Emissiehandelsstelsel NOx mislukt, maar ministerie wil toch door

28 oktober 2010 - Het Nederlandse emissiehandelsstelsel voor NOx is zo goed als mislukt. Dat kan worden opgemaakt uit een brief van de vorige minister van Milieu Huizinga. De prijs voor de NOx-rechten is al lange tijd nul omdat er veel te hoge plafonds zijn vastgesteld. Toch wil de minister nog niet van het stelsel af. Het alternatief is dat er in de vergunning strenge eisen moeten worden gesteld, en daar houden we in Nederland ook niet zo van.

Evaluatie nu pas openbaar
De Tweede Kamer had vragen gesteld over het piepkleine broertje van de CO2-emissiehandel, dat ook in 2005 van start is gegaan. Vreemd was ook dat er vorig jaar een evaluatie van stelsel is geweest, zonder dat de resultanten daarvan openbaar zijn gemaakt. Dat is nu wel gebeurd. Het rapport van de Commissie Moons is nu ook naar de Kamer gestuurd. Daar komt ongeveer hetzelfde beeld van een mislukt stelsel uit naar voren, hoewel het niet met zoveel woorden  gezegd wordt.

Veel te veel rechten
Nederland moet de emissie van NOx terugbrengen naar minder dan 260 kiloton per jaar. De bedrijven die onder het stelsel vallen moeten onder de 65 kiloton blijven, zo is in 2005 bepaald. Een leek zou denken dat er dus maar voor 65 kiloton aan rechten in de markt is, maar zo simpel is het niet. In 2005 waren er rechten voor 100 kiloton. Geleidelijk is dit gedaald naar 66 kiloton in 2010. Op die manier moest een prijsexplosie voorkomen worden.

Werkelijke uitstoot
De werkelijke uitstoot is hier echter al die jaren ver onder gebleven. De werkelijke uitstoot daalde van 81 kiloton in 2005 naar 60 kiloton in 2010. Deze grote overschotten verklaren natuurlijk de prijs van nul. Bedrijven met tekorten konden die tekorten voor niets aanvullen. Volgens de minister waren er 167 bedrijfslocaties met een tekort en 157 bedrijfslocaties met een overschot. Die laatste bedrijven hadden gemiddeld een twee keer zo groot overschot dan het gemiddelde tekort van de andere bedrijven.

Deelbelangen
“We hebben moeten constateren dat de NOx emissiehandel de verwachtingen nog niet volledig heeft waargemaakt”. Dat is ambtenarenjargon voor de woorden: 'compleet mislukt'. De minister schrijft dit mislukken toe aan de nieuwe Europese richtlijn IPPC. Die zou het stelsel in de weg zitten. Maar dit lijkt geen erg geloofwaardige verklaring.  Een betere verklaring is dat er simpelweg veel te veel rechten zijn verleend. De werkgevers hebben hier waarschijnlijk goed lobbywerk verricht.

Raar mechanisme
Het blijft een raar mechanisme, die emissiehandelstelsels. Zo gauw duidelijk is dat er een overschot is, zal de prijs naar nul tenderen. Bedrijven met overschotten onderbieden elkaar dan waarschijnlijk in razend tempo. Zo gauw er een tekort is in de markt, en dit is alom bekend, zal de prijs, als het goed is, stijgen naar een niveau dat overeenkomt met de kosten van het nemen van maatregelen om de uitstoot tegen te gaan. Als er die niet zijn zal de CO2-prijs heel de winstmarge gaan opslokken. Zo gauw die hoger wordt, zal de fabrikant de productie stil leggen. Alleen bij desinformatie zal er een redelijke prijs tot stand komen.

Hoe verder?
Er is inmiddels een werkgroep ingesteld die adviseert om het stelsel in tact te laten. Het alternatief is dat er strenge eisen in de vergunning moeten worden opgenomen. Dit is ook de aanpak die de IPPC voorschrijft. Maar dan moeten de lasten van het halen van de doelstelling gedragen worden door een klein aantal ondernemingen, namelijk die bedrijven die hun NOx-uitstoot nog omlaag kunnen brengen, zo is de redenering van de werkgroep en nu ook van de minister. De minister wil daarom een minimale implementatie van de IPPC-richtlijn. Wel wil ze vergunningen gebruiken om te zorgen dat het totaal niet boven het plafond komt en dat er voor gezorgd wordt dat er lokaal niet te veel stikstof de lucht in verdwijnt.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn