2011: Weg met alle fancy projecten, terug naar de essentie: waterveiligheid

28 december 2011 - De burger en de politiek bemoeiden zich in 2011 ook meer dan voorheen met het waterbeleid, net als met het energiebeleid. De commissiezalen van de Tweede Kamer zaten een enkele keer zelfs vol als er waterprojecten ter sprake kwamen, en dat is uitzonderlijk. Over enkele projecten is veel gesproken, zoals over het plan om een hoogwatergeul bij Kampen aan te leggen. Waar Kamerlid Paulus Jansen van de SP een paar jaar geleden nog alleen stond in zijn kritiek op de plannen, krijgt hij nu meer en meer bijval. Het kan verkeren. Ook het polder-beleid sleepte zich in 2011 weer voort van het ene naar het andere dieptepunt. De laatste stand van zaken is dat de Hedwige-polder niet onder water wordt gezet. De stelling dat het onder water zetten van land neerkomt op de creatie van nieuwe natuur wordt in toenemende mate niet meer gepruimd. Helemaal vreemd wordt het als de aanleg van een nieuwe breed strand en van een schiereilandje aan de Delflandse kust (land ten koste van de zee) óók als de aanleg van nieuwe natuur wordt gezien.

Korte metten
Het lijkt erop dat het natuurbeleid in Nederland te lang een zaak is geweest van enkele grote natuurclubs, advies- en ingenieursbureaus en de lokale en landelijke overheden. Die maakten afspraken over herinrichting van het landschap, zonder dat de bevolking daar bij betrokken was of er veel over te zeggen had. Die bevolking wil echter waarschijnlijk in grote getale dat het landschap gewoon zo blijft als het is. Mensen zien het landschap dat ze kennen als natuur, ook al is dat grotendeels kunstmatig tot stand gebracht. In 2011 is er meer verzet gekomen tegen al die afspraken, die vaak een voorbereidingstijd van jaren en jaren hadden en daarbij wordt impliciet de visie van deze clubs ter discussie gesteld. Met de komst van de nieuwe regering, met name door de deelname van het CDA, en de noodzaak tot bezuinigen wordt er ook echt beleid geformuleerd dat korte metten gemaakt met de visie op natuurbeleid zoals die tot nog toe opgeld deed. Het CDA wil simpelweg geen landbouwgrond meer opofferen aan allerlei fancy natuurprojecten.

Veiligheid boven alles
Omdat natuur- en waterprojecten vaak aan elkaar gekoppeld zijn, worden ook waterprojecten vaak flink door elkaar gehusseld. Niet alleen de ontpoldering van de Hedwige-polder maar ook die van vele andere polders staat ter discussie. Als er één uitspraak veel te horen is geweest in de Tweede Kamer in het afgelopen jaar is dat de waterveiligheid altijd voorop moet staan. Het koppelen van de projecten die gericht zijn op het beschermen van Nederland tegen hoog water aan allerlei maatregelen die recreatie moeten bevorderen, of die tot nieuwe natuur moeten leiden, etc. is uit de mode geraakt. Dat is ook niet gek omdat die projecten vaak uitmonden in een onontwarbare kluwen, omdat ze handen vol met geld kosten en omdat de waterveiligheid vaak ondersneeuwt en het zelfs op een gegeven moment niet meer duidelijk is of die veiligheid nog wel gediend is het project. Bestuurders gaan er dan al te makkelijk vanuit dat de waterveiligheid ermee gediend is omdat ze zo graag die andere zaken willen realiseren, zoals bij het project in Kampen.

Boerenverstand
Het zijn ingewikkelde amorfe projecten en het vergt veel inspanning, tijd en energie om er over te kunnen oordelen. De Tweede Kamer heeft zich die inspanning in 2011 meer dan voorheen getroost en dat is heel goed. Het is van groot belang want de projecten moeten weggehaald worden uit de achterkamertjes en vergadertafels waar mensen die van vergaderen hun beroep hebben gemaakt alle ruimte krijgen om hun stokpaardjes te botvieren, zonder dat het publiek er kennis van kan nemen. Die ideeën, hoe waanzinnig ook, kunnen in zo'n klein clubje jarenlang doorsudderen, zonder dat iemand met gezond boerenverstand ze nu eens met een grote zwiep van tafel veegt, zoals het ook jaren geduurd heeft voor het waanzinnige plan om het peil in het IJsselmeer te verhogen met met anderhalve meter weer van tafel was. Terwijl het juist dit soort projecten zijn die ontzetten ingrijpend zijn, omdat de fysieke omgeving op de schop wordt genomen. Ook de beslissingen die door Rijkswaterstaat worden genomen zouden hopelijk veel meer dan nu ter discussie worden gesteld. Maar al te vaak wordt de Tweede Kamer voor voldongen feiten geplaatst omdat de ambtenaren van Rijkswaterstaat al een beslissing hebben genomen. Hopelijk zullen burgers de komende jaren nog veel meer van zich laten horen en zullen de commissiezalen nog meer dan voorheen vol zitten, net zoals dat het geval is als er naar schaliegas geboord gaat worden of er gas in een instabiel gasveld wordt opgeslagen.

Structuurdiscussie
Iets wat in 2011 ook maar door bleef sudderen was de discussie over wat we met de waterschappen aanmoeten. Het pleit leek met het aantreden van het nieuwe kabinet beslecht te zijn in het voordeel van de waterschappen; ze zouden gewoon zelfstandig door kunnen gaan. Maar blijkbaar zit het de politici nog steeds niet lekker. Eind 2011 werd de discussie ineens weer opgerakeld door D66 en dit bracht weer zoveel roering te weeg dat het er op lijkt dat de discussie niet ten einde zal komen voordat er echt iets is veranderd. Het gebrek aan democratische legitimiteit lijkt een belangrijke oorzaak van de onvrede te zijn. Hoewel de besturen democratisch gekozen zijn, heerst het gevoel dat ze in feite aan niets of niemand verantwoording hoeven af te leggen. In eerste instantie werd er vooral gedacht aan het onderbrengen van de waterschappen bij de provincies. Nu lijkt de gedachte meer uit te gaan naar een opsplitsing van de waterschappen: de zuiveringstaken worden onderbracht in een nieuw soort bedrijven waar gemeenten hun rioleringstaken ook inbrengen. En het waterbeheer en de waterveiligheidstaken gaan naar de provincie.

Blinde vlek
De waterschapsheren en dames zullen 'ach en wee' roepen, maar feit is dat de waterschappen teveel als koninkrijkjes zijn gaan functioneren en dat er te weinig mogelijkheden zijn om te controleren of wat ze doen nu allemaal wel zo nodig is. Niemand die stelt dat ze datgene wát ze doen niet goed doen, maar mogelijk heerst er meer het gevoel dat ze teveel doen, dat het allemaal te perfectionistisch is, en dat ze te makkelijk geld uitgeven, met steeds maar weer stijgende waterschapslasten voor de normale burger tot gevolg. Iedereen die een waterschapskantoor binnen stapt ziet meteen dat daar veel geld zit. Kostenbewustzijn is een deel van de hersenpan wat bij ingenieurs over het algemeen slecht ontwikkeld is, zo is algemeen bekend. Het is echter in deze tijd niet meer wenselijk om de rekening van burgers voor waterschapslasten jaar in jaar uit met 10% te laten stijgen, zoals sommige waterschappen doen. Wellicht dat provinciebesturen voor meer kostenbewustzijn kunnen zorgen, maar waarschijnlijker is dat daarvoor de taken moeten worden ondergebracht bij het Rijk. Daarnaast is het zo dat ingenieurs altijd een blinde vlek hebben voor bepaalde aspecten die voor burgers juist heel belangrijk zijn, zoals kernenergie-geleerden een blinde vlek voor de gevolgen van een kernramp hebben en zoals  ingenieurs ten tijden van de aanleg van de Oosterscheldedam geen oog hadden voor de natuur.

Verkiezingsleed
Meer inspraak van mensen die midden in de samenleving staan is derhalve gewenst. De democratische legitimiteit zou vergroot kunnen worden als de opkomst bij de verkiezingen hoger zou zijn, wat op zichzelf al een teken zou zijn dat de burger zich meer gelegen laat liggen aan de waterschappen. Die opkomst zou verhoogd kunnen worden door de verkiezingen samen te laten vallen met de gemeenteraadsverkiezingen, maar opmerkelijk genoeg koos de regering in 2011 voor een andere route: indirecte verkiezingen door de gemeenteraden in plaats van directe verkiezingen door de burger. Het gevolg zal zijn dat partijen die juist bij de vorige verkiezingen, toen voor het eerst 'lijsten' (van partijen) mee mochten doen, zijn opgekomen weer zullen verdwijnen, want die zijn niet in de gemeenteraden vertegenwoordigd. Gemeenteraadsleden zullen over het algemeen voor hun eigen partijen kiezen (CDA, VVD, etc.). De vertegenwoordigers van lokale partijen in de raad zullen echter mogelijk wel massaal voor deze andere partijen kiezen. Wellicht dat een flinke discussie in de Kamer toch nog voor een andere opzet van de verkiezingen kan zorgen, en mogelijk dat ook de discussie over de inbedding van de waterschappen de discussie over verkiezingen overbodig zal maken.

Waterkennis
Verder was 2011 het jaar waarin de Deltawet het licht zag. Die moet voor een stevig financieel fundament onder het waterbeleid van de toekomst zorgen, maar geconstateerd kan worden dat dat fundament niet zo stevig zal blijken te zijn als de bedenkers ervan voor ogen hadden. Dat is niet erg, want er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden en het is niet bij voorbaat gezegd dat een oude dame in een verpleegtehuis niet geholpen hoeft te worden omdat de dijken versterkt moeten worden. Die keuze lijkt in toenemende mate te zijn: voor zo min mogelijk geld zoveel mogelijk de waterveiligheid op peil houden. Mooi zou zijn als we met zijn allen ook nog wat kunnen verdienen aan de kennis de we hebben opgedaan. Het afgelopen jaar was ook het jaar dat de watersector door minister Verhagen gebombardeerd werd tot topsector. De bedoeling is dat de waterbedrijven samen met de overheid meer dan voorheen internationaal de boer op gaan om de kennis op watergebied die er in Nederland is in klinkende munt om te zetten. De verwachtingen zijn hoog gespannen; wellicht iets te hoog gespannen. De sector zelf weet nog niet goed raad met de nieuw-verworven status. Het gevaar bestaat dat publieke bedrijven te veel risico gaan nemen in verre vreemde buitenland.

Jurgen Sweegers

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn