Duurzame energie is eigenlijk net gewone energie: cash is king

4 april 2011 -"Subsidie is een vies woord aan het worden. De aanpak wordt steeds meer no-nonsense. Duurzame energieprojecten moeten gewoon geld opleveren. Cash is king." Dat zei directeur Energie Herman Postma van Grontmij vorige week tijdens het congres 'Financiering van duurzame energieprojecten', georganiseerd door IIR.

Must do's
Volgens Postma zijn er drie opdrachten voor initiatiefnemers van duurzame projecten: 1) Bied zekerheid voor investeerders en initiatiefnemers, 2) creëer vraag in de markt, niet door te duwen, maar door te trekken en 3), creëer burgerbelang. "Burgerparticipatie is aan de orde van de dag bij veel lokale energieprojecten".

Je rot schrikken
"Mensen leren alleen maar als ze schrikken", zo zei Postma. Hij doelde op de Denen die zich ten tijden van de oliecrisis in de jaren zeventig van de twintigste eeuw zijn rot geschrokken. Ze kregen geen olie meer en ze hadden zelf ook niets. Wellicht dat het aandeel duurzame energie in Denemarken daarom nu veel hoger ligt dan in Nederland.

Kernenergie
'Zijn we ons niet allemaal rot geschrokken, door wat er in Japan is gebeurd? Leren we daarvan?' In eerste instantie zei Postma dat hij niet verwacht dat het Nederlandse beleid rond kernenergie zal veranderen. Later zei hij dat hij verwacht dat de maatschappij de vinger op gaat steken. De voorzichtigheid van Postma is niet vreemd want zijn bedrijf verricht werkzaamheden voor de exploitant van kerncentrale Borssele EPZ, mogelijk ook voor de geplande bouw van een nieuwe kerncentrale.

Het lieve sommetje
Een groen fonds is nodig, zo had Postma al gezegd. Een aantal bedrijven heeft daar een tijdje geleden bij de regering voor gepleit, tevergeefs overigens. Peter Koster van 'Holland Financial Centre' is er ook druk mee in de weer. Hij is bezig met opzetten van een soort privaat/publieke investeringsbank, à la de NIB, die na de Tweede Wereldoorlog de financiering van de wederopbouw ter hand pakte. Maar liefst honderd miljard euro is er nodig voor duurzame energie-projecten. Een startkapitaal van 500 miljoen euro is een eerste begin. De overheid en de private sector zouden beiden 250 miljoen moeten inleggen.

Vragen
De belangrijkste vraag is en blijft of de projecten voldoende renderend zijn. Koster richtte zich op projecten met een rendement tussen 0% en 12%, zo zei hij. Daarboven pikt de markt het wel op. Eventueel kan er eens een project met een negatief rendement worden opgestart. De grote vraag onder het publiek was echter wat precies de meerwaarde van het fonds is en waarom daar dan een aparte bank, of instelling, voor moet worden opgericht. Ook was het de vraag of die instelling nu een bank is die alleen voor de financiering zorgt of dat het daadwerkelijk projecten gaat opstarten, en of er dan nog subsidie bij moet, te ja of te nee.

Publiek komt los
Postma benadrukte de noodzaak van een visie, een grand design. Postma vindt dat de huidige regering zo'n visie niet heeft, net als veel anderen op het congres trouwens. "Er is geen samenhangende visie in het regeerakkoord. Neem het beleid rond CO2-opslag. Kan het niet op land, dan doen we het toch op zee." Het publiek in de zaal kwam los. "Waarom hebben we eigenlijk een grand design nodig?" , zo vroeg iemand. "Zou het ook niet zonder kunnen? Goede vraag. Volgens Postma is zo'n visie echter een baken op de horizon, zodat we weten waar we naar toe gaan.

Moeten we leren?
"Is er überhaubt een business case voor CO2-opslag?", zo vroeg iemand anders. Zo is het project om CO2 op te slaan op de Noordzee alleen interessant voor initiatiefnemer Eon omdat er sloten subsidiegeld heen gaan. Kornelis Blok van Ecofys merkte op dat we duurzame productie-bronnen als zonne- en windenergie moeten blijven sponsoren, vanwege de leereffecten en de dalende kosten die daarvan het gevolg zijn. "Kunnen we niet beter wachten tot de Chinezen en de Duitsers heel veel geleerd hebben en we de zonnepanelen goedkoop uit die landen kunnen importeren?"

Stijgende kosten maar dikke winsten
Over leereffecten gesproken. De theorie dat die tot dalende kosten voor duurzame energie leiden, gaat niet altijd op. De kosten van windmolenparken zijn namelijk alleen maar omhoog gegaan, zo werd duidelijk uit het verhaal van Sander Lensink van ECN. Redenen zijn stijgende grondstofkosten en de krapte op de turbinemarkt. De bouw van een windmolenpark kost nu zo'n 2500 euro per kW, tegen 2000 euro vijf jaar geleden. "Ik vind het hartstikke duur", zo zei Lensink. Nog steeds dikke winst overigens voor Bard, die op de Noordzee twee parken van 300 MW gaat bouwen. Kosten: 1,5 miljard euro, opbrengsten: meer dan 4 miljard euro aan subsidies.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn