Twee keer juichen: rechter dwingt regering om meer te doen voor duurzaamheid en splitsing is helemaal OK

27 juni 2015 - Wat een week! Natuurlijk: 'Griekenland' en verschrikkelijke aanslagen in verschillende delen van de wereld. Maar ook: twee belangwekkende rechterlijke uitspraken. Uitspraken die van belang zijn voor de manier waarop de energiesector is georganiseerd en voor de mate waarin verduurzaming van de samenleving van de grond komt. Woensdag deed de Haagse rechtbank uitspraak in een zaak aangespannen door de duurzame actie-organisatie Urgenda en vrijdag deed de Hoge Raad eindelijk uitspraak in een zaak over de splitsing van de energiebedrijven. Persoonlijk werd ik erg blij van beide uitspraken.

Labbekakkende overheid
De stichting Urgenda, die getrokken wordt door Marjan Minnesma en Jan Rotmans, vindt dat de Nederlandse regering niet voldoende maatregelen neemt om de CO2-uitstoot naar beneden te brengen. Een forse daling van die uitstoot is nodig om te zorgen dat het klimaat niet met meer dan 2 graden opwarmt en dit is weer nodig om de aarde enigszins leefbaar te houden voor ons mensen. Nederland doet natuurlijk wel iets om die uitstoot naar beneden te brengen maar het gaat Urgenda niet snel en ver genoeg. De organisatie wil dat de uitstoot in 2020 met 25 tot 40% is teruggebracht ten opzichte van het niveau van 1990. Dat minimum van 25% gaat met de huidige maatregelen niet gehaald worden. De regering stelt dat de reductie 17% zal bedragen.

Zorgplicht
De rechter gaf Urgenda grotendeels gelijk. De rechter wilde de staat geen reductie van 40% opleggen, maar beval de regering wel maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de uitstoot in 2020 met minimaal 25% is teruggebracht. Dit is een vrij revolutionaire uitspraak, en zo werd die ook ontvangen. De rechter zegt eigenlijk: 'Heren en dames politici, u doet uw werk niet goed. U neemt onvoldoende maatregelen om een gevaarlijke klimaatverandering af te wenden'. U stelt daarmee het leven in de waagschaal van mensen die nu leven en van mensen die nog geboren moeten worden. U verzaakt uw zorgplicht, zoals die onder meer in de grondwet is vastgelegd (artikel 21): De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

'Deze factoren leiden de rechtbank tot het oordeel dat, gegeven het hoge risico van gevaarlijke klimaatverandering, op de Staat een zware zorgplicht rust om maatregelen te treffen ter voorkoming daarvan.'

en:

'De Staat past daarom een hoge mate van zorg voor het treffen van een adequaat en effectief wettelijk en instrumenteel kader tot vermindering van de broeikasgasuitstoot in Nederland.'

Vreugde
De uitspraak werd natuurlijk met gejuich ontvangen in de duurzame wereld. Het lijkt de eerste keer te zijn, wereldwijd, dat een rechter de politiek dwingt om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Te verwachten valt dat nu milieuclubs overal in de wereld naar de rechter zullen stappen, om maatregelen tegen klimaatverandering te eisen. In deze zin is dit echt een uitspraak van grote betekenis. Het zal ongetwijfeld zo zijn dat rechters in een groot aantal landen deze clubs gelijk zullen geven, net als de rechter dat in Nederland heeft gedaan. En als een rechter hen geen gelijk geeft dan gaan ze naar een andere rechter, en voeren wellicht net weer wat andere gronden aan, waardoor de kans groot is dat ze later alsnog gelijk krijgen. Overheden zijn gedwongen om zich aan de rechterlijke uitspraken te houden en zullen meer dan nu maatregelen nemen om CO2-uitstoot te verminderen. Duurzame projecten en duurzame energie-projecten zullen meer dan voorheen gestimuleerd worden en verbranding van fossiele brandstoffen, zoals in kolencentrales, zal ontmoedigd worden. In die zin heeft deze uitspraak vergaande implicaties, zelfs als de regering nu mocht besluiten om in beroep te gaan.

Trias Politica
De vreugde was met name zo groot, denk ik, omdat weinigen deze uitspraak verwacht hadden; ik ook niet eerlijk gezegd. De reden is dat gemakkelijk gezegd kan worden dat de rechter hiermee op de stoel van de wetgever is gaan zitten en dat hij dus de befaamde en onaantastbare Trias Politica heeft doorkruist; de scheiding der machten. De regering en het Parlement nemen maatregelen en leggen die vast in wetten en de rechter toetst of mensen en organisaties, inclusief de overheid zelf, zich aan die wetten houden. Zo is het geregeld. Als het democratisch gekozen Parlement en de daaruit voortkomende regering niet vinden dat er maatregelen genomen moeten worden, dan is dat blijkbaar de wil van het volk. De rechter zal zich niet op terrein van de uitvoerende en wetgevende macht willen begeven. Maar dat heeft hij dus eigenlijk wel gedaan. De bekende energie-advocaat Weero Koster, tegenwoordig van het kantoor Baker & McKenzie, stelt: In this remarkable decision, the Court intervenes with public decision-making processes through general principles of civil law.

 

Boter bij de vis
De rechter staat uitgebreid stil bij dit mogelijke verwijt en stelt alles in het werk om juist aan te tonen dat hij zijn boekje niet te buiten is gegaan. Een paar betogen zijn met name interessant. Hij zegt dat de staat weliswaar 'ruime beleidsvrijheid'  toekomt maar dat die vrijheid niet absoluut is. De staat móet maatregelen nemen 'als gevaarlijke klimaatverandering dreigt met levensbedreigende gevolgen voor mens en milieu'. Verder wordt die ruimte volgens de rechter - Hans Hofhuis- ingeperkt door verdragen die Nederland heeft afgesloten. En in verdragen is keer op keer afgesproken dat Nederland zijn bijdrage zal leveren aan pogingen de CO2-uitstoot naar beneden te brengen en dat Nederland daarin zelfs als geïndustrialiseerd land een voortrekkersrol  zal spelen. Dit bindt de Nederlandse staat.
Eigenlijk stelt de rechter alleen maar dat Nederland boter bij de vis moet leveren. Daar komt de uitspraak op neer. Nederland heeft talrijke afspraken gemaakt om CO2-uitstoot terug te dringen, onderkent de noodzaak hiertoe en heeft doelen die vergelijkbaar zijn met die van Urgenda. Nederland was voorheen altijd voorstander van een reductie van 30% in 2020 ten opzichte van 1990 en zegt nog steeds voorstander te zijn van zo'n percentage als de EU en andere wereldmachten zich daar ook toe verplichten. Verder onderschrijft Nederland de noodzaak tot een reductie van 80 tot 95% in 2050. Het punt is dat Nederland niet doet wat het volgens zichzelf moet doen. Het is niet dat de rechter maatregelen opdraagt die volledig uit de lucht komen vallen. De rechter stelt alleen dat Nederland moet doen wat het beloofd heeft te doen, waartoe het zich ook heeft verplicht, waarvan het land zelf vindt dat noodzakelijk is dat het gedaan wordt en waartoe het ook in staat moet worden geacht. Zo zijn er geen onoverkomelijke kosten verbonden aan het nemen van deze maatregelen, anders had de regering nu niet het doel van 30% onderschreven onder de voorwaarde dat andere landen meedoen.

Activistische rechter?
Verder zegt de rechter dat de scheiding der machten niet zo absoluut is als velen lijken te denken, en dat is een interessant staatsrechtelijk punt. Volgens de rechter gaat het niet om een absolute scheiding der machten maar om het bereiken van een evenwicht tussen de verschillende machten. Het is niet zo dat de ene macht boven de andere staat, maar de machten staan naast elkaar en ieder heeft zijn eigen taak. De taak van de rechterlijke macht is rechtsbescherming. Daartoe hoort ook dat de rechter burgers beschermt tegen overheden en zelfs tegen het Parlement en de regering. De rechter stelt dat hij niets meer doet dan rechtsbescherming bieden, ook al heeft dit grote politieke consequenties. Het feit dat er in het Parlement gesproken wordt over maatregelen tegen klimaatverandering betekent niet dat de rechter zich hier niet over mag uitlaten, zo vindt hij zelf. Zelfs het feit dat de uitspraak grote gevolgen heeft voor mensen die niet in de rechtszaal vertegenwoordigd zijn, voor iedereen in Nederland in dit geval, is geen reden voor de rechter om zich de mond te laten snoeren.
De rechter stelt verder dat hij ook democratische legitimatie heeft, en dit is helemaal een opvallend standpunt. Wetten zijn democratisch tot stand gekomen en door die wetten te toetsen verplaatst hij zich dus eigenlijk in de wetgever van weleer. Zoiets. Verder zijn we het er allemaal over eens dat er rechters moeten zijn, die wetten toetsen.

Splitsing
De tweede uitspraak met mogelijk grote gevolgen was de uitspraak van de Hoge Raad, vrijdag, die erop neerkwam dat de splitsing van energiebedrijven niet in strijd is met Europese wet- en regelgeving. Energiebedrijven die tegenstander zijn van die splitsing hadden dit wel betoogd. Het Gerechtshof gaf hun gelijk, waarna de splitsingswet buiten werking werd gesteld. De staat ging daarop naar de Hoge Raad. De splitsingswet verplicht energiebedrijven zich op te splitsen in een netwerkbedrijf, verantwoordelijk dus voor de kabels en leidingen in de grond, en een commercieel leverings- en productiebedrijf. Alle bedrijven behalve Delta en Eneco hebben zich inmiddels daadwerkelijk opgesplitst. In het algemeen kan gezegd worden dat splitsing goed is voor de afnemers van energie en dat die goed is voor verduurzaming. Eneco blijft roeptoeteren dat splitsing slecht is voor duurzaamheid en vele banen gaat kosten, maar dit is onzin. Ik heb er in het verleden veel over geschreven. Zie onder meer hier. Het vervelende is nu dat hoewel de Hoge Raad het Gerechtshof heeft terug gefloten de procedure nog steeds niet is afgelopen. Want de Hoge Raad heeft de zaak weer terug gegeven aan het Gerechtshof. De Hoge Raad stelt dat het Gerechtshof nu nog moet beoordelen of de splitsing in strijd is met het Europese verdrag voor de rechten van de mens en dan specifiek de artikelen die gaan over bescherming van eigendom. Het Hof was daar volgens de raad nog niet aan toe gekomen.

Flauw
Doordat de uitspraak van het Hof is vernietigd is de splitsingswet nu weer in werking gesteld, zo zegt een woordvoerder van de Hoge Raad. Het is echer heel vervelend dat de procedure nu nog blijft lopen en dat nu niet voor eens en altijd een streep onder deze zaak is gezet, die immers al vijf jaar loopt. Want je zult zien dat het Hof natuurlijk weer 'prejudicële vragen' aan het Europese Hof gaat stellen omtrent de geldigheid van het Europees verdrag van de rechten van de mens in dit geval. En als er dan weer een uitspraak is, over een groot aantal jaren, gaat de staat mogelijk weer in cassatie bij de Hoge Raad. En zo blijven we bezig.

Jurgen Sweegers
Adviesbureau Geldengroen.net

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn