Wet Voorrang voor duurzaam: Eerste Kamer moet er ook nog overheen

26 mei 2010 - De Eerste Kamer lijkt niet over één nacht ijs te willen gaan bij de behandeling van de wet Voorrang voor Duurzaam. De wet stond al een aantal keren op de agenda maar is daar weer vanaf gevoerd, mogelijk omdat de Kamerleden meer tijd nodig hebben om zich de wet eigen te maken. Ze hebben minister Van der Hoeven van Economische Zaken in ieder geval een hele waslijst aan vragen voorgelegd. Veel nieuws bevatten de antwoorden niet, want de vragen zijn goeddeels dezelfde als de Tweede Kamerleden in een grijs verleden al eens stelden. Blijkbaar nemen de leden van de Eerste Kamer niet de moeite om kennis te nemen van de behandeling door de Tweede Kamer van wetsvoorstellen waar zij zich in een later stadium over moeten buigen.

Hallo, aarde hier
En dus begint het hele wetgevingscircus weer van voren af aan. De SP maakt het wel heel bont. Die vraagt doodleuk om een "uiteenzetting op hoofdlijnen over de belangen die geraakt worden door dit wetsvoorstel". 'Hallo, aarde hier, waar waren jullie de afgelopen twee jaar?' De wet héét nota bene 'Voorrang voor duurzaam en versterking van de werking van de gasmarkt'. Maar het voordeel van zo'n herhaling van zetten is weer wel dat de lijst van antwoorden van de minister een soort update is van de stand van zaken. Daar halen we enkele nieuwtjes uit. Zo stuurt de minister na de zomer een wetsvoorstel naar de Kamer om de zogenaamde derde Europese Gasrichtlijn te implementeren. Die richtlijn is midden vorig jaar aangenomen en bevat onder meer het voorschrift dat de de landelijke netbeheerder (in Nederland: de Gasunie) voldoende grensoverschrijdende capaciteit moet bouwen om tot integratie van de Europese netwerken te komen.

Opschaling zit er niet in
Verder komt op 16 juni voor het eerst de 'Stuurgroep visie netbeheer' blij elkaar. Die stuurgroep gaat kijken of het zinvol is om regionale netbeheerders samen te voegen, zoals ooit een advies van Anne Willem Kist heeft geluid. Die netbeheerders zijn op eigen benen komen te staan sinds de commerciële takken zijn afgesplitst en, voor een deel, verkocht zijn aan grote buitenlandse bedrijven. Maar uit de woorden van de minister valt op te maken dat er geen grote fusies zullen plaatsvinden, maar dat het eerder om een herverkaveling gaat. "Dit wil overigens niet zeggen dat deze herverkaveling moet leiden tot schaalvergroting", zo schrijft Van der Hoeven. Naarmate het aantal netbeheerders afneemt, wordt het lastiger om ze met elkaar te vergelijken en om benchmarking toe te passen. Dit zit mogelijk achter deze terughoudendheid.

Betere grensovergangen
Ook werkt de minister nog steeds aan maatregelen om het nieuwkomers wat makkelijker te maken om gas in te voeren, zonder daar meteen extra pijpen voor aan te leggen. Veel van de congestie op de grens is namelijk virtueel. Capaciteit is al lang van te voren volgeboekt, terwijl die in de praktijk vaak niet wordt gebruikt. Dit maakt het lastig voor nieuwkomers van buiten om gas in Nederland aan te gaan bieden. "Komt u over een paar jaar maar terug ", zo krijgt die nieuwkomer te horen. Dat wil Van der Hoeven dus veranderen. Rond de zomer zal hiervoor een nieuw besluit aan de Kamer worden voorgelegd, zo schrijft Van der Hoeven. Het is een wijziging van de 'regeling tariefstructuren en voorwaarden gas'.

Stoere aansluitplicht
Een interessant punt is nog dat de aansluitplicht voor netbeheerders voor gas niet zo dwingend is als de term 'aansluitplicht' doet vermoeden. De nieuwe wet regelt dat de beheerder van een gasnetwerk verplicht is om iemand aan te sluiten die daarom vraagt, net als dat voor elektriciteit nu al het geval is (de Gaswet loopt over het algemeen een paar jaar achter op de elektricitietswetgeving). Het klinkt wel stoer: aansluitplicht. Maar in de praktijk is het eerder een aansluitmogelijkheid dan een aansluitplicht.

Netwerkgebied wordt gatenkaas
Een netbeheerder hoeft namelijk woningen die zijn aangesloten op een warmtenet niet van een gasaansluiting te voorzien. Dat klinkt nog wel logisch omdat het gevaar bestaat dat de aanleg van het warmtenet weggegooid geld is. De vraag naar gasaansluitingen zal waarschijnlijk groot zijn, gezien de slechte ervaringen die veel mensen hebben met warmtenetten. Maar er is toch een aansluitplicht voor de netbeheerder in het gebied waar hij actief is?, zo staat in de wet en er staan ook geen uitzonderingen gespecificeerd. Hoe wordt dat dan opgelost? Het woordje 'gebied' blijkt cruciaal te zijn. Het gebied waar een netbeheerder actief is omvat niet langer de wijken waar een warmtenet is aangelegd, waarmee dit gebied dus eigenlijk een soort gatenkaas wordt.

Aansluitplicht, behalve als er geen plicht is
Er is echter nog een uitzondering om onder de plicht uit te komen. Het moet voor de netbeheerder 'rendabel' zijn om iemand aan te sluiten. Het gebied van de regionale netbeheerder kan nog verder worden ingeperkt, door gebieden waar het onrendabel is om een gasaansluiting te realiseren er uit te halen. Dit gebeurt 'op voorstel van de netbeheerders'. Deze gebiedsuitsluiting kan tot op gedetailleerd niveau, zo schrijft Van der Hoeven, dus de bewoners van die afgelegen boerderij kunnen fluiten naar de aansluiting. Waarschijnlijk geeft dit de netbeheerder een handvat om altijd onder de aansluitplicht uit te komen. "Het is niet rendabel om u aan te sluiten". Uitgeluld. Dit soort symboolwetgeving lijkt steeds meer om zich heen te grijpen.

Verjaringstermijnen vervallen niet
En verder blijft er discussie rond de artikelen over verjaringstermijnen en vervaltermijnen. Netbeheerders moeten binnen twee jaar nadat een vordering is ontstaan een rekening sturen. Dit om te voorkomen dat mensen jaren na dato nog met een grote rekening van de energietransporteur worden geconfronteerd. Maar hoe noem je de periode waarbinnen de netbeheerder een rekening moet sturen? De minister had het in eerste instantie, mede op verzoek van de Eerste Kamer, over een verjaringstermijn. De Tweede Kamer heeft in een amendement bepaald dat het vervaltermijn wordt. Het verschil is dat een verjaringstermijn kan worden 'gestuit', zoals dat heet. De netbeheerder hoeft maar een briefje te sturen om weer een aantal jaren te wachten met het sturen van een nota. Bij een vervaltermijn is dat niet het geval: die vervalt gewoon echt.

Niemand heeft belang bij onduidelijkheid
Nu wordt het met deze wet weer anders: de netbeheerder moet niet binnen twee jaar een factuur sturen, maar een 'vordering tot betaling' doen. De wijziging is er op verzoek van Eerste Kamerlid Franken (CDA) gekomen. De gedachte erachter lijkt te zijn dat factureren één manier is om geld te vorderen maar dat er ook andere manieren zijn.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn