Nieuw Europees emissiehandelsstelsel, hoe werkt het en waar leidt het toe?

5 oktober 2010 – Het miniserie van Vrom houdt een marktconsultatie over een wet waarin de inrichting van het emissiehandelsstelsel na 2012 geregeld wordt. De wet is een omzetting van een Europese richtlijn in nationale wetgeving. In 2013 gaat de derde periode in van het stelsel dat als doel heeft om de uitstoot van CO2 in Europa naar beneden te brengen. De eerste twee perioden liepen van 2005 tot en met 2007 en 2008 tot en met 2012.

Meer macht naar Europa
De derde periode loopt tot 2020 en is daarmee dus meteen de langste tot nog toe. De Europese Unie heeft als doel om de uitstoot in dat jaar met 20% teruggebracht te hebben, in vergelijking met de uitstoot in 1990; het emissiehandelsstelsel is zo ingericht om dat doel te bereiken. Voor het eerst stelt de Europese Commissie voor heel Europa een plafond vast, voor ieder jaar tot en met 2020. Voorheen stelden lidstaten zelf hun plafonds vast, waarna de Europese Unie moest gaan schaven en hakken om het totaal op Europees aanvaardbare niveaus te krijgen.

Hogere emissiekunde
Hoe wordt dat totaal berekend? Hou je vast. In 2020 moet de uitstoot dus 20% onder die van 1990 liggen. Van dat laatste jaar zijn geen goede cijfers beschikbaar; dus de reductie is omgerekend naar een reductie ten opzichte van 2005, de start van het emissiehandelsstelsel. Dan hoeft er nog maar 14% gereduceerd te worden. Dat scheelt al een stuk. Die reductie moet opgebracht worden door zowel de sectoren die onder het emissiehandelsstelsel vallen (de industrie en de energiesector) als door sectoren die naar niet onder vallen (bijvoorbeeld verkeer, gebouwen, tuinbouw, etc.). De Commissie heeft bepaald dat de emissiehandelssectoren hun uitstoot met 21% moeten terugbrengen en de rest met 10%. Die laatste doelstelling wisselt echter sterk per land. Nederland is weer de gebeten hond met een doelstelling van minus 17%. Die van andere West-Europese landen ligt daar net onder en de Garlic Belt en Oost-Europa kunnen weer lekker potverteren.

Van 2032 naar 1679 miljoen ton
De emissie van de industrie en de energiesector moet dus met 21% omlaag ten opzichte van 2005. De uitstoot was gemiddeld in de tweede handelsperiode, 2032 miljoen ton. Dat plafond wordt ieder jaar lineair met 1,74% omlaag gebracht, zodat er in 2020 nog 1679 miljoen ton overblijft (17% minder dan 2010). Het plafond zal verminderd worden vanaf 2010, maar pas vanaf 2013 gaat het echt gelden, want dan gaat de nieuwe handelsperiode pas in. Het totaalcijfer zal echter nog talrijke keren gewijzigd worden, zo waarschuwt het ministerie maar alvast. Hiervoor zijn vier redenen.

Hard plafond is niet zo hard
Ten eerste zijn er bedrijven die er in de afgelopen jaren voor kozen om vrijwillig toe te treden tot het stelsel. Hun emissieruimte zat nog niet in de allocatieplannen voor deze periode en dus moet het plafond voor de komende jaren, wat hierop is gebaseerd, verhoogd worden. Ten tweede worden er nieuwe sectoren (luchtvaartsector, aluminium) onder het stelsel gebracht en ook gaan andere broeikasgassen meetellen. Voor die nieuwe bedrijven moet ook emissieruimte worden gecreëerd. Daarnaast wordt de reserve voor nieuwkomers naar beneden gebracht in vergelijking met de vorige periode. Dat zal nu een potje van 5% worden van het EU-plafond, voor heel de EU (dus dat wordt niet verder verdeeld over de lidstaten). En, op speciaal verzoek van Nederland, lidstaten kunnen straks weer bepaalde sectoren met veel kleine bedrijven uit het stelsel halen (opt-out), waardoor het totale plafond omlaag gebracht moet worden. Het laatste woord over die totalen is nog er nog niet over geschreven, zullen we maar zeggen.

Pingpongwedstrijd
Dan hebben we dus alleen nog maar het totaal voor de industrie en de energiesector bepaald. Dat moet verder verdeeld worden over alle bedrijven in het stelsel. De bedoeling is dat een deel gratis wordt weggegeven en een deel wordt geveild. De Europese Unie stelt vast hoeveel gratis rechten er in totaal weggegeven mogen worden, het ‘industrieplafond’. De gratis toewijzingen aan bedrijven worden echter in eerste instantie door de lidstaten vastgesteld, op basis van ingewikkelde berekeningen per bedrijf. Als deze getallen opgeteld het industrieplafond overstijgen dan moeten de lidstaten hun cijfers naar beneden bijstellen.

Lekkende bedrijven
Het gratis weggeven is dus aan regels gebonden. De energiesector krijgt in principe geen gratis rechten, die moet alles kopen op veilingen, die op touw worden gezet door de nationale overheden. Aan de andere kant zijn er bedrijven die alles gratis krijgen. Dit zijn bedrijven in sectoren die op de zogenaamde carbon-leakage lijst staan, dat zijn sectoren die concurrentie ondervinden van buiten Europa; gevreesd wordt dat die hun boeltje oppakken en naar Azië vertrekken als ze niet met fluwelen handschoenen worden aangepakt. De carbon-leakage lijst wordt langer en langer. Er staan nu al 163 sectoren op die verantwoordelijk zijn voor 75% van de uitstoot van de industrie en 25% van de totale emissie die door het ETS wordt gereguleerd. Voor de rest van de sectoren zullen de rechten deels geveild en deels weggegeven worden.

De beste tien procent
Het aantal rechten dat individuele bedrijven gratis krijgen wordt berekend aan de hand van benchemarks. Berekend wordt hoeveel rechten een bedrijf dat tot de 10% efficiëntste bedrijven in de sector behoort, nodig heeft om een bepaalde output te maken. Dit aantal is het aantal rechten dat alle bedrijven in die sector krijgen, per die bepaalde hoeveelheid output. Een deel van de industrie (de lekkende industrie) krijgt dus al deze rechten gratis. De rest krijgt een deel hiervan gratis. Dit deel loopt af van 80% in 2013 tot 30% in 2020. Veruit het grootste deel zal dus nog steeds gratis worden weggeven in de eerste jaren. Volgens het ministerie zullen dat er 1 miljard zijn (dus de helft), maar dat zouden er goed heel veel meer kunnen worden. Voor zover wij begrijpen zal er meer gratis worden weggegeven, naarmate de carbon-leakage lijst langer wordt.

EU-plafond minus industrie-plafond = veilplafond
Het aantal te veilen rechten is het totale plafond, minus het industrieplafond. De verdeling hiervan over de lidstaten gebeurt ook weer via ingewikkelde procedures, waarbij arme landen extra rechten wordt toegestopt en er een kleine bonus is voor landen die in 2005 hun uitstoot al met 20% hadden teruggebracht. Dit aantal wordt mogelijk niet meer in overeenstemming gebracht met het aantal te veilen rechten dat de overheden zelf nog nodig dachten te hebben (naast de gratis weggegeven rechten) voor hun industrie en energiesector. Die veilingen leiden tot opbrengsten voor de lidstaten: 50% hiervan “zou moeten worden gebruikt” (zo voorzichtig staat het er) voor projecten op het gebied van de reductie van CO2-uitstoot en duurzame energie. Daar kan dus mooi het begrotingstekort mee worden verminderd.

Tsjonge, jonge, jonge
Het is een behoorlijk bureaucratisch bouwwerk dat hier in de steigers wordt gezet. Ga maar na: voor alle Europese industriële sectoren moeten benchemarks (maximale uitstootnormen) ontwikkeld worden: hoeveel CO2 per product stoten de 10% efficiëntste bedrijven uit. Hiervoor moeten alle bedrijven in die sector wel eerst een berg gegevens aanleveren. Voor sommige sectoren is de berekening van zo'n norm echter te hoog gegrepen en voor die sectoren zijn alternatieven ontwikkeld. Vervolgens komen de lidstaten op basis van die benchemarks met voorstellen over het aantal rechten dat ze aan eigen bedrijven willen toekennen; maar het totaal daarvan moet weer in overeenstemming zijn met de plafonds van de Europese Unie. Die gaat al die individuele toewijzingen weer wijzigen en als dan uiteindelijk, een paar jaar later, besluiten zijn genomen kunnen de bedrijven daar ongetwijfeld weer tegen in beroep. Verder is er die almaar uitdijende lijst van uitzonderingssectoren, waartoe iedereen wil behoren. En naarmate die uitdijt zal het aantal gratis rechten uitbreiden, maar hier was een plafond voor gezet, dus dat moet dan worden aangepast, waarna dus ook de rechten voor individuele bedrijven moet worden aangepast, etc. En natuurlijk moeten alle daadwerkelijke emissies van de bedrijven ook nog eens bijgehouden worden.

Uitzonderingen maken een puinhoop van de regel
En verder zijn er dus voor elke regel weer een hoop uitzonderingen. Zo is de opmerking dat de energiesector alle rechten moet kopen niet helemaal waar, of misschien wel helemaal niet waar. Energiebedrijven krijgen gratis emissierechten als ze warmte produceren voor warmtenetten en als ze dat doen met gebruik van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling (en welk energiebedrijf doet dat tegenwoordig niet?). En de uitvoeringsregels van de Commissie, die nog moeten worden vastgesteld, kunnen nog andere uitzonderingscategorieën bevatten, bijvoorbeeld voor bedrijven in de glastuinbouw, voor wie elektriciteitsopwekking niet de core business is.

Copyright © Energieenwater.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn