Distributed capitalism, lokalisering, democratisering van het aanbod, het is eigenlijk allemaal: terug naar normaal

9 oktober 2012 - Dat was een mooie uitzending maandag, van Tegenlicht: 'Power to the people'. De koningin van de duurzaamheid Marjan Minnesma, die als een koningin gekleed in de oude zaal van de Tweede Kamer de alternatieve troonrede opleest, zoveel  meer relevant dan de echte troonrede. Ongelooflijk hoe die vrouw schijnbaar uit de losse pols, staande voor de Ridderzaal of in haar eigen tuin, de mooiste dingen zegt.

Autoriteit zus, autoriteit zo
Zoals dit: "Doordat er op een aantal gebieden misstanden zijn geweest, zijn we alles gaan monitoren en controleren. Autoriteit Financiële markten, autoriteit zus en autoriteit zo en als er iets mis gaat komen er weer tien controle-protocollen bij. Eigenlijk moet je op basis van vertrouwen met elkaar kunnen werken en dan moet je ook accepteren dat er af en toe iets misgaat. Laat niet alle goeden onder de kwaden lijden. Nu baseren we ons systeem op die ene kwade en de goede moet daarom maar 100.000 formuliertjes in vullen."

De wachttijd is langer dan u van ons gewend bent
Wat ze zegt is zo waar en het is zo precies geformuleerd waarom het mis is gegaan in onze samenleving. We zijn willoze slachtoffers geworden van de controle-terreur van overheden en bedrijven. Wat er in zo'n bedrijf gebeurt is volledig ondoorzichtig geworden. En als je belt wordt je in de wacht gezet. Mensen voelen zich er niet meer prettig bij. Geen wonder dat veel mensen daarom weer op zoek zijn naar een ander soort samenleving. "Mensen zijn op zoek naar manieren om het zelf te doen. Het is het begin van een samenleving die gebaseerd is op vertrouwen en zelf doen. Niet wachten tot de overheid het voor ons oplost, want dat kan de overheid helemaal niet", aldus Minnesma.

Pruts en dood
De wens tot meer autonomie komt niet alleen maar tot uitdrukking in de energievoorziening. Verduurzaming en lokalisering van de energievoorziening lijken een soort eerste stap te zijn in een proces van verandering in heel veel sectoren in de economie. We merkten een paar weken geleden op dat de onderzoekswereld toe is aan drastische verandering. Grote clubs als KPMG en PWC produceren alleen nog maar nietszeggende prutsrapporten. Ook de landbouw is natuurlijk dringend aan hervorming toe, net als natuurlijk de financiële wereld. De grote onpersoonlijke mega-bedrijven, in welke sector dan ook, lijken allemaal ten dode opgeschreven, op één of andere manier, hoewel ze tegelijkertijd machtiger zijn dan ooit.

Ik wil weg
Maar het zijn reuzen met lemen voeten. Binnen enkele jaren zakken ze door hun hoeven. Mensen moeten niets meer hebben van ING, ABN Amro en de Rabobank, en ook niet van KPN, Vodafone en wat heb je nog meer. We kunnen nu nog niet zonder ze, maar zo gauw dat wel kan zullen we massaal afscheid nemen. De afhankelijkheid van die grote bedrijven werkt verstikkend. Het voelt niet goed de controle uit handen te hebben geven over zaken die essentieel zijn voor ons welzijn en onze welvaart. Maar het is natuurlijk ook de walging over de hoge salarissen, de onkunde van medewerkers en de gebrekkige kwaliteit van de producten en diensten die maken dat we weg willen. Alles in ons schreeuwt: 'Weg daar, weg'.

Democratisering van het aanbod
Afscheid nemen van de energiebedrijven is al wel mogelijk en daarom zijn we dit deels aan het doen.Technologische ontwikkelingen stellen ons hiertoe in staat. We gaan zelf energie opwekken. Ook in de nieuws-voorziening heeft deze ontwikkeling -  de democratisering van het aanbod - zich voltrokken. Er was onvrede over het aanbod en de komst van internet maakte het mogelijk dat we van nieuws-consument nieuws-producent werden; we gingen websites opzetten, zoals deze, en we reageren overal op. Dit maakt ons volgens mij meer betrokkene en we worden dan ook niet steeds onverschilliger zoals een fossiel blaadje (De Groene) laatst meldde. De grote media hebben het nakijken. Ze beseffen nog niet half hoe slecht ze er voorstaan. Het is dus altijd een combinatie van onvrede over het bestaande en de technologische mogelijkheden van het nieuwe. 

Fortuynisme
In de financiële wereld is crowd sourcing in opkomst. En ook in de zorg lijkt kleinschaligheid weer troef te worden. In Tegenlicht werden hiervan voorbeelden gegeven. Mensen die zelf een soort sociaal verzekeringsstelsel gaan opzetten voor als ze arbeidsongeschikt worden of mensen die voor elkaar gaan zorgen. Eigenlijk past het naadloos in de visie die Pim Fortuyn al had op de zorg, zonder dat de duurzame rakkers van nu het waarschijnlijk willen weten. En eigenlijk is het ook totaal in tegenspraak met de federalisering van Europa, die zich nu aan het voltrekken is. Dit is een proces dat lijnrecht ingaat tegen de wens van veel mensen naar kleinschaligheid, minder bureaucratie, minder afhankelijkheid van grote structuren, meer zaken in eigen hand nemen, zelf organiseren en zelf besturen, etc. Dus eigenlijk zouden mensen die zo voor 'lokalisering' zijn de EU te vuur en te zwaard moeten gaan bestrijden; daar komen ze mogelijk (en hopelijk) de komende jaren achter.

Het beste van twee werelden
Econoom Jeremy Rifkin zei het wel aardig in Tegenlicht. De nieuwe ontwikkeling, die hij de derde industriële revolutie noemt, neemt het beste van socialisme en kapitalisme en laat het slechtste van die twee stromingen weg. Iedereen is tegenwoordig een entrepreneur volgens hem, dat wil zeggen neemt risico en is creatief (het beste van kapitalisme). Maar deze ondernemers zijn wel geworteld in hechte sociale netwerken (het beste van socialisme, zo vindt Stiglitz). Het nieuwe geloof laat bovendien het slechtste weg van de twee systemen: de big brother van het socialisme, die alles controleert, en het principe 'the winner takes it all', van het kapitalisme. Hij noemt deze combinatie 'distributed capitalism' en de mensen die er voor tekenen sociale entrepreneurs.

Niets nieuws
Rifkin zegt het mooi, maar hij is te theoretisch bezig. 'Nieuwe ondernemers die het beste uit het kapitalisme combineren met het beste uit het socialisme', alsof ze allemaal dikke boeken hebben zitten lezen voordat ze ondernemer werden. Het is gewoon de menselijke natuur: ondernemend zijn, in een sociale groep. Volgens mij zijn 'sociale entrepreneurs', zoals Rifkin ze noemt, gewoon ondernemers zoals ondernemers altijd zijn geweest en zoals ze ook moeten zijn om ondernemer te kunnen zijn en blijven. Het is de enige manier om te overleven als ondernemer. Klanten win je door vertrouwen en vertrouwen win je door je je sociaal op te stellen. Het is nooit anders geweest. In een kleine gemeenschap wordt dit eerder herkent dan in een grote samenleving. En daarom is het makkelijker om sociaal te ondernemen in een kleine gemeenschap.

Terug naar af
Het is het Rijnland-model in tegenstelling tot het Angelsaksische model. Het is terug naar de economie van kleine bedrijven die ingebed zijn in hun omgeving en die rekening houden met alle belanghebbenden. De ondernemer die de volleybal-vereniging steunt, niet eens omdat hij daar nu zoveel nieuwe klanten door verwacht maar omdat hij vindt dat hij dit moet doen voor de gemeenschap. Marjan Minnesma zegt het ook in de documentaire: Terug naar de wijkverpleegsters van vroeger, die tijd voor je hebben en niet slechts tien seconden om je steunkousen uit te doen. Het is terug naar normaal, zo vlak na de jaren negentig en jaren nul toen ondernemen door veel managers en bestuurders verwart werd met graaien. Het is derhalve niet zozeer het beste van twee theoretische modellen hanteren, als wel een terugkeer naar hoe het was, een herwaardering van de middenweg, die nu eenmaal vaak de gulden middenweg is.

Labeltje
Die netwerkgemeenschap en die lokale organisaties en bedrijven associeer ik eerder met het Christen-democratisch gedachtegoed dan met het socialisme, als we het dan toch over stromingen hebben. Rifkin verwart 'sociaal zijn' en 'netwerken' met socialisme. Socialisme heeft toch meer betrekking op een solidariteit, het opkomen voor rechten van armen, ongeacht of je ze kent of niet, waarna de staat de hele verzorging op zich neemt. Binnen het christendemocratisch denken staan actieve lokale gemeenschappen centraal. Nederlanders hebben mogelijk meer affiniteit met dit gedachtegoed dan ze zelf denken en wat op basis van de recente verkiezingsuitslag gebleken is. Dit staat dan weer los van de vraag hoe het CDA als partij die dit gedachtegoed zegt te vertolken het heeft gedaan in de afgelopen periode.

What's in a name
Maar uiteindelijk gaat het er niet om welk stempel er op gedrukt wordt. Lokalisering, of democratisering van het aanbod, verduurzaming, distributed capitalism of welke naam het ook krijgt: het is een goede ontwikkeling en daar gaat het om. Het is zinvol om ons daarvoor in te zetten.

 Copyright © Geldengroen.net

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn