Klimaatgeschiedenis: ‘If you don’t want to join us, get out of the room’

26 augustus 2010 - Jacqueline Cramer was gefrustreerd. Het was zaterdag en eigenlijk was de conferentie al ten einde, maar er was nog geen enkel resultaat. Ze zat vlak voor de Amerikaanse delegatie in de zaal, tijdens de klimaatconferentie op Bali in december 2007. ‘Zeg nu eens gewoon ja, blokkeer niet alles’, dacht ze. Het werd emotioneel. "If you don’t want to join us, get out of the room", zo schreeuwde opeens een vertegenwoordiger tegen de Amerikanen. Je kon een speld horen vallen. Cramer keek nog eens achterom. De Amerikanen waren de enigen die van alles aan het doen waren, ze waren aan het bellen met het Witte Huis. Opeens zei één van hen dat Amerika in zou stemmen met het actieplan. Geklap en gejuich. "Ook ik juichte", zo zei de oud-minister van Milieu woensdag op de IIR-conferentie het Nationale CO2-platform 2010, woensdag in Rotterdam.

Jullie moeten betalen
Cramer keek terug op twee jaar internationaal klimaatbeleid. De conferentie op Bali was het startpunt. De doelstelling van een stijging in de temperatuur van maximaal 2 graden werd er geaccepteerd. Nieuw was dat voor het eerst ook ontwikkelingslanden beloofden iets te doen. Maar de rijke landen zouden moeten betalen; dat was een hard punt van deze landen. ’We willen niet geremd worden in onze ontwikkeling’, zo was de gedachte. Een derde uitkomst was dat er getracht wordt om bossen te behouden. Omdat de discussie hierover in de marge van de conferentie plaats vond, is hier redelijk veel vooruitgang in geboekt, zo zei Cramer.

Wie controleert het?
De basis van de conferentie op Bali was het vierde IPCC-rapport, waarin stond dat het “zeer waarschijnlijk” is dat het handelen van de mens de oorzaak is van opwarming van de aarde. Het rapport is later onder vuur komen te liggen. Maar er waren meer hete hangijzers. Zoals het verschil in inzet tussen ontwikkelingslanden en Westerse landen. Het verschil was dat Westerse landen doelstellingen kregen, terwijl ontwikkelingslanden slechts acties hoefden te nemen. Het punt was hoe te controleren dat de laatste landen deze acties inderdaad namen. De Verenigde Staten wilde dat kunnen controleren, maar landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika wilden daar niets van weten.

Anti-Bush stemming
Het was hierdoor dat de Verenigde Staten geen stap wilde zetten. Het leek een redelijke eis van Amerika, opvallend dus dat de anti-stemming helemaal gericht was tegen de Verenigde Staten. Waarom niet tegen China en India? We vroegen het Cramer. De Republikeinen (Bush was nog aan de macht) wilden helemaal niets, zo zei ze. Een ander punt was de financiering. Hoeveel geld? Hoe wordt het verdeeld? En wie beheert het geld? De ontwikkelingslanden vertrouwden instellingen als de Wereldbank niet. Een derde probleem was dat de ontwikkelingslanden wilden dat de Westerse landen na 2012 door zouden gaan met het Kioto-verdrag. Dat zou in 2012 aflopen. Maar het Westen wilde dat alleen als de ontwikkelingslanden mee zouden doen. “Ook dit punt heeft de hele tijd veel invloed gehad”.

Uiteindelijk kwam er toch iets uit. Het compromis was dat dat gegevens van de ontwikkelingslanden verzameld mochten worden 'met respect voor de soevereiniteit van de nationale commissies', zoiets, zo zei Cramer na afloop van het haar presentatie tegen ons.

Wordt vervolgd

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn