Slimme meterwet II: Proefperiode, paradox, salderingsgrens en modelcontract

Proefperiode
De Tweede Kamer heeft geregeld dat er een proefperiode komt voordat de slimme meter definitief wordt uitgerold. In de proefperiode wordt een slimme meter alleen geïnstalleerd als de afnemer hier om vraagt en bij het vervangen van een oude meter (behalve als dit tot teveel kosten voor de netbeheerder zou leiden), bij nieuwbouw en bij grootschalige renovatie van gebouwen. In het eerste geval, als de afnemer er zelf om vraagt, moet hij daar wel zelf voor betalen.

Dit artikel is een vervolg van Slimme meterwet I: wat staat er nu allemaal precies in?

Uitrolperiode
Na de proefperiode volgt de uitrolperiode. De netbeheerders installeren dan bij een bepaald percentage van de huishoudens een slimme meter. Artikelen over zowel de proefperiode als de uitrolperiode zijn in de wet opgenomen. Als de proefperiode afgelopen is, treden de artikelen over de uitrolperiode in werking en vervallen die over de proefperiode en als de uitrolperiode achter de rug is zouden ook deze artikelen vervallen. Opvallend genoeg lezen we in de wet niets meer over de lengte van die proefperiode, die twee jaar zou moeten bedragen. Maar mogelijk hebben we iets gemist.

Ik wil een niet bestaande meter
Op verzoek van de Eerste Kamer is bepaald dat de consument de slimme meter mag weigeren. "In dat geval wordt door de netbeheerder een niet op afstand uitleesbare meet-inrichting ter beschikking gesteld", zo staat in de wet. Ook mag iemand die al een slimme meter heeft, die administratief uit laten zetten, zodat die de facto als een oude, analoge meter functioneert. Grote vraag is wat er gebeurt als er geen oude niet op afstand uitleesbare meters meer voorhanden zijn. Die zullen in de nabije toekomst immers op een gegeven moment echt niet meer geproduceerd worden. Het enige voorstelbare is dat dan de wet wordt aangepast.

Paradox
Vraag is ook hoe het voor de netbeheerders verplichte aandeel huishoudens dat een slimme meter moet krijgen, te rijmen valt met de keuzevrijheid van die huishoudens. Stel dat iedereen zo'n meter weigert, dan kunnen netbeheerders dat percentage simpelweg niet halen, ook al is dat wettelijk voorgeschreven, of ze moeten grote beloningen gaan uitschrijven, of zoiets.

Gegevensbrei
Netbeheerders mogen de meter alleen uitlezen in een beperkt aantal gevallen: bij wisselingen van leverancier, bij verhuizingen, bij het opmaken van de jaarnota en voor zover nodig voor het beheer van het net, wat dan wel weer erg vaag is. Ook mag de meter, waarschijnlijk zes keer per jaar, uitgelezen worden om informatie aan de consument te verschaffen over zijn energieverbruik. Dit is voorgeschreven door Europa. Als de netbeheerder de slimme meter vaker wil uitlezen moet hij daarvoor eerst toestemming krijgen van de afnemer.

Toeters en bellen
Ander nieuws: De netbeheerder moet toestaan dat er nieuwe toeters en bellen aan de nieuwe slimme meter worden gehangen, zolang de meter natuurlijk wel blijft werken zoals die zou moeten werken. Verhagen zei laatst in de Kamer dat de netbeheerders deze toeters en bellen zelf niet mogen gaan aanbieden, maar dat dit moet worden overgelaten aan commerciële partijen. Verder is interessant dat ook andere partijen als de netbeheerders de slimme meter mogen installeren, ook bij huishoudens. De netbeheerder neemt die meter vervolgens wel meteen tegen een vergoeding over. Maar als die slimme meter eenmaal geïnstalleerd is, mag die niet meer weggehaald worden, anders zou de netbeheerder zijn geld niet kunnen terugverdienen.

Vergoedingen
Interessant is dat netbeheerders in de toekomst mogelijk een hoger meettarief mogen vragen naarmate ze in de uitrolperiode meer vorderingen maken met het installeren van slimme meters. Dit lijkt op gespannen voet te staan met de expliciete wens van de Kamer dat de slimme meter niet tot extra kosten voor de consument mag leiden. Opvallend genoeg kunnen netbeheerders verder geen vergoeding vragen voor het leveren van gegevens op dag- en op uurbasis, maar weer wel voor die van alle andere gegevens, zoals die op kwartier- en minuutbasis.

Salderen
Ten slotte zijn er door de Tweede Kamer nog enkele amendementen in de wet gefietst die op zich niets met slimme meters of het leveranciersmodel te maken hebben, maar die wel van grote betekenis zijn. Zo mag er nu door mensen die zelf stroom opwekken tot 5000 kWh gesaldeerd worden. Dat wil zeggen dat hun verbruik verminderd wordt met de eigen productie (van bijvoorbeeld zonnepanelen of een HRe-ketel) tot een maximum van 5000 kWh. Dit huishouden betaalt voor deze hoeveelheid, die hij geproduceerd en afgenomen heeft, dus geen belasting; de opbrengst van de stroom is hetzelfde als wat die kost voor hem. Voor het meerdere aan eigen productie wordt een vergoeding door het energiebedrijf verschaft. Dit zal over het algemeen vrij laag zijn. Vroeger was deze salderingsgrens 3000 kWh en was het een drempel, die helemaal verviel als iemand er overheen kwam.

Modelcontract
Een amendement dat echt grote gevolgen kan gaan hebben is dat energiebedrijven verplicht worden om een standaard- of modelcontract aan te gaan bieden. Dat wordt nu opgesteld door de NMA. Klanten kunnen als ze voor dit contract kiezen niet geconfronteerd worden met onverwachte, voor hen nadelige kleine lettertjes. Het is iedereen aan te raden om voor zo'n modelcontract te gaan kiezen.

Echte nadelen
Verder moet er door de minister op verzoek van de Kamer nog een regeling opgesteld worden die precies bepaalt wanneer de slimme meter op afstand mag worden uitgezet en wanneer niet. Want die laatste mogelijkheid is voor de consument waarschijnlijk echt een groot nadeel van de slimme meter, in tegenstelling tot die privacy-aspecten, waar de Eerste Kamer zich zo druk om maakte. Bij het minste of geringste kan het energiebedrijf driegen om de toevoer van stroom af te knijpen of drastisch te beperken.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn