Oerbossen en voedselproductie mogen niet lijden onder biobrandstoffen

2 september 2010 – In 2020 moet 10% van de brandstof voor vervoer uit biobrandstof bestaan, zo schrijft de Europese richtlijn Hernieuwbare energie voor. Vraag is hoe duurzaam de biobrandstof is. Niet, als voor de teelt van de biogewassen hele bossen worden gekapt. Deze directe effecten worden al meegenomen bij de beoordeling van de vraag of brandstof duurzaam is. Maar indirecte effecten nog niet. Dat gaat veranderen, zo schrijft minister Huizinga in antwoord op vragen van De Mos (PVV).

Oerbossen
Biobrandstoffen tellen alleen mee voor het halen van de doelstelling als die aan bepaalde criteria voldoen, zo is geregeld in de richtlijn. Zo mag de teelt van de gewassen die gebruikt worden voor  biobrandstof, als mais, palmolie en koolzaad niet leiden tot de kap van ‘oerbossen’, ofwel “ontbossing van land met een hoge biodiversiteit of met hoge koolstofvoorraden", zo schrijft Huizinga. Het kappen van gewone bossen lijkt dus wel te mogen.

Indirecte effecten
Maar er kunnen ook indirecte effecten zijn, zoals wanneer de teelt van biogewassen de teelt van voedselgewassen verdrijft. Boeren die toch voedsel willen gaan verbouwen moeten hun heil ergens anders zoeken en gaan dan wellicht bossen kappen. Of er wordt helemaal geen voedsel meer verbouwd, wat ook een probleem kan zijn. Dit maakt de biobrandstof er niet duurzamer op en de Europese Commissie en Nederland willen daarom dat onderzocht wordt of deze effecten optreden, voordat de biobrandstof het stempel duurzaam opgeplakt krijgt.

Volgende generatie
De hoop is verder gevestigd op zogenaamde tweede generatie-biobrandstoffen, brandstoffen die niet zijn gewonnen uit voedselgewassen maar uit afval, residuen en planten die niet voor voedsel worden gebruikt, zoals jatropha. Om die productie te stimuleren wordt het aandeel hiervan in het totale aanbod aan brandstof dubbel geteld. Dus oliemaatschappijen, die verantwoordelijk zijn voor het halen van de doelstelling, mogen hun aandeel gratis en voor niets verdubbelen als er biobrandstof van deze tweede generatie is gebruikt. Hoe ze dat dan weer allemaal meten? We weten het niet, maar NEA zou daar een rol in spelen.

Op de rem om te stimuleren
Om de productie van deze tweede generatie biobrandstoffen nog meer te stimuleren wordt het verplichte aandeel biobrandstoffen in de komende jaren slechts marginaal verhoogd, zo bleek uit een recente brief van de minister. Dit lijkt onlogisch maar de redenering van het ministerie van Vrom hierachter is dat als dat percentage te snel wordt verhoogd dat helemaal ingevuld zal gaan worden met eerste generatie biobrandstoffen. De productie van de tweede generatie is nog niet op gang goed op gang gekomen, vandaar.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn