E-laad heeft overeenkomst met 180 gemeenten, sommige steden willen niet

14 december 2011 - Gemeenten hebben ook andere redenen om niet in zee te gaan met de stichting E-laad. Sommige bestuurders zetten vol in op groen gas en zien de elektrische auto als concurrentie voor deze plannen. Daarnaast zijn er gemeenten die het beter weten of die nog niet echt kunnen kiezen. Amsterdam heeft besloten om de plaatsing van oplaadpalen in eigen hand te houden. Nuon en Essent zijn daar nu actief. In Den Haag gaat komt elektrisch vervoer om onduidelijke redenen moeizaam van de grond.

Dit artikel is een vervolg op: Buitenbeentje Stedin voegt zich bij E-laad, 'E-laad liep te ver op troepen vooruit'

Geen vetpot
De gemeente Den Haag denkt na over het plaatsen van oplaadpalen op strategische plekken in de stad, maar wil eerst beleid daaromtrent ontwikkelen, zo zegt Van Kaathoven In Den Haag zijn nu nog slechts 10 particulieren die een oplaadpaal hebben aangevraagd. De gemeente Den Haag zou geen zaken willen doen met de stichting E-laad. Niet duidelijk is waarom. Mogelijk dat hier de strijd tussen Stedin en de stichting E-laad een rol speelt. Den Haag is aandeelhouder van Eneco en kiest daarom mogelijk om die reden voor Eneco en Stedin. Toch is de aanleg van oplaadpalen nu niet echt een begerenswaardig iets, zo zegt Van Kaathoven. Er valt immers niets mee te verdienen; het kost hen alleen maar geld. De gemeente Den Haag zou dus blij moeten zijn met partijen als E-laad, die dat gratis willen doen.

Wel willers
Maar de andere 180 gemeenten zijn welwillender. De palen die de stichting E-laad hier plaatst komen er in overleg met deze gemeenten, of op verzoek van particulieren. Particulieren die een elektrische auto aanschaffen komen in aanmerking voor een gratis plaatsing van zo'n paal voor hun deur. Dat moet dan natuurlijk ook in overleg met gemeenten. Het voordeel voor gemeenten is dat plaatsing door de stichting E-laad gratis is. De stichting heeft van de netbeheerders geld meegekregen (25 miljoen euro) voor de plaatsing van 10.000 palen. Vorige week is de duizendste paal geplaatst, dus met dat geld kunnen ze nog wel even vooruit. De stichting plaatst echter alleen palen in het publieke domein. Daarom is het totaal aantal oplaadpalen met 2000 nu zo'n twee keer zo groot dan het aantal palen dat E-laad geplaatst heeft.

Vicieuze cirkel
De reden voor het altruïsme van de netbeheerders is dat ze op deze manier een potentiële vicieuze cirkel willen doorbreken (zonder laadpalen zal niemand een elektrische auto kopen en zonder elektrische auto's zal niemand laadpalen aanleggen). Daarnaast zijn de netbeheerders op die manier in staat om informatie te verzamelen over de invloed van het elektrisch opladen op het net. Ook Stedin wil daar binnenkort mee beginnen, zo zegt woordvoerder Hanemaaijer. Dit is van belang als het aantal elektrische auto's in de toekomst heel erg zou gaan toenemen. Het kan zijn dat het lokale net het dan niet meer trekt. De netbeheerders mogen officieel de kosten van de aanleg van de infrastructuur voor elektrische auto's niet doorberekenen in hun tarieven. De stichting E-laad pleit er voor dat ze dat wel mogen doen in de toekomst.

Fabrikanten
De stichting heeft de opdracht tot levering van de palen uitbesteed. Er zijn nu twee leveranciers: het Franse DBT en ICU Alfen. Een andere leverancier van oplaadpalen is Reewoud. Voor winkels die oplaadpalen willen plaatsen, zoals bijvoorbeeld C1000, zijn er bedrijven als Chargepoint, Mennekes (van de stekkers) en EV-Box (een paal met een 'kop' erop, een soort vuilnisbak).

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn