EZ ontfermt zich over Warmtewet en slaat meteen aan het schrappen

30 juni 2010 - Het ministerie van Economische Zaken gaat zich ontfermen over de ongelukkige Warmtewet, zo bleek vanmiddag tijdens een Kamerdebat. De wet, die al is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, is onuitvoerbaar, zo vindt het ministerie, en moet drastisch worden gewijzigd. Niet leuk voor de initiatiefnemers van de wet: de PVDA en het CDA. Kamerleden van deze fracties accepteren de conclusies van het ministerie, maar hebben niet meer de puf om zich nog een jaar met de wet bezig te houden en zijn blij dat het ministerie de verantwoordelijkheid over neemt.

Veelbewogen geschiedenis
De wet kent al een hele lange geschiedenis. Niemand van de Kamerleden die het debat van vanmiddag bijwoonden hadden de geboorte van de wet meegemaakt, zoals Halbe Zijlstra van de VVD opmerkte. Maar begin dit jaar is ie dan toch aangenomen. Aan het ministerie van Economische Zaken de taak om te zorgen dat de wet zijn beslag in de praktijk zou krijgen. Die had daarvoor een Warmtebesluit opgesteld, maar al doende kwam de ambtenarij tot de conclusie dat de wet niet uitvoerbaar is en bovendien niet tot de beoogde doel zou leiden. Het doel is bescherming van huishoudens die vastzitten aan een warmtenet, door het opleggen van maximumtarieven aan warmteleveranciers. Maar de wet zou eerder tot hogere dan tot lagere tarieven leiden, zo concludeerde het ministerie op basis van onderzoek uitgevoerd door de NMA.

Eén wet; twee gedachten
Het doel is nobel en iedereen in de Kamer schaarde zich er vanmiddag weer eens achter. Maar hoe stel je de maximumtarieven vast? De wet hinkt op twee gedachten. Er zijn maximumtarieven en redelijke tarieven. De maximumtarieven zijn de tarieven die de afnemers van warmte zouden betalen als ze een gasketel hadden gehad, het niet-meer-dan-anders-principe (NMDA-principe). De redelijke tarieven is een cost-plus prijs, die de rendementen van de warmteleveranciers aan banden moet leggen. De prijs die consumenten moeten betalen is de redelijke prijs zolang die onder de maximumprijs ligt en anders is die de maximumprijs. De afnemers krijgen het teveel betaalde over de afgelopen jaren terug, zo regelde de wet.

Rendement op zijn beloop laten
Onwerkbaar, al die prijzen. Vereenvoudiging is nodig. Het ministerie had het verzoek van de Kamer zien aankomen en de minister stelde meteen voor om het redelijke tarief uit de wet te schrappen. Het tarief wordt dan het maximumtarief gebaseerd op het NMDA-principe. Wel moet gezorgd worden dat het rendement van de warmtebedrijven binnen de perken blijft. Dat kan door de invoering van een 'rendementstoets'; als het rendement te hoog wordt moeten de tarieven het jaar daarna omlaag om de winst af te romen. Maar liever doet de minister nog even niets, want de rendementen zullen voorlopig nog niet te hoog zijn. Bovendien ontneemt het voor warmteleveranciers om zo laag mogelijke tarieven voor de warmte, die zij ook weer moeten inkopen, te bedingen.

Geen terugwerkende kracht
De minister schrapt ook het liefst de terugwerkende kracht van de wet. Er zijn nauwelijks winsten gemaakt, dus er valt niet zoveel terug te betalen door de warmtebedrijven. Om de administratieve rompslomp te vermijden kan er dan maar beter helemaal afgezien worden van die terugwerkende kracht. Ook kleven er juridische risico's aan. Wat de minister er ook het liefst uit zou schrappen is de grens van 1000 kW die in de wet is opgenomen. Mensen met een aansluiting onder dat vermogen vallen onder de wet en zijn dus beschermd.  Die 1000 kW is best wel veel, zo zei Van der Hoeven. Haar ministerie valt er dan bijvoorbeeld ook onder. En de grens is arbitrair, zo vindt Van der Hoeven. "Dat is mooi want dat heeft die dan gemeen met elke grens", zo zei Samsom (PVDA). De minister wil de grens echter terugbrengen naar 100 kW. Argument: het is lastig om eenzelfde prijs, gebaseerd op het NMDA-principe, vast te stellen voor zowel huishoudens als voor grote organisaties zoals haar eigen ministerie. Met dat laatste schrapverzoek had de Kamer echter moeite.

Onderzoeken aan de lopende band
De Kamer was het echter in grote lijnen wel eens met de aanpak van de minister. Van der Hoeven wilde in eerste instantie de initiatiefnemers nog betrekken bij de aanpassingen van de wet maar Samsom hield de boot af. Anders zou de Kamer haar controlerende taak niet naar behoren kunnen uitvoeren, zo zei hij. Koppejan (CDA) wilde meer zekerheid over de betrouwbaarheid van het NMA-rapport, waar heel de verbouwing van de Warmtewet aan te danken is. Hij had zojuist weer een ander onderzoek onder ogen gekregen: van Beko-advies, uitgevoerd in opdracht van de Consumentenbond. Daaruit bleek dat de tarieven die mensen met een warmtenet nog altijd 26% boven die van een 'gashuishouden' liggen. Volgens Van der Hoeven zijn de conclusies van dit onderzoek echter gebaseerd op slechts één warmtenet. Ook wordt daar uitgegaan van een ander NMDA-principe dan waar de minister vanuit wil gaan in de toekomstige wet. Maar toch gaat ze het uitzoeken.

Hekel aan exploitatiesubsidies
En ook bewonersorganisaties klagen nog steeds steen en been, zo merkte Van Bemmel (PVV) op. De conclusies van het NMA-onderzoek worden echter weer gestaafd door uitspraken van De Koepel, een verbond van duurzame organisaties. Die stelt er maar liefst 400 warmtenetten zouden zijn afgeblazen door de lage rendementen, zoals Paulus Jansen (SP) opmerkte.  Waar altijd veel te doen over is, en ook vandaag weer, is het warmtenet van Purmerend, dat maar niet winstgevend wil worden. De Kamer wil dat de minister een oplossing zoekt. Er gloort hoop. De gemeente schijnt zelf het initiatief te hebben genomen om bepaalde innovatieve investeringen te doen. Dat moet de minister belonen met bijvoorbeeld een garantiestelling, zo vinden Kamerleden. Van der Hoeven leek het goed te vinden, zolang ze maar geen exploitatiesubsidie hoeft te geven. Daar heeft ze in de afgelopen tijd een grondige hekel aan gekregen.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn