Vijftig tinten groen, beste uitweg uit groene-stroom impasse is onderscheid maken tussen tinten groene stroom

12 maart 2013 - Hoe kan de groene stroommarkt weer 'zinvol' worden gemaakt? Dat is een vraag die nu speelt. En het was een vraag die het ministerie van Economische Zaken al in 2010 stelde. Er verscheen toen een mooi rapport van een projectgroep onder leiding van Willem van der Heul. Daarin staat al klip en klaar dat "de aankoop van groene elektriciteit niet leidt tot het bijbouwen van nieuw, duurzaam opwekkingsvermogen."

Stuwmeren
Reden is volgens het ministerie het grote overaanbod aan groene stroomcertificaten op de Europese markt. Met name de waterkrachtcentrales in Noorwegen zorgen voor stuwmeren aan certificaten. Zo'n 65% van de certificaten op de Nederlandse markt wordt geïmporteerd en daarvan komt weer 95% van die Noorse waterkrachtcentrales. Daardoor is er geen schaarste aan certificaten, die de bouw van nieuwe centrales zou uitlokken. Omdat er zo'n overaanbod is, is er geen positieve prijs. De prijs bedroeg toen ongeveer een paar cent per certificaat en dat zal nu niet veel anders zijn. Tegelijkertijd deden energiebedrijven wel alsof hun groene stroom van het zuiverste soort was.

Wat is het probleem
Nu is de vraag: is er een probleem en wat is het probleem? Verwacht de consument dat als hij groene stroom aankoopt dit bijdraagt aan verduurzaming? En als de consument er van uit gaat dat zijn keuze bijdraagt tot verduurzaming, wat is dan het probleem? Is het probleem dat de consument denkt dat hij bijdraagt aan verduurzaming terwijl hij dat niet doet, of is het probleem dat het systeem niet tot verduurzaming leidt? Het eerste is makkelijk op te lossen; namelijk door betere voorlichting. De pers heeft daarin de afgelopen jaren al haar steentje aan bijgedragen. Het tweede is een lastiger probleem.

Default
Overigens vermeldt het ministerie dat veel consumenten waarschijnlijk niet eens weten dat ze groene stroom afnemen. Het is immers de 'default-optie' bij veel energiebedrijven. Dus er wordt vaak niet eens een bewuste keuze gemaakt. Er zijn in Nederland 2,5 miljoen huishoudens die groene stroom afnemen. Ook is het de vraag of consumenten wel echt verwachten dat ze met de aankoop van groene stroom bijdragen aan verduurzaming. Een reden van iemand om voor groene stroom te kiezen is wellicht ook dat hij geen kolenstroom of kernenergie in huis wil hebben, bij wijze van spreken dan. Net als iemand geen kastje van hout uit tropische bossen in zijn woonkamer wil hebben staan.

Groen = groen
Daarnaast merkt het ministerie, net als anderen op, dat het systeem wel eerlijk is. Want de stroom die verkocht wordt is wel echt groen. Dus een consument heeft echt groene stroom in huis. Alleen is het geen nieuwe groene stroom. Er is geen 'additionaliteit', zoals dat in de sector met een lelijk woord genoemd wordt. Dat is natuurlijk wel een echt probleem. Een expliciete keuze voor groene stroom heeft, als je er over nadenkt, alleen zin als die gevolgen heeft voor de hoeveelheid geproduceerde groene stroom. Iemand kon er vroeger nog zijn imago nog mee opvijzelen, maar dat is voorbij nu het iedereen duidelijk is dat groene stroom bij sommige bedrijven een wassen neus is. Het zou niet alleen voor particulieren echt een probleem moeten zijn, maar ook voor politici en beleidsmakers.

Twee routes
Hoe zou je het systeem kunnen verbeteren? Er zijn twee routes volgens het ministerie. De eerste is via de stroomcertificaten ofwel 'garanties van oorsprong' (een nieuwerwetse term voor hetzelfde). Zorg dat bedrijven alleen mogen zeggen dat ze groene stroom verkopen als de certificaten aan bepaalde eisen voldoen. Het meest voor de hand ligt het volgens het ministerie om te eisen dat alleen certificaten van installaties die niet ouder zijn dan, zeg, 3 jaar mogen meetellen. Energiebedrijven kunnen zich dan alleen profileren als ze dit soort certificaten kunnen overleggen.

Maar
Aan deze certificaten is mogelijk wel gebrek. Er zal mogelijk een prijs ontstaan, waardoor investeerders gestimuleerd worden om nieuwe investeringen te doen. Maar mogelijk ontstaat er ook in dit geval geen prijs. Dan werkt het niet stimulerend. En zelfs als er een prijs ontstaat is het de vraag of het echt stimulerend werkt. De investeerder weet dat zijn investering alleen de eerste drie jaar tot deze extra opbrengsten leidt. Een langere periode lijkt meer voor de hand te liggen. Ook het ministerie lijkt niet veel in dit systeem te zien.

Route 2
De tweede weg lijkt dan logischer. Het in de markt zetten van verbeterde labels of etiketten. Dan komen er 'dingen' in aanvulling op de groencertificaten, waar het bedrijf zich mee kan profileren. En het mooie is: er is al een label: de brandstofmix, ook wel stroometiket geheten. Energiebedrijven moeten die elk jaar opstellen, zo is wettelijk geregeld. Het gaat nu slechts om het onderscheid tussen groene en grijze stroom. Maar dan zou 'groene stroom' in de toekomst dus nader gespecificeerd moeten worden. Niet slechts in zonne-energie, waterkracht, etc, zoals nu gebeurt. Maar naar de mate van groenheid: lichtgroen, dondergroen, etc. We hebben daar eerder iets over geschreven.

Vraag
Ook het ministerie was hier voorstander van. Een vraag daarbij is, zo zegt het ministerie, of het is toegestaan dat een bedrijf aparte etiketten opstelt voor iedere dochter die het heeft. Zoals nu ook gebeurt. Liever niet. Want de bedrijven zullen dan alle groene stroom in één dochter stoppen en ze zullen duurzame klanten naar deze dochter lokken. Beter is dat alleen dochterbedrijven met echt een andere naam en een aparte bedrijfsvoering een apart etiket mogen voeren, zoals Oxxio en Eneco en Energiedirect en Essent. Waarbij er dus geen gehannes met certificaten mag zijn binnen het concern.

Keurmerk
Een derde optie is het in de markt zetten van keurmerken. Die optie wordt niet genoemd in het stuk. Zo'n keurmerk is er wel gekomen, maar het is niet echt gaan leven.

Eerste donkergroene stroom
Het idee om onderscheid te gaan maken tussen verschillende tinten groene stroom lijkt dus het meeste kans van slagen te hebben. Tot nog toe is het er niet van gekomen. Mogelijk gaat dat veranderen. Eneco is al met die licht en donkergroene tinten aan de slag gegaan. Zo staat in het jaarverslag dat in 2012 20% van de stroom die Eneco levert aan kleine klanten donkergroen moet zijn. Voor gas is het doel 0,5%. Hierover zijn afspraken gemaakt met WNF. Donkergroen staat volgens Eneco voor 'investeringen in nieuwe duurzame bronnen'. Overigens is het doel van 20% donkergroene stroom niet gehaald. De vraag van klanten naar donkergroene elektriciteit is achter gebleven op onze aanvankelijke verwachtingen, aldus Eneco.

Wordt vervolgd

Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn