustrie, heeft een metamorfose ondergaan als gevolg van het werk van een innovatieplatform. Onder meer Nokia is er uit voortgekomen. "Dat is hier niet gelukt. Een verschil met Nederland is dat de banden tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid in Finland veel hechter zijn", zo zegt Dijkema.

Wel kijken niet kopen
Een ander probleem is dat bedrijven wel zeggen dat ze erg voor duurzaamheid zijn, maar dat ze het af laten weten als er betaald moet worden. Daarom is het onder meer voor de TU Delft lastig om aan geld te komen. In Finland, Amerika en Japan is dat heel anders. Piet van Staalduinen van Syntens, dat innovatieve ondernemers bijstaat, vindt ook dat het innovatieplatform zijn nut heeft bewezen als het gaat om het zetten van de agenda's. Waar het aan ontbrak was 'mobilisatiepotentieel', zo zegt hij. "Als we met voorstellen kwamen begonnen de verschillende ministeries ruzie te maken."

Duurzaamheid zit ons in de genen
Maar er is volgens Van Staalduinen wel een 'mindshift' opgetreden en de economische situatie heeft daarbij ook geholpen. Als het goed gaat met de economie hebben ondernemers niet zoveel tijd om over innovatie na te denken. Het Midden- en kleinbedrijf (MKB) zit dicht bij de klanten en heeft in de gaten dat die klanten oog hebben voor duurzaamheid. De duurzaamheid zit diep in de maatschappij. Van Staalduinen adviseert het volgende kabinet om het innovatieplatform in stand te houden. "Als je het nu onder water laat zakken dan is de investering echt weg. Maar we moeten wel echt iets doen aan het mobiliserend vermogen." En we moeten volgens hem een groter deel van de koek gunnen aan kleine bedrijven. De overheid moet het voorbeeld geven en de opdrachten opdelen in kleine kavels. Er volgde applaus vanuit de zaal.

Geen mannen van na de oorlog meer
Ook een directeur van werkgeversvereniging FME-CWM constateert dat er veel veranderd is bij de ondernemers in zijn branche (de metaal-elektrische industrie). "Mijn vader en opa waren mannen van na de oorlog. De ondernemers van nu zijn hoogopgeleide dames en heren die heel wat meer van de wereld hebben gezien." Toch valt er nog wel wat te wensen. Want FME heeft ook een innovatieprijs. Van de 13.000 leden meldden zich er maar dertig aan. "De Nederlandse ondernemer is niet goed in het etaleren van zijn duurzaamheid. Als je het niet bent moet je het ook niet doen. Maar als je wel duurzaam bezig bent mag je dat laten zien."

In China is alles beter, maar niet heus

Nederland zou inmiddels zijn weggezakt in de lijstjes waarin landen staan gerangschikt al naar gelang hun innoverende kracht. "Bent u niet bang dat over een aantal jaren er tien Chinese provincies in de top tien staan?", zo vroeg een ondernemer uit het publiek aan de heren, die op het podium stonden. "Ik ben niet zo dol op die lijstjes", zei Bijkema. "Maar ze helpen wel. Je ziet het aan Zuid-Holland dat op een gegeven moment ook te horen kreeg dat het wegzakte. De provincie is toen wel aan de slag gegaan. Het beeld van die wegzakkende positie scherpt ons."

Shell moet bakens verzetten
En we hebben volgens Dijkema nog altijd wat te bieden, en dat is het creatieve. "We zijn bijvoorbeeld goed in Dutch Design en daar worden we door de hele wereld om gewaardeerd. Maar we zijn niet zo goed in destructie. Als je iets nieuws opbouwt dan moet je ook iets afbreken, indachtig de term creative destruction, waar de bekende econoom Schumpeter al lang geleden mee kwam. "Wat zouden we af moeten breken?", zo vroeg dagvoorzitter Willem Lageweg (directeur MVO Nederland) aan hem. "Energiebedrijven", zo klonk het vanuit de zaal. Bijkema noemde als voorbeeld de elektrische auto. "Producenten van de elektrische auto bieden iets aan dat de klant prefereert. Dat is niet leuk voor Shell en Exxon. Zij moeten de bakens moest verzetten of genoegen moet nemen met een andere rol."

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn