COLUMN - Ervaringen met opbouw lokaal energiebedrijf (4): Voorbij de eerste golf van enthousiasme

9 april 2013 -  Van medio 2009 tot januari 2012 was ik werkzaam bij de Noordhollandse Energie Coöperatie (NHEC), waarvan bijna twee jaar als directeur. Ik kijk met veel plezier terug op deze pioniersperiode. De vele presentaties die ik door het land gaf en de vragen die ik de afgelopen jaren heb gekregen moedigen mij aan terug te kijken op deze boeiende periode. Met deze bijdragen hoop ik vooral anderen te inspireren bepaalde keuzen wel of niet te maken en zaken in perspectief te plaatsen. Vandaag deel 4: enkele slotgedachten.

Rooskleurige verhalen
Op dit moment zijn slechts een vijftal energiecoöperaties echte koplopers: Grunneger Power, Lochem Energie, Texel Energie, NHEC en DeA. Ondanks de hemel bestormende verhalen over de harde groei van het aantal coöperaties, blijven verwachtingen mijlenver voorlopen op de werkelijkheid. Dit leidt nu en op termijn tot grote teleurstellingen en heeft een afbreukrisico. Dit heeft veelal te maken met de te rooskleurige verhalen die overal geschetst worden, de te grote focus op het leveren van energie en een onvoldoende concrete en dus ingekleurde toekomststrategie.

Hoewel de focus van veel coöperaties nog steeds primair bij het leveren van energie ligt, zien we bij enkele ook andere aandachtsgebieden. De focus heeft voor een groot deel te maken met de vraag welke mensen uit een gemeenschap zich aansluiten, dan wel met wie de initiatiefnemers zijn. Een sterke betrokkenheid van de lokale politiek leidt veelal tot het binnenhalen van diverse subsidies (Lochem Energie en Texel). Bij betrokkenheid van veel ondernemers richten zij zich meer op de levering van producten als zonne-energie (pv of thermisch) en isolatie.

Deuntje
Coöperaties beginnen veelal met een groots mondiaal doel: geen fossiele energie meer gebruiken of importeren. Hoe de stappen naar de echte ‘0-energie’ community eruit moet zien blijft veelal in het midden en gaat niet verder dan: we starten met het leveren van energie en we gaan dan aan de slag met projecten. Met die projecten bedoelt men vaak: zonnepanelen en isolatie.

Dat de eerste stap vaak energie leveren is, is begrijpelijk, want dit levert in de perceptie direct ‘veel’ geld op. Maar het is niet altijd even handig. De resultaten uit het veld vallen tegen. Klantenwerving is arbeidsintensief en klanten zijn vooral mobiel bij een groot financieel voordeel. De focus van de coöperaties op levering heeft voor een groot deel te maken met de ambassadeursrol die Trianel en Greenchoice in de beginfase gespeeld hebben. Zij zongen het deuntje van levering en dat klinkt nog steeds als een echo door de sector. Niet gek want energiebedrijven zijn afhankelijk van energie leveren.

De horizon

Toch moeten we heel eerlijk zijn. Het leveren van energie is nou niet echt een grote toegevoegde waarde, biedt niet of nauwelijks direct voordeel voor leden en het is niet belangrijk voor het ‘grootse mondiale doel’. Daar moeten we eerlijk over zijn. Maar wat dan wel?

Onder de streep
Laten we naar een fictieve coöperatie kijken, coöperatie Wattpiek in de gemeente Zonnedael. Zonnedael is een middelgrote gemeente met 50.000 inwoners. Wattpiek krijgt een vliegende start en de lokale betrokkenheid is groot. Deze 50.000 inwoners vormen grofweg 24.000 huishoudens. Hiervan stapt een ongelooflijk aantal van 25% over naar de coöperatie voor haar energie. Met een jaarlijkse marge per klant van 50 euro (de bedragen lopen uiteen), levert dat 300.000 euro per jaar op.

Een prachtig resultaat, maar met alle kosten van kantoor- en office-management blijft daar niet veel van over. Wat er overblijft is ook afhankelijk van het contract met het energiebedrijf, waarin geregeld is welke diensten zelf gedaan worden en welke uitbesteed. Als hier 100.000 euro vanaf gaat qua vaste lasten, blijft een resultaat van 33 euro per jaar per coöperant over (ervan uitgaande dat allen ook lid worden).

Fundamentele discussie
Daarnaast kun je als coöperatie ook producten aanbieden zoals zonnepanelen en isolatie. Ga je hier als coöperatie marge op pakken? Dat is een fundamentele discussie! Daar wordt verschillend over gedacht. Indien wel marge gerekend wordt, dan pak je per huishouden ongeveer 100 euro. Dat levert je een impuls op van 600.000 euro. Wederom een mooi resultaat, maar éénmalig in dit geval.

Zoals in het voorbeeld van Wattpiek in Zonnedael zie je een leuk resultaat zowel voor de energie en voor de verkoop van producten. Dan moet je wel in een gemeente van 50.000 inwoners zitten. Veel gemeenten met coöperaties redden dat bij lange na niet. In de berekeningen worden de uren van de vrijwilligers op geen enkele manier gecompenseerd.

Ook de deelname van coöperaties aan eenmalige subsidieprojecten rond elektrisch rijden of smart-grids is leuk voor tijdelijke inkomsten, voor het aanzien en voor het netwerk, maar dit zorgt niet voor een stabiele bedrijfsvoering voor de lange termijn.

Voorbij de horizon

De hamvraag blijft: wat is je verdienmodel in de periode na de initiële opstart zoals hierboven beschreven? Met een marge op de verkoop van stroom, eenmalige inkomsten op de verkoop van producten en diensten en eenmalige inkomsten uit subsidies is de bedrijfsvoering krap, onzeker en niet duurzaam.

Blijft het lokale duurzame energiebedrijf van de toekomst een lokale kneuterige vereniging met krappe marges en veel onzekerheden?

De uitdaging
De echte uitdaging is dit niveau te ontstijgen en de kern van iedere energie coöperatie ligt uiteindelijk bij:
(1) energieproductie op grote(re) schaal (de energieneutrale gemeente/regio) en
(2) betrokkenheid van zoveel mogelijk burgers die zorgen voor kapitaal en draagvlak en ook de opbrengsten kunnen verdelen.

Juist met grootschalige opwekking maak je niet alleen echte stappen naar de duurzame samenleving, maar wordt het verdienpotentieel ook echt interessant. Daarom moeten coöperaties het oog niet van de bal halen. Hoe groter de coöperatie, hoe meer betrokkenheid, hoe realistischer dit doel wordt.

Juist met een groot draagvlak en betrokkenheid, wat niet alleen voor sociale massa zorgt, maar ook voor politieke massa en investeringskapitaal (crowdfunding), kan de coöperatie echt van betekenis worden. Daar ligt ook veel politiek lobbywerk in het verschiet; lokaal, provinciaal en landelijk. Samenwerking zal op termijn doorslaggevend zijn in succes.

Productie

In Duitsland is bijvoorbeeld 80% van de windturbines in handen van burgers, terwijl dit in Nederland slechts 20% is. Dat kan en moet anders voor toekomstige energie opwek. Dat vergt visie van politici en het sluiten van de gelederen bij de coöperaties. Nederland kent goede voorbeelden van windcoöperaties. Zij lopen over het algemeen mijlenver voor op de nieuwe energiecoöperaties. Maak deze verbindingen. Leer van elkaars successen en vooral ook fouten.

Wat belangrijk is voor de toekomst voor de coöperatie is dat het verhaal realistisch blijft, maar de visie wel kraakhelder is. Het is geen luchtfietserij, want krachtige internationale voorbeelden van energieneutrale en zelfs energieleverende gemeenschappen bestaan, waaronder Feldheim en Wildpoldsried in Duitsland en Samso in Denemarken.

Excursies
Ik kan mij excursies hiernaartoe met bussen vol lokale coöperanten en journalisten hiernaartoe voorstellen ter inspiratie.

Kortom:

  1. Fundament. De basis van de coöperatie wordt gedragen door lokale vrijwilligers. Hoe groter en actiever de groep betrokkenen, hoe sneller de coöperatie kan groeien. Voor lancering van het bedrijf moet hier veel tijd aan besteed worden. Het vrijwilligersgehalte zal zeer lang groot moeten blijven, omdat het financieren van personeel nagenoeg onmogelijk is met een kleine organisatie;
  2. Cement. De tweede belangrijke pijler is de gedeelde visie. Betrekken, uitleggen wat er gebeurt en moet gebeuren en het organiseren en faciliteren van excursies en bijeenkomsten zijn allemaal onontbeerlijk. Houd het realistisch op de korte termijn, maar zet wel concrete stappen naar de visie;
  3. Kennis delen. Samenwerking in energielevering is cruciaal om de kosten laag te houden en marges zo groot mogelijk. Dat kan op korte termijn met de grote energieleveranciers, maar dit gaat hoogstwaarschijnlijk wringen bij de concurrentie om waar het echte geld zit: productie;
  4. Produceren. Een marge op de verkoop van producten en diensten is wellicht essentieel om geld op te halen als gezonde basis in de opstart, indien wordt gekozen hiermee te beginnen, maar dit is geen eindstation. Er moet toegewerkt worden naar een groter plan dat het niveau van zonnepanelen en energielevering ontstijgt. De heilige graal voor lokale duurzame energie coöperaties is immers energieproductie, naar het voorbeeld van enkele Europese gemeenten die voorop lopen en de windcoöperaties in Nederland;

Strijd
Alleen op deze manier kunnen voldoende revenuen gecreëerd worden voor een gezonde bedrijfsvoering en kunnen participanten op termijn echt profiteren. Verteld moet worden over de haalbaarheid en over het doel, wat helder moet zijn. Dat betekent op termijn een onherroepelijke strijd met de grote energiebedrijven en met lokale en regionale overheden. De samenwerking met de grote energiebedrijven is daarmee een op termijn waarschijnlijk onhoudbare situatie.

De politiek kan daar veel in betekenen. Stel je een overheid voor die denkt in oplossingen en zich echt committeert aan:
(1) meer duurzame energie opwekking,
(2) opwekking met minimaal 80% burgerparticipatie,
(3) een (aanbesteding-) proces dat niet langer duurt dan 2 jaar en
(4) coördinatie van het proces tussen lokale initiatieven en gemeenten.

Lange adem
Om dit beeld te realiseren moeten nog grote stappen gezet worden in realisme, kennis en professionalisering alvorens coöperaties serieus genomen worden door politiek en bedrijfsleven. Het blijft een spel van de lange adem. Lokale inbedding en regionale of landelijke samenwerking en kennisuitwisseling zijn daarbij cruciaal. Juist de elementen waar coöperatie om bejubeld worden.

Dit was de laatste reeks over mijn ervaringen met het opzetten van een lokaal duurzaam energiebedrijf. Volgende keer: alles over klanten- en ledenwerving.

Rolf Heynen

(Graag ontvang ik ervaringen uit de lokale markt: succesvolle en gefaalde initiatieven kunt u met mij delen; mail voorbeelden naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Tweet naar @rolfheynen)

Zie hier de eerdere delen:

Column: Ervaringen met opbouw lokaal energiebedrijf (3) – We zijn live! Advertenties werkten niet, burgemeester werkte wel

Column: Ervaringen met opbouw lokaal energiebedrijf (2) – Waarom kozen we voor Trianel?

Column: Ervaringen met het opzetten van een energiebedrijf, 'Beren op de weg schieten we af'

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn