Haaren: kermisexploitant moet meer documenten overleggen dan Cuadrilla

15 september 2011 - Er zitten grote leemtes in de beoordeling van vergunningsaanvragen voor boringen naar schaliegas. Dat bleek woensdag tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer over het onderwerp. Er is geen lijst met criteria waaraan de boringen getoetst worden en ook over de vraag welke chemicaliën er gebruikt mogen worden is niets geregeld. Daar komt bij dat de capaciteit van het Staatstoezicht op de mijnen beperkt is: er zijn welgeteld drie inspecteurs voor alle gas-, olie- en andere boringen op de Noordzee en op het land, zo zei Van Elsen van de organisatie.

Kermis
Gemeenten in Noord-Brabant voelen zich machteloos, nadat het ministerie van Economische Zaken concessies had verleend aan bepaalde bedrijven. Wethouder Van de Wiel van de gemeente Boxtel, waar mogelijk als eerste een proefboring gaat plaatsvinden, zei dat hij alleen kon toetsen of de proefboring planologisch was in te passen. Nadat drie locaties afgewezen zijn is toestemming verleend voor de boring nabij een industrieterrein. Wethouder Van den Dungen van Haaren zei dat een kermisexploitant meer documenten overlegt dan Cuadrilla, het bedrijf dat wil gaan boren in Boxtel en Haaren. "En de kermis van Haaren is echt niet zo groot". De provincie Noord-Brabant hoefde vreemd genoeg alleen te beoordelen of het bedrijf Cuadrilla "geschikt" is.

Geschoffeerd
De gemeenten voelen zich geschoffeerd door de Rijksoverheid, zo bleek. Vijf maanden geleden hadden ambtenaren tijdens een gesprek op het ministerie laten weten dat ze snel duidelijkheid zouden verschaffen over de vraag of het rijk een aanwijzing zal geven (De Rijkscoördinatenregeling van toepassing zal verklaren). Sindsdien werd er niets meer vernomen, tot de ochtend van de hoorzitting. Toen plofte er een brief op de mat met de mededeling dat het Rijk 'vooralsnog' geen reden ziet om de macht naar zich toe te trekken. Van den Dungen: "Als het rijk van plan is om de boring hoe dan ook door te drukken, zeg dat dan gewoon. Dan is er duidelijkheid". Groenlinks Kamerlid Van Tongeren verwacht dat het Rijk de plannen uiteindelijk zal doordrukken. Pas als gemeenten te weigerachtig worden, zoals Bergen als het gaat om de aanleg van een gasberging, zal het de macht naar zich toetrekken, zo zegt ze na afloop van de hoorzitting tegen Energieenwater.net.

Onduidelijkheid troef
Het Staatstoezicht op de mijnen toetst de aanvraag aan artikel 9 van de Mijnbouwwet; dat is een vaag artikel. Echte criteria zijn er niet. De organisatie lijkt derhalve op een intuïtieve maner te beoordelen of de boring veilig kan gebeuren. Volgens van Elzen is milieu-wetgeving van toepassing, maar hij was ook niet echt op de hoogte, zo bleek. Veel onduidelijkheid bleef bestaan. Aan de ene kant zei Van Elsen dat bedrijven de minst vervuilende stoffen moeten gebruiken, aan de andere kant zei hij dat er geen lijst met middelen is die niet in de grond mogen worden gestopt. De wet Bodemverontreiniging lijkt van toepassing, maar dat lijkt alleen voor de oppervlakte te zijn. Staatstoezicht gaat monsters nemen tijdens en na de boring, en dat kan alleen aan de oppervlakte. Bedacht moet overigens worden dat Staatstoezicht onder invloed staat van het ministerie van Economische Zaken, waar het ook deel van uitmaakt. Als het ministerie iets wil is de vergunning snel vergeven.

Van proefboring naar winning
Als de proefboring plaats heeft gevonden komt de vraag aan de orde of een winningsvergunning kan worden verleend. In de praktijk volgt die vergunning vaak automatisch op een vergunning voor een proefboring. Staatstoezicht kijkt dan, behalve naar de veiligheid, naar de vraag of het gas economisch winbaar is, zo zei Van Elsen. Als dat zo is "moet de vergunning verleend worden" Volgens Van Elsen zal de gemeente vervolgens een omgevingsvergunning moeten afgeven voor de oprichting en exploitatie van een winningslocatie. "De gemeenten hebben daar een rol in, die heeft een veto-recht", zo zei de man van Staatstoezicht. Maar dus niet als het Rijk uiteindelijk toch de bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen naar zich toetrekt.

Kunstmatige scheiding
Van Tongeren hekelde na afloop het feit dat de voorstanders steeds een kunstmatige scheiding maken tussen de proefboring en de winning. Ze hebben het steeds alleen over de gevolgen van de proefboring, terwijl op deze proefboring natuurlijk slechts de opmaat is voor de echte winning. De capaciteit van Staatstoezicht moet worden vergroot volgens haar en de wetgeving moet worden aangepast. De Mijnbouwwet is pas van 2003 maar is al achterhaald omdat er toen nog geen sprake was van winning van schaliegas (en ook niet van aardwarmte trouwens). Ook gedeputeerde Iding van de provincie Noord-Brabant wil meer zeggenschap over wat er in zijn provincie gebeurt ("de wetgeving is nog uit de vorige eeuw"), maar hij wist niet goed te verwoorden wat hij in wetstechnisch opzicht dan wilde. Hij wilde in ieder geval wel dat de Brabanders inzicht wordt gegeven in alle gevolgen. Mensen gaan zich er mee bemoeien, "dat is van deze tijd".

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn