Weer fraude met emissierechten in arme landen

19 oktober 2010 – Er is weer fraude geconstateerd bij zogenaamde CDM-projecten in ontwikkelingslanden. Dat zijn projecten die opgezet worden om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dit levert CO2-uitstootrechten op die in het Westen verkocht worden. Bedrijven zetten echter massaal projecten op die CO2-uitstoot tot gevolg hebben, waarna ze die uitstoot vervolgens weer ongedaan maken. Dit keer zijn het initiatiefnemers van projecten voor de reductie van N2O (lachgas) die verdacht worden van fraude.

Zwaar broeikasgas
Het zijn maar vier projecten van de in totaal 2200 die zijn opgezet onder het Clean development mechnisme (CDM), zo constateert het Stockholm Environment Institute (SEI). Maar toch hebben ze zo’n 20% van alle rechten in de wacht weten te slepen; dat zijn 88 miljoen rechten. Dan kan omdat een N2O een zwaar broeikasgas is; een ton N2O is ruim 300 keer schadelijker dan een ton CO2. Het komt vrij bij de productie van kunstmest en bij die van adipinezuur, wat weer gebruikt wordt voor de fabricage van nylon. Overigens is het overgrote deel van de emissie van N2O (60%) afkomstig van natuurlijke bronnen, zo stelt het IPCC.

Carbon leakage
Door het CDM-mechanisme zou een deel van de productie van adipinezuur naar ontwikkelingslanden zijn verplaatst, zo stelt het Stockholm Environment Institute. De opbrengst van de rechten die verkocht kunnen worden is groter dan de totale kosten van het bouwen van de fabriek en de kosten om de uitstoot weer te reduceren. Opvallend is ook dat die producenten voor 100% van hun reductie gecompenseerd worden, terwijl de industrie in het westen de uitstoot met 90% vermindert zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.

Cashen met emissirechten
Onder het Joint-implementation (JI) mechanisme zijn ook projecten opgezet om de uitstoot van N2O naar beneden te brengen. Die worden wel slechts gecompenseerd voor zover ze de uitstoot met meer dan 90% omlaag weten te brengen. JI-projecten worden opgezet in wat vroeger wel de Tweede Wereld werd genoemd, ofwel het voormalige Oostblok. CDM-projecten worden opgezet in de Derde wereld. Het gevolg is dat waar de reductie van N2O onder het JI-programma 90 euro per ton adipinezuur oplevert, het in de zogenaamde arme landen 1000 euro per ton oplevert.

Vraag naar adipinezuur zakte in
“Sinds enige tijd weten we dat deze projecten gigantische winsten opleveren onder het CDM-mechanisme, zo zegt Michael Lazarus, een wetenschapper van het instituut die er een studie naar heeft verricht. De vraag naar adipinezuur zakte in 2008 en 2009 in, waardoor fabrieken in het westen ongeveer 60% minder gingen produceren. De fabrieken in de CDM-gebieden konden hun bezettingsgraad echter op 85% handhaven. Hieruit concludeert het instituut dat er 13,5 miljoen rechten ten onrechte zijn uitgekeerd aan deze producenten.

Europa zou de rechten die uit deze projecten ontspruiten ongeldig moeten verklaren, zo zegt het SEI. Een alternatief is dat de CDM-organisatie UN CDM Executive Board maatregelen neemt maar van deze organisatie die alle fraude in arme landen met de mantel der liefde lijkt te willen bedekken valt weinig te verwachten. Gevestigde belangen  kunnen het nemen van maatregelen tegenhouden, zo stelt SEI. Onder meer de Nederlander Lex de Jonge maakt daar deel van uit. Eerder kwamen projecten voor de reductie van HFC-23 onder vuur.

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn