EZ/NMA: Warmtewet leidt tot hogere tarieven, moet gewijzigd worden

17 mei 2010 - Mensen die zijn aangesloten op een warmtenet lijken pech te hebben. De nieuwe Warmtewet leidt voor hen eerder tot hogere dan tot lagere tarieven. Dat schrijven althans het ministerie van Economische Zaken en de toezichthouder NMA aan het Parlement. De Warmtewet is een initiatiefwet van, met name, het Kamerlid Jan ten Hoopen van het CDA en was juist bedoeld om paal en perk te stellen aan hoge tarieven die door warmteleveranciers in rekening worden gebracht. De wet is begin vorig jaar aangenomen door de Eerste Kamer. De NMA en het ministerie hebben onderzocht hoe ze de wet ten uitvoer moeten brengen en komen tot de conclusie dat die gewijzigd moet worden. Dat kan de doodsteek betekenen.

 

Redelijke en maximumtarieven
Uitvoering van de wet wordt lastig, zo stellen de autoriteiten, die over het algemeen niet zo dol zijn op wetten die er op initiatief van het Parlement zijn gekomen. Maar toegegeven, deze wet is echt lastig. De wet bepaalt namelijk dat er 'maximum' en 'redelijke' tarieven moeten worden opgesteld. Redelijke tarieven zijn tarieven die ervoor zorgen dat de warmteleveranciers een bepaald rendement op hun warmtenetten behalen. Maximumtarieven daarentegen zijn de tarieven die de klant zou betalen als hij niet was aangesloten op een warmtenet, maar een CV-ketel zou hebben gehad. Die maximumtarieven lijken dus op de tarieven zoals ze nu worden vastgesteld; namelijk op basis van het 'niet-meer-dan-anders principe'.

Hogere tarieven in plaats van lagere
De regel van de nieuwe wet is nu dat de warmteleveranciers redelijke tarieven in rekening mogen brengen, tenzij die hoger zijn dan de maximumtarieven. Nu was de verwachting dat die redelijke tarieven lager zouden zijn dan de huidige tarieven, zodat de consument er op vooruit ging. Er werd vanuit gegaan dat energiebedrijven grote winsten behaalden; zie ook de ophef rond de warmtelevering aan koningin Beatrix. Volgens de autoriteiten is dat echter niet zo. Rendementen zijn laag, zo stelt de NMA, die daar zelf een onderzoek naar heeft gedaan. Het hanteren van redelijke tarieven zou daarom tot hogere tarieven leiden dan de huidige tarieven.

Wel of niet erop vooruit gaan
Zo zouden de kosten met 19% stijgen, zo stelt de NMA. Onderzocht zijn de netten van vijf grote warmteleveranciers: Nuon, Essent, Eneco, Stadsverwarming Purmerend (SWP) en Wamob (tot 1 januari 2010 van RWE, daarna Essent). Die bedrijven hebben samen elf grote netten, waarmee warmte wordt geleverd aan ongeveer de helft van de in totaal 600.000 huizen die op een warmtenet zijn aangesloten. De tarieven van die vier bedrijven verschillen nogal. Inwoners van Purmerend betalen minder dan 600 euro en die van Nuon meer dan 700 euro (zie tabel). Volgens de NMA gaat 98% van de mensen er echter op achteruit met de nieuwe Warmtewet.

Cijfers grote warmtenetten volgens NMA*
 

aandeel in

markt

tarief 2008

huishoudens

rendement

2008

rendement

met wet

Eneco 40% 645 euro 4% 3,7%
Nuon 29% 710 euro -0,4% 1,4%
Essent 21% 690 euro 0,3% (1,4) 3,2%
SVP 10% 595 euro 0,3% 5,3%
Wamob   660 euro 14,2%  

* Wamob (warmtenet Oost-Brabant) maakt per 1 januari 2010 onderdeel uit van Essent. Vanaf die datum zijn de gegevens dus meegenomen in die van Essent. Het rendement van Essent in 2008 zou hoger zijn geweest als de cijfers van Wamob ter vergelijking dan worden meegenomen (het percentage staat tussen haakjes).

Rendementen zouden laag blijven
Omdat het redelijke tarief vaak hoger is dan het maximumtarief, moeten de bedrijven die laatste tarieven in rekening brengen, waardoor hun rendement eigenlijk te laag blijft, zo vindt de NMA. Het rendement is nu volgens de NMA gemiddeld 1,9%. Zo zou Eneco een rendement van 4% hebben en Nuon, ondanks de hoge tarieven, een rendement van slechts -0,4%. De NMA acht een rendement van 6,3% wenselijk. Door de nieuwe tarieven zou de rendementen omhoog gaan (behalve voor Eneco), maar nog steeds onder het wenselijke rendement blijven.

Terugwerkende kracht is zielig
Een ander aspect van de nieuwe wet leidt volgens de autoriteiten ook tot problemen. Zo stelt de wet dat afnemers met terugwerkende kracht vanaf 2007 gecompenseerd moeten worden voor te hoge tarieven. Het probleem is volgens de NMA dat mensen die een te laag tarief hadden niets hoeven terug te betalen, maar dat mensen die te veel hebben betaald wel geld terug krijgen. Daarnaast mogen de bedrijven winsten en verliezen van verschillende netten niet tegen elkaar wegstrepen. De NMA stelt daarom voor om die terugwerkende kracht te schrappen. Blijkbaar vindt ze het erg zielig voor de bedrijven dat ze 120 miljoen euro moeten terug betalen. Overigens lijkt de stelling dat de bedrijven zoveel moeten terug betalen in tegenspraak met de stelling dat de nieuwe tarieven hoger liggen dan de oude tarieven. In dat laatste geval hoeft er immers niets te worden terugbetaald.

Doorstart of doodsteek?
Ook wil de NNA een eenvoudige prijssystematiek en meer aandacht voor de producenten van de warmte. Die producenten zijn soms weer andere partijen zijn dan de leveranciers en omdat een warmtenet vast zit aan de installatie van een bepaalde producent hebben die laatste partijen ook veel macht. Voor al die zaken zou de wet moeten worden veranderd. Het is niet duidelijk hoe dat zou moeten gebeuren en door wie. De initiatiefnemers van de wet, of hun opvolgers in de fractie, zouden een wetswijziging moeten indienen, die dan weer door beide Kamer moet worden behandeld. Of het ministerie moet zelf met een wijziging komen, wat wel raar zou zijn. Het heeft jaren geduurd voordat de wet door het Parlement kwam. Als die nu gewijzigd moet worden, is dat waarschijnlijk de doodsteek voor de wet. Wat mogelijk ook precies de bedoeling is van het ministerie.

Flutonderzoekje van Ernst & Young
Vraag is verder hoe gedegen het onderzoek is. De energiebedrijven, die nooit blij zijn geweest met de Warmtewet, hebben zelf de gegevens aangeleverd voor het onderzoek. En daarnaast staan NMA en het ministerie mogelijk bevooroordeeld tegenover de wet, die immers niet van hun hand is. Beter was het wellicht geweest als een organisatie als de Vereniging Eigen Huis of de Consumentenbond het onderzoek had gedaan. Die zijn hier meer bedreven in en ze zijn gespitst op het ontwijken van de valkuilen die bedrijven graven. Er is trouwens ook onderzoek gedaan naar exploitanten van kleine warmtenetten, zoals woningbouwcorporaties. Dat onderzoek, dat gedaan is door adviesbureau Ernst & Young, is mislukt. Slechts 3 van de 113 aangeschreven bedrijven reageerden. Er zijn overigens 6600 van dat soort netten.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn