Niet-meer-dan-anders-principe 2.0, een sterk staaltje communistische prijspolitiek

9 juli 2011 - Poeh, poeh, het nieuwe Warmtebesluit is een hele kluif. Iemand die er zich doorheen ploegt, waant zich weer in zijn studententijd want het stuk dat door het ministerie van Economische Zaken naar de Kamer is gestuurd, staat vol met formules. Centraal staat het aloude Niet-meer-dan-anders-principe, maar dan in een nieuw jasje gestoken. Iemand met een aansluiting op een warmtenet betaalt niet meer dan wat hij had betaald als hij een gasaansluiting had gehad. Klinkt simpel, maar dat is het niet. Want hoe bereken je zo'n maximumtarief? Wat we in feite zien is een sterk staaltje communistische prijspolitiek van het ministerie van de vrije markt bij uitstek.

Grondige verbouwing
Het ministerie voelde zich genoodzaakt om de wet, die als was aangenomen door het Parlement, te herzien omdat die anders niet werkbaar zou zijn. Dat is gedaan (maar die is nog niet openbaar). In het Warmtebesluit dat nu naar de Kamer is gestuurd wordt geregeld hoe de maximumprijs voor mensen met een aansluiting op het warmtenet dan wel berekend moet worden. Daar komen dus die formules om de hoek kijken. Eigenlijk worden er twee maxima berekend: de maximum vaste kosten en de maximum variabele kosten per gigajoule aan warmte. Als de warmte-afnemer zijn verbruik weet, dan weet hij met deze bedragen wat hij maximaal hoeft te betalen.

Dure ketel
Maar dan? Hoe bereken je die maximale vaste kosten en variabele kosten? Eerst de vaste kosten. Dat zijn alle vaste kosten die iemand met een gasaansluiting kwijt is: capaciteitstarief, vastrecht, meettarief, etc. De NMA gaat allemaal gemiddelden berekenen van de tarieven zoals die in de markt opgeld doen. Daar bovenop komen de kosten van de aanschaf van de ketel, en van het onderhoud daaraan. Een ketel kost volgens het ministerie 2474 euro (dat uitgesmeerd wordt over 15 jaar) en de jaarlijkse onderhoudskosten zijn 141 euro.

Optellen en aftrekken
Iemand met een warmte-aansluiting heeft vaak ook vaste kosten. Het gaat dan om meetkosten, de kosten van een warmtewisselaar en het onderhoud daaraan (afleverset genoemd). Opvallend genoeg mogen die van het ministerie van de maximum vaste kosten afgetrokken worden. Het argument is dat die vaak niet aan het energiebedrijf betaald worden, maar bijvoorbeeld aan de verhuurder, en dan zou de warmte-afnemer die twee keer betalen. Een ander opvallend punt, nu ten nadele van warmte-afnemers, is dat de kosten die ooit aan de projectontwikkelaar zijn betaald voor de aansluiting op het net niet van de vaste kosten af mogen worden getrokken, wat al bekend gemaakt was. Dit zijn, zeg maar, de kosten van de aanleg van het warmtenet.

Van kubieke meter naar joule
Mensen met een warmte-aansluiting koken vaak elektrisch. De kosten hiervan, 50 euro, mogen van het ministerie ook van de vaste kosten worden afgetrokken. Dat zijn de vaste kosten. De maximum variabele kosten zijn gebaseerd op de prijs van een kubieke meter aardgas, zoals die op onze energierekening staat: 60 cent per kubieke meter of zo. Die reken je dan om naar een prijs per gigajoule.

Ingewikkeld
Hoeveel joule komen er uit een kubieke meter? Hangt er van af. De omzetting van gas in warmte leidt tot rendementsverlies en warmte gaat verloren door het transport door leidingen. Er wordt daarbij ook nog een onderscheid gemaakt tussen ruimteverwarming en tapwaterverwarming. Kort maar goed: het aantal joules per kubieke meter is gelijk aan de calorische waarde van aardgas vermenigvuldigd met een gewogen gemiddelde van het rendement bij de opwek van ruimtewarmte en bij dat van tapwater-warmte, alle twee gecorrigeerd voor het verlies aan warmte onderweg.

Parameters
Bent u er nog? Voor al die parameters stelt het ministerie waardes vast. Dat gebeurt in de Warmteregeling, en die is ook bijgevoegd bij de stukken. Zo is 79% van de warmte in een woning bedoeld voor ruimteverwarming en 21% voor het tapwater. Dat laatste wordt opgewekt met een rendement van slechts 65% en het eerste met een rendement van 90%. Het verlies bij ruimteverwarming is 5% en bij tapwater 10%. En daar zou dus een maximumbedrag per gigajoule uit moeten rollen. Ook de kosten van de gasketel en dergelijke staan in deze regeling.

Andere zaken
De nieuwe wet regelt nog meer. Zo mogen de kosten van iemand die aangesloten wordt op een bestaand net niet hoger zijn dan de kosten van het aanleggen van een bepaalde nieuwe gasaansluiting (zoals die door de NMA worden vastgesteld). Verder is geregeld dat de warmteleveranciers een jaarverslag moeten overleggen met balans, resultatenrekening en regels voor afschrijving. Ook moet de leverancier kunnen aangeven van wie hij de warmte betrekt, hoeveel aansluitingen hij heeft, het aantal geleverde gigajoule, de inkoopkosten per gigajoule, het geïnvesteerde vermogen en nog zo wat zaken.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn