Vluchtig Kamerdebatje over duurzaamheid legt enkele cruciale vragen en pijnpunten bloot

10 november 2011 - 'De vervuiler betaalt' is een principe waar iedereen zich wel in kan vinden. Maar wat betekent het eigenlijk in de praktijk? Wie is de vervuiler, de consument of producent, of energieleverancier? Deze vraag kwam vanochtend aan de orde tijdens een kort debatje in de Kamer naar aanleiding van de presentatie van een rapport 'Remmen los' van de Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur.

Verwarring
Er was een beetje verwarring over de vraag wie die Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) nu eigenlijk zijn, of is. VVD-er René Leegte had het idee dat hij met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zat te praten en eerlijk gezegd dachten wij ook dat het een samenwerkingsverband van het PBL met nog een andere raad was. Maar het is een aparte adviesclub, die wel weer bestaat uit meerdere raden. Het lijkt allemaal een beetje teveel van het goede te zijn (bezuinigingstip!), maar ze hebben een helder rapport uitgebracht: 'Remmen los.' Mensen van de Raden voor de Leefomgeving gaven daar vanochtend een toelichting op.

Oorzaken
De analyse was helder en voor een deel een bekend verhaal. Nederland loopt achter op het gebied van de transitie naar duurzame energie en we moeten er voor zorgen dat we de aansluiting met de rest van Europa niet verliezen. Maar waarom is Nederland zo achter geraakt? Van Lier Lels, die de presentatie verzorgde, had wel een interessant lijstje met oorzaken.

1) Het instabiele overheidsbeleid
2) De fossiele industrie ziet vooral kosten, en geen opbrengsten, van een transitie naar duurzame energie
3) Er is een vermenging van kennis, belangen en meningen, waardoor de discussie heel erg gepolariseerd is. Je bent voor of je bent tegen. Elders is de discussie volgens Van Lier Lels veel zakelijker
4) Er is de bekende 'valley of death'': na de uitvinding van nieuwe duurzame apparaten volgt er niets. Er is geen opschaling naar commerciële toepassingen
5) Er zijn allerlei barrières aan instituties, wetten en regels. De adviesclub heeft er in het rapport een heel lijstje van opgesteld.

Doorkiezen
Er zijn drie redenen om toch maar vaart te maken met de transitie naar duurzame energie. 1) Er zijn Europese doelstellingen te halen, 2) er valt geld mee te verdienen en 3) er is een dynamiek in de samenleving, waar de landelijke overheid aansluiting bij zou moeten zoeken. "De timing is goed om nu door te kiezen", aldus Van Lier Lels. De overheid moet een bindend doel voor 2050 opstellen en moet ze een lange-termijn strategie voor de fossiele industrie opstellen. Als vrijwillige afspraken niet het gewenste effect hebben, dan zou tot verplichtingen moeten worden overgegaan. De overheid zou meer oog moeten hebben voor de economische voordelen van duurzaamheid.

Let op uw saeck
'Nederland let op uw saeck', was het advies. Bedrijven, burgers en lokale overheden zijn volop bezig met duurzame energie, zorg als landelijke overheid dat je die niet belemmert. Ze noemde als voorbeeld Heineken dat gaat investeren in windmolens, een bericht dat dinsdag in de landelijke dagbladen stond, nadat wij het vorige week brachten.

Pittig
Nog wat aanbevelingen: stel je als overheid als launching customer op (van duurzame spullen dus), zorg dat de groene investeringsbank er komt en stel de leveranciersverplichting in. Slecht barrières en scherp het principe 'de vervuiler betaalt' aan. Schaf bijvoorbeeld de korting op de energiebelasting voor grootverbruikers af. En zorg dat er een lange-termijnbeleid komt. Dat beleid is er nu nog niet. "Er zit geen lijn in de Green Deal en die neemt ook geen barrières weg", zo zei de kritische Van Lier Lels, die ook maar meteen even adviseerde om de lange harde bel die altijd en overal klinkt als de plenaire vergadering van start gaat af te schaffen.

Wie is de vervuiler?
Over de wens tot aanscherping van het principe 'de vervuiler betaalt' ontstond dus discussie. 'Wat betekent dat nu?', zo wilde Marieke van der Werff van het CDA weten. "Wie is de vervuiler: consumenten, energieproducenten, of energieleveranciers? U adviseert ons toch?" Het kan verschillen per geval tot geval, zo was zo'n beetje het antwoord. "Je moet op allerlei niveaus sturen", zo zei Meijdam van de Raad. En het maakt ook niet zo gek veel uit want als de kosten bij de producent worden neergelegd, zal die ze toch wel doorberekenen aan de consument. Eigenlijk zouden de kosten daar moeten worden neergelegd, waar ze tot het meeste effect leiden, dus waar de drager ervan het snelst zal investeren in duurzame alternatieven.

Doelen tellen
Ook de vraag of we nu één, twee of drie Europese doeleinden moeten hebben kwam weer ter sprake. Er zijn nu twee, door Europa verplichte doelen: voor het aandeel duurzame energie in 2020 (14%) en voor de CO2-uitstoot (min 20%). De VVD vindt één doel wel genoeg en partijen als de PVDA willen eigenlijk nog een derde doel: namelijk voor de energiebesparing. De RLI vindt eigenlijk ook dat er meerdere doelen nodig zijn. De reden is de lage prijs van CO2-uitstootrechten, waardoor er van het Europese emissiesysteem te weinig prikkel uitgaat om duurzaam te werk te gaan. Ook kan er een signaalfunctie vanuit gaan en is het een extra stimulans voor het doorvoeren van besparingen, vooral in de woningbouw, die al rendabel zijn.

Subsidie of niet
Wat ook weer ter sprake kwam was het onderwerp hoeveel subsidie er nu eigenlijk naar de duurzame industrie en hoeveel er naar de fossiele industrie gaat. Duurzame mensen en organisaties stellend dat er veel meer subsidie gaat naar het fossiele complex dan naar duurzame energie. Daarbij wordt ook de belastingvrijstelling voor grootverbruikers gezien als subsidie alsmede de vrijstelling van belasting op kerosine. VVD-er Leegte stelt hier terecht vraagtekens bij. Net als de hypotheekrente-aftrek geen subsidie is, zijn lage tarieven voor grootverbruikers ook geen subsidie. Je kan sowieso niet uitrekenen hoe hoog de subsidie dan is, want niet duidelijk is hoe hoog de tarieven 'zouden moeten zijn'. Wat die raden en duurzame organisaties daarentegen altijd vergeten zijn de gigantische hoeveelheden overheidsgeld die gestoken worden in het aanleggen van infrastructuur voor fossiele industrie.

En nu?
Interessante vraag is ook wat nu eigenlijk het aandeel van biomassa kan zijn in een duurzame energie-huishouding. Het was een vraag die Stientje van Veldhoven van D66 stelde, ongetwijfeld naar aanleiding van berichten dat biomassa vaak niet zo duurzaam is als wel wordt geclaimd door bedrijven die het gebruiken. De PLI wil daar nog op terugkomen. Wat ontbreekt is dus eigenlijk nog steeds een goede visie op hoe onze energievoorziening er over twintig, vijftig en honderd jaar uit moet zien. Daar moeten een aantal slimme koppen nu eens echt over na gaan denken. Belangrijkste vraag daarbij is in hoeverre het gebruik van gas daar nog bijhoort.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn