Green deal biedt mogelijk een oplossing voor salderingskwestie

27 april 2011 - De Green deal, waar minister Verhagen rond de zomer mee zal komen, biedt waarschijnlijk een oplossing voor het zogenaamde salderingsprobleem. Dat zegt energie-adviseur Edgar Wortmann van Elannet tegen Energieenwater.net. Dan kan de productie van duurzame stroom door een lokale installatie afgenomen worden door de eigenaren van de installatie zonder dat er energiebelasting over betaald hoeft te worden, wat een enorme stimulans voor lokale duurzame energie zou zijn.

Businesscase
Eigenaren van duurzame energie-installaties die in de wijk staan (vóór de meter, wordt wel gezegd) moeten voor hun stroom thuis de volle mep betalen (inclusief energiebelasting), zeg 23 cent per kWh, terwijl de opbrengst van de stroom van de installatie slechts zo'n 7 cent is. Logisch zou zijn als de stroom van de installatie als hun eigen stroom wordt gezien, waardoor de opbrengst van de duurzame productie dus eigenlijk 23 cent per kWh bedraagt, zoals bijvoorbeeld ook over een bloemkool uit de eigen (volks-) tuin geen belasting hoeft te worden betaald. In dat laatste geval kan een zonne-energie installatie uitkomen, in het eerste geval niet.

Haken en ogen
Kamerlid Diederik Samsom (PVDA) is al eerder met voorstellen gekomen om deze zelfproductie door mensen, die zich in een coöperatie kunnen verenigen, voor de meter mogelijk te maken. Aan die voorstellen zitten wat haken en ogen, maar het denken heeft niet stil gestaan, zo zegt Wortmann. De uitdaging is om te voorkomen dat er op grote schaal misbruik wordt gemaakt van de regeling, net zoals er misbruik werd gemaakt van de vorige subsidieregelingen MEP. Voorkomen moet worden dat alle duurzame energieproductie dadelijk als zelfproductie wordt gezien. Wortmann heeft zelf ook een voorstel ingediend bij het ministerie. Daarbij wordt een installatie één op één gekoppeld aan vastgoed, of aan een geografische locatie.

Koppeling installatie en vastgoed
De fout die volgens Wortmann gemaakt wordt in de energiesector is de gedachte dat locatie er niet toe doet. Installaties en afnemers van duurzame energie zijn virtueel aan elkaar gekoppeld door middel van certificaten die verhandeld worden. Maar locatie doet er wel toe. Het is beter om productiecentrales dicht bij de afnemers te plaatsen, want dit brengt minder kosten met zich mee. Zo hoeven er minder kabels te worden aangelegd en kan bijvoorbeeld biomassa die op een bepaalde plek beschikbaar komt in de lokale biomassacentrale worden opgestookt, zodat er niet over grote afstanden mee gesleept hoeft te worden. Daarnaast zullen mensen zich ook letterlijk meer betrokken voelen bij de energievoorziening als de centrales dicht in hun eigen buurt staat.

Opties
Mensen, of coöperaties, die de centrales dicht bij de afnemers zetten zouden dan ook beloond moeten worden. Dat kan door deze fiscale vrijstelling voor afname van eigen productie, ofwel zelfvoorziening. Hoe dat moet worden geregeld is een andere vraag. Dat kan om verschillende manieren. Wortman doet een aantal suggesties. De centrales zou bijvoorbeeld niet verder dan 20 kilometer van de afnemers af mogen liggen. Wat ook kan is dat de afnemers aan een bepaald deel van het net moeten liggen. De netbeheerder speelt dan een rol bij de koppeling tussen de installatie en de afnemers, wat ook de aanleg van slimme netwerken makkelijker kan maken.

Zakenrecht
Een derde  optie is dat de installatie wordt meegenomen in een structuurplan van de gemeente en dat het dus wordt gekoppeld aan een bepaald nieuwbouwproject. In alle gevallen is de installatie gekoppeld aan aansluitingen en niet zozeer aan de gebruikers, waarmee de juridische aspecten meer onder het zakenrecht komen te vallen. Dat kan voordelen hebben. Als de mensen verhuizen, dan vervalt het recht op goedkope duurzame stroom. Dan zal dat recht dus wel overgedragen moeten worden bij aankoop of verkoop van het onroerend goed.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn