Overcapaciteit: welke centrales staan straks weg te roesten in het landschap?

19 januari 2011 - Er lijkt de komende jaren een flinke overcapaciteit op de stroommarkt te ontstaan. Interessante vragen zijn wat de gevolgen zullen zijn voor de prijs op de stroommarkt en voor de inzet van centrales. Welke centrales zullen stil gelegd moeten worden en welke niet? Zal de nieuwe kerncentrale van Delta straks staan te verpieteren in het Zeeuwse landschap. Of zullen de kolencentrales op de Maasvlakte of in de Eemshaven straks weg staan te roesten? In dit artikel zullen we deze vragen proberen te beantwoorden.

Bouwen voor stilstand
Op dit moment is het totale vermogen van het Nederlandse productiepark ongeveer 22.000 MW, waarvan 16.000 MW aan grote centrales, 8000 MW aan decentraal WKK-vermogen en 2000 MW aan duurzame energie-productiecapaciteit. Dat is meer dan genoeg want op een goede dag is er niet meer dan 16.000 MW nodig. De komende jaren komt daar ruim 12.000 MW aan conventioneel vermogen bij, zonder de investeringen in duurzame energie mee te tellen en zonder de capaciteit van centrales die recentelijk zijn opgeleverd, zoals de Sloecentrale en die van Electrabel in Lelystad. Het kan dus niet anders of een groot deel van de centrales zal stil komen te staan in de toekomst. Het aanbod van stroom moet namelijk altijd precies even groot zijn dan de vraag.

Hoe groot is overcapaciteit?
Het is natuurlijk moeilijk om precies in te schatten hoe groot de overcapaciteit zal zijn. Dit hangt met name af van drie factoren:

  • De ontwikkeling in het stroomverbruik
  • De mate waarin andere landen om ons heen investeren in productiecapaciteit en/of centrales langer open laten dan gepland
  • De mate waarin we stroom naar Noorwegen kunnen exporteren, zodat de Noren het niet zelf hoeven te produceren, waarbij ze dan langzaam de stuwmeren vol laten lopen, en ze het water zelf kunnen opsparen om op een ander moment elektriciteit te kunnen produceren.
  • De mate van duurzame energie, omdat voor duurzaam opgewekte capaciteit over het algemeen backup-capaciteit nodig is, waardoor de totale benodigde capaciteit groter wordt.

Vraagtekens
De sector en de overheid lijken uit te gaan van een gestage toename in de vraag naar stroom. Bij die veronderstelling kunnen veel vraagtekens gezet worden. De vraag zal onder meer afhangen van de ontwikkeling van de economie. Die kruipt langzaam uit het dal; met de nadruk op langzaam. Het is niet te verwachten dat de economie in Europa de komende tien jaar uitbundig zal gaan groeien. Onze landen zijn daarvoor te stroperig geworden en de concurrentiekracht van oosterse landen zal zijn sporen ook hier nalaten. Daarnaast is het zo dat energiebesparing hoog in vaandel staat bij veel industriële bedrijven, juist ook om het hoofd boven water te houden. "Het is niet moeilijk om met bestaande technieken het gebruik in woningen met 50% naar beneden te brengen", zo zegt onafhankelijk energie- en milieudeskundige Teus van Eck. Hij onderschrijft de stelling dat onterecht automatisch wordt uitgegaan van een gestage stijging van het stroomgebruik.

Wishful thinking
Ook is het zeer de vraag of we overtollige stroom aan het buitenland kwijt kunnen. Het lijkt er namelijk op dat ook energiebedrijven in de ons omringende landen flink aan het investeren zijn in productiecapaciteit. Ook daar heeft men waarschijnlijk de hoop op export gevestigd, maar niet iedereen kan exportland worden. Het idee van "Nederland stroom-exportland', dat nu opgeld doet in de sector, lijkt vooral gebaseerd te zijn op wishful thinking. Ook wordt de levensduur van kerncentrales verlengd, zoals in Duitsland. Verder zullen de stuwmeren in Noorwegen op een gegeven moment vol zitten en dan is ook die route afgesneden. De Noren zullen op een gegeven de sluizen open moeten zetten en dan laten ze ook de turbines draaien, want goedkopere stroom als waterkracht is er niet. Noorse stuwmeren zijn dus geen oplossing voor een structurele overcapaciteit op de Noordwest-Europese markt.

Tennet legt snelwegen aan voor niemand
Dus in een optimistisch scenario (uit milieu-oogpunt) daalt de vraag naar stroom in de komende tien jaar, of blijft die min of meer kwakkelen rond het huidige niveau. Als alle landen staan te dringen aan hun grenzen om te mogen exporteren, dan krijgen we hier te maken met grote overcapaciteit. Het erge is ook dat vanwege Europese wetgeving import vanuit Duitsland voorrang heeft op productie binnenlands, maar dat geldt mogelijk ook voor Nederlandse import in Duitsland (althans als Europese wetgeving voor alle lidstaten geldt). Landelijk netbeheerder Tennet is druk bezig met de aanleg van grote stroomkabels om de stroom van alle nieuwe centrales straks overal naar toe te slepen, maar, helaas, er zijn geen verbruikers. Alsof je snelwegen aanlegt die nergens heen gaan. Wat Tennet doet is vergelijkbaar met het aanleggen van snelwegen met als reden dat de auto-industrie nu eenmaal zoveel auto's produceert. Een deel van de Nederlandse centrales zal dan stil komen te staan. Welke zijn dat?

De theorie van gezonken kosten
De theorie van de inzet van energiecentrales is helder: de centrales met de laagste marginale kosten staan aan. Marginale kosten zijn de kosten die gemaakt worden per kWh of MWh op het moment dat een centrale aangezet wordt. Over het algemeen kunnen die kosten gelijk worden gesteld met de variabele kosten, de kosten die dus samenhangen met productie. De energiebedrijven zullen, als de vraag langzaam toeneemt, eerst de centrales inzetten met de laagste variabele kosten, vervolgens die met iets hogere variabele kosten, etc. De stroomprijs is min of meer een gegeven dus de bedrijven maken de grootste winst als ze de centrale met de laagste kosten inzetten. De kosten van de bouw van de centrale doen er op dat moment niet meer toe; dat zijn zogenaamde sunk cost.

Voorkeurslijstje
De variabele kosten hangen met name af van de brandstofprijzen. Dus in een gasgestookte centrale is het de gasprijs die doorslaggevend is en in een kolencentrale de kolenprijs. Ook het rendement van de specifieke centrale is van belang. Die bepaalt hoeveel wattjes er uit een kilo kolen of kubieke meter gas komen. Daarnaast spelen onderhoudskosten en kosten van bediening een rol. Centrales kunnen worden gerangschikt, op basis van hun variabele kosten (de zogenaamde merit order). Eerst komen de windmolenparken, zonnepanelen en afvalverbrandingsinstallaties, waarvan de kosten om ze te laten draaien zo goed als nul zijn. Dan komt de enige Nederlandse kerncentrale (uranium is relatief goedkoop). Daarna komen de kolencentrales en dan de gascentrales, waarbij de efficiëntste centrales meer vooraan staan in de merit order dan de oudere centrales.

Rekenen
Een MWh aan gas kost op dit moment ongeveer 20 euro. Met een MWh gas kunt je ongeveer een halve MWh aan stroom produceren. Dus de gemiddelde gaskosten zijn 40 euro per MWh. De kosten van kolen liggen op 12 euro per MWh. Kolencentrales zijn minder efficiënt, zeg 40%. Dan kom je op 30 euro per MWh. Daar moeten de kosten van CO2-uitstootrechten bij als die echt helemaal in rekening worden gebracht. Dan kom je  op zo'n 47 euro voor gas (een halve ton CO2 per MWh) en 44 euro per MWh (een hele ton per MWh) voor kolen uit. Als de stroomprijs hoger is dan deze prijzen dan zullen de energiebedrijven hun centrale aanzetten omdat ze dan winst maken. Overigens is het wel de vraag of de prijzen van CO2-uitstootrechten moeten worden meegenomen, want energiebedrijven hoeven vooralsnog niet te betalen voor het grootste deel ervan. Als het goed is, is de elektriciteitsprijs zo hoog dat de omvang van het vermogen van de centrales die aanstaan precies gelijk is aan de vraag naar stroom op een gegeven moment.

Dure gascentrales
De conclusie van de theorie is simpel. De duurste gascentrales zullen uit komen te staan in de toekomst. Dat zijn de oudere combi-gascentrales, zoals de gascentrales van Electrabel in Bergum, of die van Nuon in Amsterdam en Utrecht. Maar omdat het vermogen van kolencentrales zo sterk stijgt zullen mogelijk ook efficiënte nieuwe gascentrales uit komen te staan of heel veel af- en aangeschakeld moeten worden, zoals de centrales van Electrabel in Lelystad en de Eemshaven, van Essent in Maasbracht (na de revisie die nu gaande is) of die van Intergen in de Europoort en de centrales die nu gebouwd worden of gebouwd zullen gaan worden: door Nuon in de Eemshaven, door Eneco op de Maasvlakte en door Advanced Power in de Eemshaven. Het is natuurlijk niet voor niets dat energiebedrijven een aantal jaren geleden massaal kozen voor de bouw van nieuwe kolencentrales.

Stuivertje wisselen
Dit is echter theorie. De praktijk zal iets weerbarstiger zijn. Gascentrales hebben bepaalde voordelen waardoor die mogelijk toch aan komen te staan. Er zullen dan mogelijk ook oudere kolencentrales afgeschakeld worden, zoals die van Electrabel in Nijmegen, van Nuon in Amsterdam, van Eon op de Maasvlakte en van EPZ in Borssele.  Bovendien zijn de bedragen die hier zijn genoemd momentopname. Gas lijkt de laatste tijd een beetje uit de gratie te zijn en alleen maar goedkoper te worden (mogelijk door grote vondsten van onconventioneel gas), terwijl kolen steeds duurder lijkt te worden, zodat de twee brandstoftypes wellicht stuivertje gaan wisselen in de voorkeurslijstjes. In ieder geval kunnen de efficiënte gascentrales een plekje voor de inefficiënte kolencentrales veroveren. De kans hierop is helemaal groot als de prijs van CO2-uitstootrechten oploopt, wat we echter niet verwachten.

Ook is het nog de vraag wat warmtekrachtkoppeling gaat doen bij overcapaciteit.

Later meer

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn