Groen is poen: Prorail betaalt tot 10% extra voor duurzame leveranciers

1 september 2010 – Spoorwegbeheerder Prorail betaalt tot 10% extra voor leveranciers en aannemers die aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. De bedragen die deze bedrijven bieden bij een aanbesteding worden met 10% verminderd op het moment dat ze vergeleken worden met de offertes van andere bedrijven, zo zei Ger van de Wal van Prorail vorige week op het Nationale CO2-platform in Rotterdam. Ook Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst denken erover om duurzame bedrijven op deze manier te gaan belonen.

Groen als gras
Prorail zelf noemt de methode de’ CO2-prestatieladder’. Bedrijven die voor Prorail willen gaan werken krijgen een score; hoe duurzamer het bedrijf hoe hoger de score, die loopt van 0 tot 5. En hoe hoger de score hoe meer er van het offertebedrag afgehaald wordt (bij het maken van de vergelijking dus, het winnende bedrijf krijgt wel het ingediende bedrag). De hoogste score is weggelegd voor de allerduurzaamsten: bedrijven die deelnemen aan CO2- reductieprogramma’s, die hun CO2-winst meten alsof het echte winst is, die een CO2-boekhouding bijhouden volgens een NEN-norm en die er ook nog voor zorgen dat hun leveranciers zo groen zijn als gras. Deze bedrijven krijgen 10% korting.

Groen kost poen
‘Groen is poen’, zo heet dit in de terminologie van Prorail. Op de vraag of het niet een zinloze verkwisting van belastinggeld is antwoordde Van de Wal dat de methode slechts marginaal tot hogere kosten leidt (0,33%). Hoe dat mogelijk is werd niet helemaal duidelijk. Stel dat de offerte van een duurzaam bedrijf 9,9% hoger is dan van een gewoon bedrijf. Dan wordt dat duurzaam bedrijf (zeg DHV) uitgekozen en is de kostprijs dus bijna 10% hoger dan wat die had kunnen zijn.

Baten zijn er ook
Het systeem is alleen kosteloos als alle bedrijven die meedoen aan de aanbesteding, duurzaam of niet duurzaam, ongeveer even duur zijn, of als duurzame bedrijven juist meer dan 10% duurder zijn dan de goedkoopste bedrijven, zodat ze niet worden uitgekozen. Maar in dat laatste geval heeft het systeem geen zin. Het systeem heeft alleen zin als duurzame en niet duurzame bedrijven meedoen en als die eerste bedrijven iets, maar niet teveel, duurder zijn dan normale bedrijven. Dan worden duurzame bedrijven uitgekozen terwijl dat anders niet het geval was geweest. De baten zijn in dat geval vooral maatschappelijke baten: de bouwers gebruiken bijvoorbeeld duurzame materialen. Van de Wal noemde zelf het voorbeeld van stenen bielzen (dwarsliggers) die gemaakt zijn van keitjes die voorheen tussen de houten bielzen lagen. Als alle bedrijven duurzaam zijn dan leidt het systeem ook niet tot een andere uitkomst.

Kindje op afstand geplaatst
Er is interesse bij andere organisaties. De Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat (RWS) gaan de CO2-ladder ook inzetten bij aanbestedingen, zo zegt Van de Wal, die tien jaar voor DHV heeft gewerkt. RWS had er in eerste instantie moeite mee. De huisjurist stelde dat de CO2-ladder een ‘selectiecriterium’ is en geen ‘gunningscriterium’ en dit zou dan blijkbaar problemen kunnen geven. Maar het probleem is nu opgelost zo zegt Van de Wal tegen ons. Binnenkort wordt het systeem in een stichting ondergebracht; Prorail kan het niet meer aan. Milieuclubs zullen zich er dan over gaan ontfermen.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn