COLUMN - Verdienmodellen 2): De energiecoöperatie als producent

2 juli 2013 - Steeds vaker heb ik discussies over nut en doel van energie coöperaties. In enkele columns ga ik in op de verschillen en kansen van verdienmodellen van energie coöperaties. Ik kijk daarbij naar wederverkoper constructies, energie leveren, eenmalige projecten en in deze column naar de energie productie projecten.

Ten geleid: daar ik lang niet alle voorbeelden (even goed) ken, laat ik mij graag informeren door de spelers uit de markt. Schroom aub niet mij te bellen of mailen met uw ervaringen goed of slecht, dan besteed ik daar graag aandacht aan de komende weken.

Het wereldje van het opwekken van duurzame energie is eigenlijk te groot en divers om in één column te beschrijven. Toch zal ik kijken naar de diverse bronnen (windenergie, zonne-energie en warmteprojecten0 als kans voor een verdienmodel voor energiecoöperaties.

Windenergie

Windenergie is financieel wellicht het meest interessant als collectief project voor een coöperatie. Toch is deze ook de meest controversiële en tijdrovende. De politieke problemen rond windenergie hoef ik hier niet te herhalen.

Puur naar het verdienmodel kijkende is een windturbine interessant. En hoe groter hoe interessanter. Niet voor niets vechten initiatieven elkaar de tent uit op lokaal niveau. Agrariërs die turbines willen opschalen, Nuon en Eneco die contracten afsluiten met grondeigenaren voor verwerving van grondposities voor nieuwe windturbines waar ze bedragen als 700 euro per jaar voor betalen, gemeenten die mee willen profiteren en hoge grondprijzen willen afgeven en bewoners die dan wel willen participeren dan wel gecompenseerd willen worden voor de horizonvervuiling.

Complex
Het beheer van een enkele windturbine is complex. Je moet een goed contract af zien te sluiten; niet voor niets dat de meeste eigenaren zich verenigen in collectieven zoals: Kennemerwind, de Windvogel en de Vereniging van Windturbine eigenaren Noord-Holland (VWNH). Daarbij komt dat de turbine voorgefinancierd moet worden á 1,5 miljoen euro per MW. Hoewel de initiatieven graag kennis uitwisselen en elkaar helpen, is de energiemarkt niet eenvoudig en komen diverse financiële, juridische en onderhandelingszaken om de hoek kijken.

Hoewel de schattingen uiteenlopen werd mij onlangs toevertrouwd dat een turbine na 10 jaar afbetaald is en je aan een turbine van net onder de 1 MW 60.000 euro per jaar kunt overhouden. En met de ambities van Den Haag en sommige gemeenten ligt daar ook een mooie kans. Zo is de Windvogel met het ambitieuze 1000 Palen Plan gekomen.

De Nederlandse markt bestrijkt het tegenovergestelde van bijvoorbeeld Duitsland in eigenaarschap. In Duitsland is ongeveer 80% van de windmolens mede in handen van omwonenden, waarbij dat in Nederland slechts 20% is. Piet Visser van de VWNH zegt daarover dat hoewel het financieel interessanter is om de turbine in eigen beheer te houden, dit eigenlijk nauwelijks meer mogelijk is in een dichtbevolkt land als Nederland.

Draagvlak
Volgens Visser kunnen juist coöperaties windenergie een grote dienst bewijzen door samen op te trekken in de realisatie van meer windturbines. Dat betekent participatie in ruil voor draagvlak. Dan moeten de coöperaties wel voldoende leden hebben om de stroom aan te kunnen leveren. Daar zijn er nu maar een paar van in Nederland. De realisatie van een windturbine duurt ongeveer 10 jaar. Alleen door middel van samenwerken kan dit versneld worden.

Een gemeente waar een turbine wordt ingezet om de gemeenschap te dienen is Reduzum. De opbrengst van de turbine, die in handen is van de gemeenschap, wordt ingezet voor onder andere zonnepanelen, verduurzamen van een nieuwe woonwijk en zelfs de realisatie van een jachthaven en ijsbaan.

Als alle hobbels overwonnen kunnen worden is het exploiteren van een turbine voor een energiecoöperatie bijzonder interessant als verdienmodel. Maar dat vergt een héle lange adem.

Zonne-energie

Aan het optreden als intermediair in de verkoop van zonnepanelen aan leden is geen droog brood te verdienen voor lokale coöperaties. Is het dan wel  interessant om de exploitatie te gaan doen van grotere projecten?

Zon op Nederland

Zon op Nederland is een initiatief dat gebouwen zoekt, voornamelijk in handen van de overheid, en daar zonnepanelen op laat installeren. Een contract wordt gesloten met een gemeente voor de exploitatie van het dak voor een periode van 20 à 25 jaar. Om dit te financieren vraagt de organisatie, vaak met hulp en soms financiële steun van de gemeente, bewoners om te participeren en één of meer panelen af te nemen.

Als participant betaal je 400 euro voor een zonnepaneel. Grof gerekend een jaarlijks rendement van 3% op je investering voor een periode van 20 jaar.

1miljoenwatt

Twee partijen die het groter aanpakken zijn de stichting 1miljoenwatt en Essent, bij hun project op het stadion van voetbalclub Groningen. Zij ambiëren in een breder samenwerkingsverband om 1100 zonnepanelen voor een periode van 24 jaar op het dak van het stadion te leggen. Als deelnemer betaal je hier maar liefst 550 euro per zonnepaneel. Je koopt bij dit initiatief een obligatie. Je rendement is hier tussen de 2,2% en 2,5%.

De grotere zonnestroom initiatieven nemen toe. Net als bij windenergie komt hier nogal wat bij kijken alvorens een dergelijk project te realiseren is. De heren van 1miljoenwatt komen allen uit de energiewereld en nemen vaak een bedrijf mee. Samenwerken hier is sleutel, maar of hier een groot verdienmodel aan zit voor (lokale) energie coöperaties betwijfel ik. Het initiatief van 1miljoenwatt is in vergelijking met de heren van Zon op Nederland ook een fors stuk duurder per paneel, maar daar staat tegenover dat de partijen die hieraan participeren dit niet vrijwillig doen. Een leerpuntje voor de lokale initiatieven.

Daarnaast zijn de zeer dunne marge en de lange horizon van vaak 15 jaar of langer een nadeel. Hoewel deze projecten voor een coöperatie nauwelijks voor een stabiel verdienmodel zorgen, kan wel een rendement op de investering verdiend worden dat hoger ligt dan het rendement op een gemiddelde bankrekening. Maar dat is wellicht financieel interessanter voor een participant dan voor de coöperatief.

Warmteprojecten

Naast de zonne- en windenergie bestaan diverse lokale projecten die werken met aardwarmte. Twee mooie voorbeelden daarvan zijn Thermo Bello in Culemborg en DEVO in Veenendaal.

Thermo Bello

In 2009 is wijkenergiebedrijf in Culemborg begonnen met het leveren van warmte en koude aan de inwoners van de wijk EVA-Lanxmeer. Een netwerk van drinkwaterbedrijf Vitens werd overgenomen. Het warmtenet is nu in handen van de bewoners zelf. In de wijk wordt warmte aan drinkwater onttrokken middels een warmtepomp en geleverd aan 190 woningen en 8 bedrijfspanden. Hoewel warmte nu een van de hoofddiensten is van de wijk, ontwikkelen ze ook diverse andere producten en diensten, waaronder zonne-energie en kennisuitwisseling.

Het netwerk is overgenomen voor ongeveer 150.000 euro en wordt in tien jaar afgeschreven. Hoewel een beperkt dividend wordt uitgekeerd valt in het bedrijfsplan, vrij beschikbaar op de website, te lezen: ‘bij een te groot positief resultaat gaan de tarieven naar beneden, wordt extra afgelost of geïnvesteerd.’

Het bedrijf heeft in het begin een persoon een paar dagen per week en later voor een dag per week in dienst. Het resultaat is vanaf 2012/2013 is positief. In 2018 moet een operationeel resultaat van ongeveer 15.000 euro per jaar gerealiseerd worden.

Het model van Thermo Bello is een mooie basis voor een energiecoöperatie. Zij zijn als wijkvereniging EVA-Lanxmeer al lang actief, op een bijzondere manier. Daarbij hebben ze het geluk dat ze een bestaand netwerk voor een gunstige prijs hebben over kunnen nemen en dat de inwoners van de wijk niet alleen betrokken en enthousiast zijn, maar ook mee wilden investeren.

De kansen voor nieuwbouw en het betrekken van bewoners hierbij is groot. Daar zijn enkele voorbeelden van, waaronder dus Thermo Bello, maar ook in Reduzem waar de lokale wijkcoöperatie een nieuwe wijk mee vorm geeft en hierin investeert in duurzame technieken.

Duurzaam Energiebedrijf Veenendaal-Oost (DEVO)

Waar bij Thermo Bello het initiatief bij de bewoners zelf lag en dit een bestaande wijk betrof, heeft in Veenendaal-Oost de gemeente het initiatief genomen tot oprichting van een duurzaam energiebedrijf voor nieuw te bouwen wijken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp en een warmtekrachtcentrale. De aangesloten huizen kunnen hun huis middels vloerverwarming in de zomer verwarmen en in de winter koelen. Tevens zorgt de centrale voor verwarming van het tapwater.

Een financieel voordeel voor de bewoners is ongeveer 15% op de maandelijkse kosten voor warmtegebruik, aldus de brochure. Hoewel de bewoners niet participeren in het netwerk, maar wel gebonden zijn aan het gebruik van het netwerk, biedt DEVO weer een mooi voorbeeld van hoe het ook kan. Het is raden naar het verdienmodel, maar de eigenaren zullen geen verlies lijden op het systeem, daar ze altijd de mogelijkheid hebben tarieven te verhogen, zonder het risico dat afnemers overstappen. Dit is uiteraard niet onbeperkt mogelijk, zonder dat de bewoners zich roeren.

Ten slotte

Hoewel alle projecten verschillend zijn en in handen zijn van niet alleen energiecoöperaties, zijn toch enkele conclusies te trekken. Kijkende naar het onderzoek van vorige week voor de (weder) verkoop constructies van met name zonnepanelen, zie je hier dat de financiële kansen voor productie met projecten groter zijn. Alle plannen laten zien dat hierbij een zekere professionaliteit een minimale vereiste is. Een viertal ingrediënten zijn hierbij cruciaal.

1. Inbedding

Lokaal moet draagvlak aanwezig zijn of gecreëerd worden. Een project als een windturbine of een lokaal warmtenet vergt betrokkenheid van (potentiële) bewoners, de gemeente, mogelijke projectontwikkelaars en technische ondernemingen. Draagvlak is alles voor realisatie, dat geldt het meest voor het plaatsen van een nieuwe windturbine, maar ook voor het initiëren of overnemen van een warmtenet.

2. Lange adem

Eén ding is heel zeker, welke route ook gekozen wordt, iedere onderneming is er een van de lange adem. Een project initiëren of exploiteren duurt lang en is over het algemeen voor een exploitatietermijn van 20 à 25 jaar. Een dergelijk initiatief van de grond krijgen duurt gemiddeld ook 5 à 10 jaar. Al met al geen ‘grote stappen, gauw thuis’.

3. Kennis, expertise en mogelijk kapitaal

Kennis en expertise zijn cruciaal voor dergelijke technisch, financieel en juridisch moeilijke projecten. Hoewel niet te onderschatten valt hoeveel kennis in een wijk of gemeente aanwezig is, is professionalisering hierbij cruciaal. Overheden of banken gaan geen zaken doen wanneer risico’s niet tot achter de komma zijn uitgerekend. Dat geldt ook voor particuliere geldschieters.

4. Financiering

Grote projecten realiseren vergt kapitaal. Banken stappen eigenlijk nooit meer in projecten met een 100% financiering. Dat betekent dus dat risico gedeeld wordt en het geld opgehaald moet worden bij private partijen. Soms kan nog een bankgarantie geregeld worden met een gemeente, maar ook dat wordt steeds moeilijker. De uitdaging en tevens kansen liggen dus bij het ophalen van particulier geld. Dat zorgt voor het delen van het risico, maar ook voor het delen van mogelijke revenuen en het zorgt voor extra draagvlak en betrokkenheid. Crowdfunding en de vele varianten hierop zijn steeds relevanter.

Kansen

Al met al liggen er wel degelijk kansen voor energiecoöperaties in deze markt. De overheden hebben toenemende druk om duurzame doelstellingen te realiseren, maar hebben daar steeds minder geld voor. Daarnaast ligt ook een groeiende druk bij overheden om nieuwe woningen te bouwen. Bewonerscollectieven kunnen gemeenten daarbij van kennis, kunde en kapitaal voorzien en tevens de druk opvoeren om de woningen energetisch zo zuinig mogelijk te bouwen.

Voorbeelden in binnen- en buitenland zijn er te over; voorbeelden van warmtenetten, windturbines, crowdfunding acties, juridische contracten, berekeningen van exploitaties, technische berekeningen en ga zo maar door. Alle partijen die werkzaam zijn met duurzame energie zijn nagenoeg allemaal genegen deze kennis en kunde beschikbaar te stellen, zeker de coöperaties zelf.

Het is nu aan de nieuwe en bestaande initiatieven hier slim mee om te gaan en slimme lokale businessmodellen te ontwikkelen met realistische verwachtingen en mensen te enthousiasmeren met een eerlijk verhaal. Niemand is erbij gebaat als gouden bergen worden beloofd op korte termijn, maar resultaten uitblijven.

Ook enthousiasme komt te voet en gaat te paard.

Rolf Heynen

(Graag ontvang ik ervaringen uit de lokale markt: succesvolle en gefaalde initiatieven kunt u met mij delen; mail voorbeelden naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Tweet naar @rolfheynen)

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn