Wie heeft er nog niet grof geld verdiend aan de CO2-markt?

30 augustus 2010 – CO2-uitstootrechten voor de tweede handelsperiode (tot en met 2012) kunnen gebruikt worden voor de periode daarna (de derde handelsperiode van het Europese emissiehandelsstelsel). Was dat niet zo geweest, dan was de prijs allang ingestort, want er is een groot overschot aan rechten voor de tweede periode. Mensen gaan er vanuit dat bedrijven de rechten na 2013 wel nodig hebben, maar het is nog maar de vraag of dat echt zo is. Dit zei Seb Walhain, hoofd Energy and Commodities Fortis (na de fusie: ABN Amro) woensdag op het Nationale CO2-congres 2010 van IIR in Rotterdam.

 

Grof geld
Walhain heeft voor zijn werkgever grof geld verdiend in de beginjaren van het Europese emissiehandelsstelsel (vanaf 2005). Hij bracht ongeveer een miljard euro aan uitstootrechten vanuit China naar Europa om ze hier aan klanten te verkopen. Hij verkocht ze hier aan honderden tevreden klanten, zo zei hij. Onder het VN-programma Clean development mechanism (CDM) kunnen bedrijven uitstootrechten creëren door in China of andere ontwikkelingslanden duurzame energieprojecten op te zetten. De reductie in CO2-uitstoot die hier, zogenaamd, het gevolg van is levert rechten op die in het Westen gebruikt kunnen worden. Dat hier flink mee gesjoemeld is bleek laatst. De markt gaat er dan ook vanuit dat de import van deze rechten aan banden wordt gelegd. Dit verklaart volgens Walhain de recente lichte opleving in de prijs van CO2-uitstootrechten.

Corus opkopen
Nadat de eerste transactie in CO2-uitstootrechten door Nuon en Shell in 2005 een feit was steeg de prijs alleen maar, van 6 naar 8 naar 10 euro per ton. Er waren alleen maar bedrijven die rechten kochten, terwijl de industrie helemaal niet bezig was met energiebesparing en het reduceren van de uitstoot, zodat er dus geen aanbod van rechten was. Eigenlijk had Walhain staalbedrijf Corus willen opkopen, zo zei hij, waarna hij de fabriek meteen zou sluiten en de CO2-uitstootrechten zou verkopen. De waarde van de rechten die Corus had gekregen was meer dan de waarde van heel  het bedrijf, dus het zou een winstgevende transactie zijn geweest. Zijn baas vond het echter niet zo’n goed idee.

Sell, sell, sell….
Hoogconjunctuur dus, tot mei 2006. Toen werd duidelijk dat er een groot overschot aan rechten was. Het was voor het eerst dat de werkelijke cijfers over de uitstoot van bedrijven naar buiten kwamen. Daarvoor hadden de autoriteiten aan de bedrijven gevraagd wat ze in het verleden hadden uitgestoten. Hoe hoger de cijfers die ze noemden, hoe meer rechten ze zouden krijgen, dus drie keer raden of de bedrijven hun uitstoot zouden overdrijven of niet. Walhain zat met de toenmalige directeur van de Nederlandse emissieautoriteit (NEA) om tafel. Die zei dat ze een hartstikke goed jaar hadden gehad, want er was een groot overschot aan rechten. Walhain vroeg of dit geen koersgevoelige informatie was. Dat was het. Hij ging verkopen en de prijs stortte in. Uiteindelijk werden de rechten voor de eerste periode van het stelsel (2005-2008) zo goed als niets meer waard.

Hopeloos
In 2008 startte de economische neergang. De vraag naar CO2-uitstootrechten daalde natuurlijk maar daar stond tegenover dat het aanbod ook daalde, zo vertelde Walhain. Er kwamen veel minder rechten vanuit China en dergelijke landen binnen. Banken hadden niet zo veel geld meer om te investeren. Uiteindelijk steeg de omvang van de CO2-handel nog in 2009, niet in volume maar wel in de waarde.  Mede omdat er uit de conferentie van Kopenhagen "helemaal niets" is voortgekomen is 2010 "hopeloos". De prijs is gedaald en de volumes zijn marginaal. Fortis doet nog wat voor bedrijven als Nuon, zoals de verkoop van rechten die vrijkomen bij een bouw van een windmolenpark in Polen en een warmtenet in Roemenië.

Fraude en bedrog
De toekomst is onzeker, maar men gaat er volgens Walhain nog wel vanuit dat er na 2013 een prijs voor CO2-uitstootrechten zal zijn (bedenk echter dat Walhain mogelijk niet het achterste van zijn tong laat zien, want de financiële belangen zijn groot, red.). We krijgen volgens de specialist echter wel steeds meer een fragmentatie van markten. Het is ondenkbaar dat het stelsel van de Verenigde Staten, als het er al komt, aangesloten zal worden op dat van de Verenigde Naties. Daar komt dus bij dat CDM-rechten (CER’s) in een kwaad daglicht zijn komen te staan door de HFC-fraude en de import aan banden zal worden gelegd. En verder heeft de BTW-fraude van vorig jaar voor een hoop imago-schade gezorgd. Organisaties hebben miljarden euro’s verdiend door CO2-uitstootrechten te verplaatsen van landen als Engeland naar Frankrijk, zodat de BTW geïnd kon worden, maar bij verkoop niet afgedragen werd omdat de onderneming snel opgeheven werd. Volumes op de Franse beurzen waren het tienvoudige van wat ze normaal waren. Volgens Walhain zijn het louter criminele organisaties geweest die dat gedaan hebben (waarmee hij blijkbaar niet de banken bedoeld, zo mogen we uit zijn woorden opmaken).

Gefragmenteerde markten
Vroeger ging Walhain er nog vanuit dat er één wereldwijde markt voor uitstootrechten zou komen, maar dat gaat niet gebeuren. Landen worden steeds meer geacht om de CO2-uitstoot in eigen land te realiseren. Dit zal met name ook Nederland treffen want die dacht de CO2-uitstootreductie even snel te realiseren door heel veel buitenlandse rechten aan te kopen. Het gevolg zal zijn dat er verschillende prijzen voor uitstootrechten zullen zijn en dat die prijs een weerspiegeling zal zijn van de kosten in de specifieke regio om de CO2-uitstoot omlaag te brengen. In Japan zijn die kosten heel hoog, want het land is al erg energiezuinig, en dus zal de prijs van uitstootrechten daar hoog zijn, veel hoger als in het naburige China.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn