Smartgrids komen er alleen als netbeheerders kunstmatig grote kortingen aanbieden

22 november 2010 - Smart grids is het modewoord in de energiesector van dit moment. Maar wat zijn het eigenlijk? ‘It is many things to many people.’ Maar het heeft in ieder geval iets met innovatie te maken. Erik ten Elshof van het ministerie van ELI had wel een aardige omschrijving, laatst op het Klimaatcongres 2010 in Utrecht. "Het leggen van een ICT-laag over de energie-infrastructuur". Kijk, nou komen we ergens; gewoon weer computerchips en communicatielijnen dus. Maar er zijn nog genoeg vragen over: waartoe dient het precies, wie gaat betalen en onder welke voorwaarden komt die ICT-laag er?

Vooruit naar de essentie
Eigenlijk is de essentie: het gebruik van ICT om vraag naar en aanbod van stroom beter te kunnen spreiden, waarmee zware investeringen in het net kunnen worden voorkomen. De keuze tussen spreiding (of peak shaving, zoals het tegenwoordig heet) en verzwaring van het net wordt met name belangrijk als de fluctuaties in het net toenemen, en dit kan het gevolg zijn van een toenemend gebruik van warmtepompen, elektrische auto's en zonnepanelen op het dak. In die zin kunnen slimme netten dus faciliterend zijn voor de opkomst van duurzame energie, maar bedacht moet worden dat toenemende belasting ook het gevolg kan zijn van de populariteit van jaccuzi 's, terrasverwarming en, vooral, airconditioning. En er is altijd nog de mogelijkheid om de netten te verzwaren. Wat goedkoper is, valt nog maar te bezien.

Bijkomende zaken
Kortom: duurzame energie en ICT rondom de netten kunnen elkaar aanvullen, maar ze zijn niet noodzakelijkerwijs aan elkaar gekoppeld. Daarnaast zijn er nog andere voordelen van de ICT-laag, maar dat zijn meer bijkomende zaken. Slimme meters zijn op afstand uitleesbaar; ze maken de meteropnemer dus overbodig en over de stand bij verhuizingen en bij switches valt in de toekomst niet meer de twisten. Dat maakt de facturering makkelijker. Verder maakt het de installatie van applicaties mogelijk die het inzicht in het energieverbruik vergroten, mochten mensen daar interesse voor hebben, en maakt het fraude-opsporing makkelijk. De energiebedrijven kunnen er verder een beter betalingsgedrag mee afdwingen, want de meter schijnt op afstand afkniijpbaar te zijn. Er zijn ook nadelen, maar daar gaan we het nu niet over hebben.

U mag niet onder de douche
Die spreiding of peakshaving is dus de essentie. Het uitvlakken van de vraag naar en het aanbod van stroom over de dag zodat de piek wat minder groot wordt en de kabels wat minder dik hoeven te zijn, net zoals er minder geïnvesteerd hoeft te worden in wegen als iedereen wat meer verspreid over de dag in de auto in stapt. De pieken in elektriciteitsverbruik liggen, net als bij het weggebruik, in de ochtend en in de avond. Iedereen stapt 's ochtends min of meer tegelijkertijd onder de douche. Mocht de elektrische auto doorbreken; dan wil iedereen die straks om zes of zeven uur 's avonds gaan opladen. In de toekomst kunnen die fluctuaties dus groter worden.

Opties met of zonder dwang
Dat laatste wil de netbeheerder voorkomen. Dat kan op twee manieren: door mensen te stimuleren zich anders te gaan gedragen of door de tussenkomst van apparaten, die het grootste deel van het werk overnemen. En in beide opties kunnen dwang en prijsprikkels centraal staan. Er zijn dus vier opties.

  • De combinatie mensen en dwang is lastig. Mensen dwingen om later of eerder onder de douche is onmogelijk. Een bepaling dat mensen pas na 8 uur de auto mogen opladen werkt ook niet. Bovendien gaat het er juist om dat de vraag gespreid wordt dus er zou voor ieder huishouden een ander dwangbevel de deur uit moeten uitgaan.
  • De combinatie mens en prijsprikkels biedt meer perspectief maar werkt waarschijnlijk ook niet. De energiebedrijven laten de stroomprijs dan variëren over de dag, met de bedoeling dat mensen hun stroomverbruik hierop gaan afstemmen. Probleem is dat die prijsprikkels noodzakelijkerwijs klein zijn. Ga maar na. De prijs van een kilowattuur stroom varieert, zeg, tussen 4 en 8 cent; een wasmachine gebruikt per wasbeurt een kWh dus mensen kunnen maximaal 4 cent besparen door ’s nachts te wassen, of op een ander tijdstip. Gaan ze niet doen. Alleen als de kortingen of boetes echt groot zijn, groter dan op basis van prijsverschillen is gerechtvaardigd, zullen ze hiervoor te porren zijn.
  • Van de mens moeten we het dus niet hebben. Blijft over: de machine. Apparaten kunnen zo worden ingesteld dat ze reageren op prijsprikkels. Apparatuur zorgt er dan voor dat de wasmachine of de diepvries pas aanslaat als de prijs laag is. De mens staat min of meer buiten spel; de peak shaving gebeurt achter zijn rug om. Dit is de manier waarop de balancering in de proef in Hoogkerk (Groningen) plaatsvindt, zo bleek uit een presentatie van iemand van Kema op het congres. Schijnt de zon ineens volop, dan produceren de zonnepanelen meer dan verwacht, daalt de prijs van stroom en dan slaan de warmtepompen aan. Ook dan zullen de voordelen echter klein zijn. Als mensen veel geld moet gaan investeren in de apparaatjes, dan hoeft het waarschijnlijk al niet meer.
  • Een alternatief is om heel dat gedoe met die prijsprikkels achterwege te laten en apparaten direct van buiten aan te gaan sturen. De netbeheerder of een andere 'dienstverlener' die de algehele situatie in de wijk in de gaten houdt en controle heeft over een groot aantal apparaten in de wijk, zorgt er voor dat ze niet allemaal tegelijkertijd aanspringen of afslaan, binnen bepaalde randvoorwaarden natuurlijk. Iemand stopt de was in de wasmachine en de dienstverlener bepaalt wanneer die gaat draaien, onder de beperkende voorwaarde dat die over vijf uur klaar moet zijn.  Het klinkt allemaal heel leuk en sexy en netbeheerders zijn er massaal onderzoek naar aan het doen, maar het gaat waarschijnlijk ook niet werken.

Weerbarstige praktijk
In die laatste twee gevallen hebben we het over smart grids. De praktijk zal weerbarstig zijn. Want zelfs als machines ingezet worden, dan zal de mens toch moeten meewerken. Er zijn allerlei apparaatjes in huis nodig die het mogelijk maken dat de elektronische apparaten met de slimme meter communiceren. Een hoop gedoe, en mensen zullen hier niet voor willen betalen. Dus alleen als ze gratis worden aangeboden is er enige kans op succes. De netbeheerders zouden dat in principe kunnen doen; alleen ze mogen het niet, want ze mogen zich niet op de commerciële markt voor deze apparaatjes begeven, zo bevestigde minister Verhagen laatst nog. Overigens is het ministerie hier wel mee aan het worstelen. Mogelijk dat netbeheerders ze wel mogen gaan aanbieden in de toekomst.

Wachten op de producenten
Een alternatief is wachten totdat de applicaties zijn ingebouwd in de elektronische apparaten zelf. Philips schijnt er al mee bezig te zijn. De consument heeft dan geen keuze meer, net als hij nu geen auto meer kan kopen zonder airbag. Dat kan nog lang duren, en dan nog moet er substantieel financieel voordeel tegenover staan, voordat de consument wil meewerken. Want deze bemoeienis van externe bedrijven met apparaten in huis leidt tot een zekere mate van discomfort. Het is niet prettig als je niet precies weet wanneer de wasmachine aan gaat slaan en wanneer je de was uit de machine kan halen. En daarnaast kan het als een inbreuk op de privacy worden gezien. Overigens zal gepriegel met vrieskisten en koelkasten tot minder weerstand leiden, want hier is het ongemak voor de consument minimaal. Ook warmtepompen en HRe-ketels lijken zich beter voor dit soort ingrepen te lenen. Het zijn nieuwe producenten en de leverancier kan de mogelijkheid van aansturing contractueel laten vastleggen bij levering.

Korting
Maar of ze nu ingebouwd worden of niet, er zal een flinke korting voor de consument tegenover moeten staan. Dat zal gewoon een vast bedrag per maand moeten zijn, van zeg tien euro per maand of meer. Het geklooi met differentiatie in leveringstarieven over de dag is een doodlopende weg. De verschillen zijn te klein, zoals boven al geschreven. Die verschillen in prijs, die al bestaan, worden in essentie bepaald door de verschillen in productiekosten; naarmate de productie van stroom groter is zullen er duurdere centrales ingezet moeten worden en dit leidt tot hogere tarieven. De kosten van investeringen in piekcapaciteit komen er niet tot in uitdrukking. Dat heeft te maken met een ander, groter, probleem: het zijn tarieven van de leverancier en niet van de netbeheerder. De leverancier is echter niet meer gebaat bij peak shaving. Omdat de twee bedrijven sinds een tijdje gesplitst zijn, ligt het niet meer voor de hand dat de leverancier de problemen van de netbeheerder gaat oplossen.

In or out
Het is dus aan de netbeheerder om iets aan de tarieven te doen. Hij zou zelf de tarieven voor het transport van stroom kunnen gaan variëren gedurende de dag. Maar dat is lastig want er is pas vorig jaar een vast tarief geïntroduceerd (het capaciteitstarief), dat helemaal losstaat van het stroomgebruik. Maar ook hier geldt; al dat centengedoe zal de consument niet veel kunnen schelen en bovendien wordt het allemaal veel te ingewikkeld. Wil de netbeheerder ervoor zorgen dat de consument meewerkt dan zal hij een grote korting, een lump sum, moeten aanbieden aan mensen die 'meedoen': een contract ondertekenen waarbij ze op één of andere manier de controle over bepaalde energieconsumerende of -producerende apparaten deels uit handen geven. Wellicht dat deze korting voldoende compensatie zal zijn voor de nadelen. De korting zal kunstmatig zijn omdat kosten van netbeheer niet aan individuele huishoudens kunnen worden toegerekend.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn