Nieuwste trend: doelen verlagen als ze niet gehaald worden, ook bij kwaliteit water

25 augustus 2011 - En hoe zit ondertussen het met de kwaliteit van het water overal om ons heen? Niet echt een populair thema, maar toch best wel belangrijk. Het ministerie heeft het beleid om de kwaliteit van het water te verbeteren laten onderzoeken door Twijnstra Gudde. En wat blijkt: de kwaliteit is verbeterd maar nog niet goed genoeg, doelen voor 2015 worden niet gehaald, daarom wordt het halen van die doelen met twaalf jaar naar achter geschoven en als in 2021 blijkt dat de doelen nog niet gehaald worden dan verlaagt het ministerie ze gewoon. Het is een nieuwe trend want eerder werden ook al de doelen op het gebied van afval verlaagd.

Achtergrond
Het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft het beleid dat gericht is op verbetering van de waterkwaliteit  laten evalueren door Twijnstra Gudde. Het beleid moet zorgen voor een 'goede chemische en ecologische kwaliteit van de oppervlaktewateren'. Dit is terminologie die rechtstreeks afkomstig is uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KWR). Die goede chemische en ecologische kwaliteit moet dus gemeten worden en daar zijn weer allerlei doelen voor opgesteld. Andere onderdelen van het beleid hebben betrekking op de kwaliteit van het grondwater, de Noordzee en op de delta-natuur in Zeeland. Twijnstra Gudde concentreert zich in het onderzoek op de oppervlaktewateren en dan nog alleen die wateren die in beheer zijn van het Rijk (met name de grote rivieren en zeearmen).

Eutrofiëring
Eerst wordt het probleem geschetst. Dat is vrij helder. "Als gevolg van het ingrijpend veranderen van veel watersystemen in de loop der tijd ten behoeve van de inrichting van Nederland en het gebruik van bodem en water, is het zelfreinigende vermogen van het water verminderd en zijn habitats van planten en dieren verdwenen of zo versnipperd dat soorten nauwelijks kunnen overleven", zo constateerde het ministerie zelf al eerder. Oorzaken zijn volgens het Planbureau voor de Leefomgeving, "de onnatuurlijke inrichting van de watersystemen, de eutrofiëring (toenemende hoeveelheden stikstoffen en fosfaat in het water) en mogelijk ook de chemische kwaliteit".

Onnatuurlijk
Het ministerie tekende op aan de vooravond van de invoering van de KRW. "Nederland heeft de hoogste dichtheid van bevolking, industrie, vee en transport in Europa. Vooral om die reden is de belasting van bodem, grond- en oppervlaktewater en natuur in Nederland met zuur, stikstof en fosfor het hoogst in Europa. Op al deze terreinen heeft Nederland moeite met het halen van de bestaande EU-verplichtingen." Ook het ministerie noemt de 'kunstmatige inrichting en de onnatuurlijke waterinrichting' als probleem, waarmee gedoeld wordt op de gevolgen van kanalisering en de aanleg van Deltawerken, Afsluitdijk en andere sluizen, stuwen en dammen.

Landbouw
Voor wat betreft de chemische kwaliteit zijn vooral stikstof en fosfaat een probleem. 50% van de oppervlaktewateren voldoet niet aan de normen voor stikstof en fosfaat. Landbouw is de grote vervuiler. "Driekwart van de oppervlaktewateren wordt significant vervuild door stoffen die van de landbouw afkomstig zijn: nutriënten en zware metalen. Andere grote problemen zijn: vuil van wegen, uitlaatgassen van verkeer en het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties." Een groot deel van de vervuiling met fosfaat, zink, koper en stikstof komt overigens uit het buitenland. In alle vier rivieren (Maas, Rijn, Eems en Schelde) is dat percentage maar liefst 60 to 80%.

Herverwoesten
Dit is dus het probleem waarvoor het beleid een oplossing moet zijn. Als het dat niet is dan heeft het beleid geen zin. Dan komen we bij het kopje 'uitvoering'. De nadruk ligt daarbij op 'inrichtingsmaatregelen' (zoals aanleg van geulen, natuurlijke oevers, hermeandering van beken en plas-drassituaties), de aanleg van vistrappen en het aanpakken van vervuiling door rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dat ligt voor de hand; want daar zijn we in het Nederland het beste in. Nederland wil het liefst altijd alles herinrichten. Het aanpakken van de vervuiling door boeren ligt veel gevoeliger. Boeren zijn vertegenwoordigd, Nederlanders die het landschap waarderen niet. Maar vreemd is het wel want die kunstmatige inrichting was juist één van de problemen, zo hadden we eerder geconstateerd.

Resultaat
Doelen uit de Kaderrichtlijn Water worden niet gehaald, niet in 2015 zoals oorspronkelijk de bedoeling was, maar ook niet twaalf jaar later (de KRW staat uitstel van twee keer zes jaar toe). Omdat voor de KRW geldt dat alle normen moeten worden gehaald voordat een 'waterlichaam' als goed mag worden bestempeld is bijna geen enkel waterlichaam in Nederland goed. Daarom hanteert het ministerie maar een andere maatstaf: namelijk het percentage van het aantal metingen dat goed uitvalt. Het aantal metingen waarbij de kwaliteit aan de normen voldoet is de laatste jaren rond de 80% en het loopt voor de Rijn, Maas en Eems langzaam naar 90%. De kwaliteit van het water in de Maas blijft achter.

Betere informatie
"Van de 724 oppervlaktewaterlichamen (in Nederland), zullen naar verwachting 99 de doelstellingen in 2015 halen", zo verwachtte het ministerie. Dat is dus iets meer dan 10%. En dat terwijl de ecologische doelen van Europa al naar beneden mogen worden bijgesteld omdat we in Nederland voornamelijk kunstmatige wateren hebben (en geen natuurlijke wateren). En wat doen we als de doelen in 2027 nog steeds niet gehaald worden? Dan zorgen we ervoor dat we zo op tijd verlaagd hebben. "Uitvoering van de maatregelen wordt stapsgewijs gedaan, zodat in 2021 op basis van betere informatie de doelen eventueel naar beneden bijgesteld kunnen worden. Voorbeelden van verontreinigende stoffen waarvoor dit kan gaan gelden zijn pak’s, tbt, stikstof, fosfaat en een aantal bestrijdingsmiddelen." Letterlijk citaat.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn