2011: Burger en politiek eisen controle over energievoorziening weer op

27 december 2011 - Het is de tijd van jaaroverzichten. Veel media houden zich daarmee bezig. We krijgen daarom keer op keer nog eens de beelden te zien die we al honderd keer gezien hebben. Dat gaan we dus niet doen. Toch is het wel zinvol om terug te kijken. Kunnen we nu uit alles wat er gebeurde bepaalde trends destilleren op het gebied van water, afval en energie? Kunnen we met een paar pennenstreken het jaar karakteriseren, zodat we al die losse nieuwsfeitjes als het ware in één keer hebben samengevat? Wat was kenmerkend aan 2011? Hopelijk kunnen we daar dan weer iets uit leren voor de komende jaren. Het was een beetje te voorspellen; uiteindelijk is 2011 het jaar geworden waarin de burger en de Nederlandse politiek een begin gemaakt hebben met het weer opeisen van de controle over de Nederlandse energievoorziening, wat ook echt heel erg nodig werd. Voor de bedrijven in de sector is de keuze simpel: ze passen zich aan of ze gaan ten onder. Hieronder de tien meest significante trends op energiegebied.

Duurzame pacten
1) Het ministerie van Economische Zaken kreeg meer oog voor duurzaamheid. Het is een beetje als een kind dat voor het eerst gaat lopen: nog onwennig en het zal nog jaren duren voordat de ambtenaren op niveau mee kunnen praten over een duurzame energiehuishouding, maar toch is het een goed teken. Want het is een begin. Het ministerie beseft nu dat er meer partijen zijn dan alleen de grote conventionele energiebedrijven die het jarenlang tegen de borst heeft gehouden. Het heeft echter nog geen afstand genomen van deze laatste partijen; dat moet nog gebeuren en dat zal nog wel even duren. De term Green deals vloog ons het afgelopen jaar om de oren. Mogen we voorstellen om hier een mooi Nederlands alternatief voor te gaan zoeken: Groene pacten, bijvoorbeeld.

Met voeten op aarde
2) De landelijke netbeheerders Tennet en Gasunie zijn weer een beetje van hun droomplaneten op aarde neergedaald. Met name financiële tegenvallers in Duitsland hebben duidelijk gemaakt dat de bedrijven feitelijk grote financiële risico's lopen en dat als het misgaat de belastingbetaler daarvoor opdraait. Die belastingbetaler heeft al 600 miljoen euro moeten storten om Tennet overeind te houden en het is goed mogelijk dat dat nog veel meer wordt. Als door een stevige storm hoogspanningsmasten in Duitsland als luciferhoutjes knakken, zoals een aantal jaren geleden is gebeurd, zijn de poppen echt aan het dansen. Tennet lijkt al enigszins een begin gemaakt te hebben met het terugschroeven van te bombastische investeringsplannen; bij Gasunie is dat nog niet het geval. Juist de Gasunie moet zich echter nog maar eens goed achter de oren krabben, want het gasverbruik zal de komende jaren waarschijnlijk flink gaan dalen. Een groot deel van de investeringen in de zogenaamde gasrotonde zal niet nodig blijken te zijn en voor zover die investeringen toch gedaan worden zullen ze de risico's voor de belastingbetaler vergroten.

Opmars van duurzaam
3) In 2011 schoten de lokale duurzame energie-initiatieven als paddenstoelen de grond uit. Het hoogtepunt op dat gebied was toch wel een congres begin dit jaar waarop uitgeroepen werd: 'Een duurzame energiehuishouding: 'we gaan het meemaken.' Maar 2011 is toch ook wel het jaar geweest waarin talrijke grote bedrijven zich min of meer tot duurzaamheid bekeerden, in ieder geval met de mond. Wederom een goed teken. Het is nog afwachten in hoeverre daadwerkelijke verduurzaming van de bedrijfsvoering, de productieprocessen en de producten en diensten die ze aanbieden overeind blijft als in 2012 de recessie echt gaat toeslaan. Hopelijk wordt beseft door de directies dat eigenlijk juist die verduurzaming de enige mogelijkheid is om op lange termijn te overleven. En dat neemt niet weg dat er in de duurzame samenleving van de toekomst simpelweg geen plaats meer is voor veel producten en diensten die nu nog door de grote bedrijven worden aangeboden (zoals bijvoorbeeld het fabrieksvoedsel van Unilever). Veel kleinschalige duurzame energieplannen zullen echter waarschijnlijk niet meer tot uitvoering komen, simpelweg omdat er geen financiering gevonden zal gaan worden.

Einde Middeleeuwen van kernenergie
4) In 2011 kwam natuurlijk een abrupt einde aan de zogenaamde renaissance in kernenergie. Veel landen en veel regeringen stonden volop op het punt om, zo'n 25 jaar na de kernramp in Tsjernobyl, te gaan investeren in kernenergie toen op 11 maart vier eenheden van een kerncentrale in Japan ontploften, als gevolg van de aardbeving en de tsunami die daar op volgde. Gebleken is, meer dan ooit tevoren, dat kernenergie een inherent onveilige techniek is, omdat als de centrale uitvalt die tegelijkertijd aan moet blijven staan om oververhitting van de splijtstofstaven te voorkomen. Het einde van de renaissance aan kernenergie kan daarom mogelijk eerder als het einde van de middeleeuwen op energiegebied worden gekenschetst. Vraag is hoeveel grote kernrampen er nog moeten gebeuren voordat de wereld als geheel kernenergie in de ban doet. Landen als Duitsland, Italië en Zwitserland namen al wel definitief afscheid van de technologie en ook Nederland, dat een tweede centrale in Borssele wilde bouwen, zal er afscheid van nemen. Overigens zou het ook zonder kernramp in Japan mogelijk nooit tot de bouw van een tweede centrale zijn gekomen. De financiële risico's waren simpelweg te groot voor een klein bedrijf als Delta, en zelfs voor Nederland als geheel. Daarnaast neemt de weerstand tegen opslag van kernafval enorm toe, is de overcapaciteit voor de productie van stroom in Nederland al gigantisch, en zou het verzet ook fel zijn geweest zonder kernramp.

Nieuwe enigszins gehavende wetten
5) Op wetgevingsgebied gebeurde er niet heel veel; hoewel er een aantal wetgevingstrajecten werd vlot getrokken door minister Verhagen, nadat die onder zijn voorganger Maria van der Hoeven hopeloos in de soep waren gelopen. Zo werd de wet Voorrang voor duurzaam door het Parlement aangenomen, hoewel, dankzij de Eerste Kamer, zonder een belangrijk artikel dat bepaalde dat de vervuilende bedrijven zelf moeten opdraaien voor de kosten van het verlenen van voorrang aan duurzame energie. Dat is dan wel weer jammer. De Eerste Kamer wist ook die andere belangrijke wet, de slimme meterwet, grondig te verbouwen. Acceptatie van de slimme meter door de burger is nu niet meer verplicht en dit zal waarschijnlijk heel veel gevolgen hebben op het moment dat energiebedrijven starten met de zogenaamde uitrol van de slimme meter. Naarmate negatieve berichten over de meter zullen aanzwellen, zal de weerstand tegen die meter ook groter worden, en komt er mogelijk niets meer van die uitrol terecht. Verder werd de Warmtewet vervolmaakt, maar net niet meer dit jaar opnieuw in stemming gebracht, en werden er wetten aangenomen op het gebied van het CO2-emissiehandelsstelsel.

Opmars der lokalo's
6) Het jaar 2011 was ook het jaar waarin er flink gestreden werd tegen allerlei energieprojecten die diep ingrijpen in de lokale omgeving. Het verzet van de burger is vooral het verzet van de burger uit 'de provincie', de provincies om de Randstad heen dus. Die mensen accepteren het, in tegenstelling tot vroeger, niet meer dat allerlei energieprojecten bijna als vanzelfsprekend in hun regio gepland worden. Het verzet van de burger is derhalve vooral een 'opkomst van de lokalo's'. Die gaan zelf energieprojecten opzetten en die pikken het ook niet langer dat hun omgeving geruïneerd wordt door grote energiebedrijven en de regering, zogenaamd in het algemeen belang. De CO2-opslag op land is om die reden in 2011 met succes de nek omgedraaid en hoogst waarschijnlijk zullen ook de geplande schaliegasboringen in 2012 van de agenda worden afgevoerd. De aard van de discussies heeft daarbij een interessante draai gekregen. De mensen uit de sector en de wetenschappers schermden altijd met risico's, die dan ook altijd minimaal zijn. Een leek heeft daartegen weinig in te brengen. Die burgers zijn derhalve in 2011 gaan zeggen: 'we willen het gewoon niet, niet om de kans om wat er gaat gebeuren, maar om wat er daadwerkelijk gaat gebeuren.' 
Te verwachten is dat het verzet ook in 2012 gaat aanhouden, en zelfs nog feller gaat worden als de politiek en de leiders van de energiebedrijven zich niet meer gelegen laten liggen aan wat er leeft bij mensen. Ook zijn vernielingen van energie-installaties dan niet meer uit te sluiten, vooral in Noord- Brabant. Mensen zijn er simpelweg klaar mee. Ze willen zich niet meer opofferen voor projecten die worden verkocht onder het mom van 'in het algemeen belang' maar die overduidelijk niet in het algemeen belang maar in het belang van bepaalde grote partijen zijn. De politiek krijgt daarbij waarschijnlijk in 2012 meer oog voor het feit dat de term Nimby (not in my backyard) een beetje te gemakkelijk wordt gebruikt om tegenstanders van projecten in een hoek te zetten. In feite is er niets verkeerd aan Nimby, want als er iemand het recht heeft zich uit te spreken over de inrichting van een achtertuin dan zijn het de mensen wiens achtertuin het is.

Politbureau van de Lage Landen
7) De Raad van State heeft zich in 2011 ontpopt als het werkelijke beslisorgaan in Nederland, als het gaat om infrastructurele projecten. Omdat er dus voor het minste of geringste beroep wordt aangetekend tegen projecten komt elke zaak bij de Raad van State terecht en velt die het laatste oordeel over zowat alle energieprojecten die in Nederland op touw worden gezet. Dat is niet goed. De Raad van State heeft een heel specifiek afwegingskader; die moet zich concentreren op die zaken waarover een wettekst is opgesteld (bijvoorbeeld de bescherming van de groenblauw-gele langpootmug), wat niet noodzakelijkerwijs de zaken zijn waar mensen zich over opwinden. De echte discussies over wens en noodzaak horen thuis in het Parlement en in de gemeente- en provincieraden en niet in de kleine zaaltjes van de Raad van State. Daar, in die raden en staten, worden die discussies soms wel, maar ook vaak niet gevoerd. Meestal worden de projecten voorbekokstoofd door de besturen. Wel is het zo dat met name de Tweede Kamer zich in 2011 meer dan voorheen met energie-projecten in de regio is gaan bemoeien. Ook Tweede Kamerleden, die vaak midden in die samenleving staan, eisen meer inspraak op als het gaat over grote energieprojecten. In de Tweede Kamer stonden dehralve in 2011 meer dan voorheen debatten over energie-projecten in de regio op de agenda, zoals over de gasopslag in Bergen, de aanleg van hoogspanningskabels en de schaliegasprojecten. Veel in de melk te brokkelen heeft die Tweede Kamer echter nog niet, want het coalitiebelang gaat nog steeds ten alle tijden voor.

Taboe op duurzaamheid binnen regering
8) Regeringstechnisch was het een raar jaar. Want door de deelname van VVD en PVV aan de regering is het onderwerp duurzame energie en klimaatbeleid min of meer taboe geworden. Tegelijkertijd krijgen ambtenaren van Economische Zaken dus wel veel meer oog voor duurzame energie en is ook minister Verhagen er niet helemaal vies van. Binnen de VVD houden de vele duurzame liberalen zich schuil, maar verwacht kan worden dat ze binnen enkele jaren weer uit hun schulp zullen kruipen. Daarbij trekt en duwt bijna de hele Kamer constant om de regering een meer duurzame kant in te krijgen en, wat ook belangrijk is, met name binnen het CDA begint duurzaamheid nu meer te leven. Dat komt door de komst van een nieuwe woordvoerder, Marieke van de Werf, maar wellicht ook door de herbezinning op de uitgangspunten die nu aan het plaatsvinden is, naar aanleiding van de slechte resultaten van de partij. Een van de vier uitgangspunten is rentmeesterschap en dat begrip betekent eigenlijk niets meer of minder dan duurzaamheid. Daarbij komt dat het CDA (nog wel) veel bestuurders heeft in de provincie, en dat die dus constant worden geconfronteerd met de roep om het opzetten van duurzame projecten. Het kan goed zijn dat als de PVV in 2014 weer ingestort is, net als de LPF en de Leefbare partijen eerder instortten, de nieuwe regering ineens een forse ruk naar een meer duurzaam beleid zal nemen, ook als VVD en CDA dan weer in de regering zetten. Het verzet van PVV en delen van de VVD tegen een duurzame benadering zal niet tegen de tand des tijd bestand zijn, hoewel het wel zo is dat het kostenbewustzijn dan is teruggekeerd in de politiek, en dat is dan wel degelijk aan deze partijen te danken. Daarbij is het trouwens opvallend dat de PVV zich in toenemende mate ontpopt als een partij die zich druk maakt niet alleen over dieren, maar ook over de staat van de natuur. Vaak wordt er ook met de Partij voor de Dieren meegestemd.

Prijzen
9) Het emissiehandelsstelsel voor CO2 is ten dode opgeschreven, zo werd in 2011 nog duidelijker dan voorheen. Door het permanente gelobby van de industrie en de gevoeligheid van Europese politici voor dit gelobby zijn veel te veel rechten uitgegeven en ook in de derde periode, die na 2012 begint, zal er geen einde aan het overschot komen. Daarbij komt dat er door niemand rekening is gehouden met de invloed van een flinke recessie op het stelsel. Het stelsel bleek niet 'recesssie-proof' te zijn. De prijs is derhalve nu al gedaald tot zo'n 8 euro per recht en zal waarschijnlijk nog verder dalen.
Opvallend is verder dat de olieprijzen min of meer constant waren in 2011. Begin dit jaar stond de prijs van een vat WTI-olie op zo'n 90 dollar en nu is dat 100 dollar. Ook stroom en gasprijzen zijn aardig op hun plaats blijven liggen. Stroom voor 2012 wordt op APX-Endex nog steeds verkocht voor zo'n 53 euro per MWh en gas voor zo'n 23 euro per MWh; dezelfde prijzen als die van begin januari. Het is dus niet waar dat de uitstap uit kernenergie door Duitsland tot hogere prijzen heeft geleid, zoals je weleens hoort. Verder is opvallend dat de gasprijs door het jaar heen aardig contant is geweest, terwijl er vroeger altijd een sterke dip was in de zomer. De prijs in de zomer is daarbij omhoog gegaan (en niet die van de winter omlaag), terwijl juist de aanvoerroutes voor gas naar Nederland flink zijn uitgebreid, wat tot lagere prijzen had moeten leiden. We zouden bijna gaan denken dat de prijs hoog gehouden wordt door Gasterra, die in 2011 een stuk actiever is geworden op de Nederlandse gasbeurs. Verder is het in 2011 nu eindelijk iedereen duidelijk geworden dat er grote overcapaciteit op de Nederlandse markt voor stroom zal gaan ontstaan (alleen René Leegte is nog niet helemaal overtuigd), zodat niet verwacht hoeft te worden dat de elektriciteitsprijzen de komende tijd erg sterk zullen gaan stijgen.

Van voetstuk
10) Ten slotte is een bedrijf op de valreep van het jaar gigantisch van zijn voetstuk gevallen en dat is Greenchoice. Het verlies is groot omdat Greenchoice de enige serieuze, nog onafhankelijke, nieuwkomer is die zes jaar liberalisering van de energiemarkt heeft opgeleverd en omdat het bedrijf een belangrijke pijler was in de transitie in Nederland naar een meer duurzame energiesamenleving. Het is de vraag of het bedrijf deze klap te boven komt. Het meest waarschijnlijke scenario is nu dat Greenchoice in het geheel wordt overgenomen door Eneco, dat al een belang van 20% in het bedrijf heeft. De rest van de aandelen is nog grotendeels in handen van de directie, die nu is afgetreden. Toch blijft ondergetekende zich afvragen of er nu echt sprake is geweest van moedwillige fraude en bedrog of dat de directie zo gefrustreerd is geweest over de al dan niet vermeende tegenwerking door de conventionele energiebedrijven dat ze maatregelen heeft genomen die kunnen worden uitgelegd als fraude en bedrog maar die wellicht meer zijn ingegeven door de wens om de grote energiebedrijven terug te pakken, of een hak te zetten of zoiets. Hopelijk zal er begin 2012 meer duidelijk over komen. Wat dat betreft zou het wenselijk zijn als de NMA meer dan voorheen verantwoording af gaat leggen aan de Nederlandse burger en niet alleen aan de rechters op het moment dat er weer een partij naar de rechter is gestapt. Die rechters hebben hele specifieke afwegingskaders terwijl de Nederlandse burger over het algemeen precies weet wat goed en wat fout is (zie de ophef over de rode kaart aan AZ-keeper Esteban).

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn