INGEZONDEN BRIEF: Zeeland moet blauwgroene oase blijven temidden van verstedelijkte gebieden

25 september 2012 - Onderstaand stuk kregen we van Wil Born. Hij pleit daarin voor het opengooien van de zee-armen in Zeeland, het terugbrengen van de natuur in Zeeland, maar zonder te ontpolderen, en de aanleg van een grote berging, voor als de afvoer van de grote rivieren hoog is.

Zeeland in balans

Commissaris van de Koningin Karla Peijs gaf aan te werken aan de identiteit van Zeeland en deze provincie op de kaart te willen zetten. Op welke wijze werd niet duidelijk en dat zet ons vervolgens zelf aan het denken.

De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn namelijk alles behalve een achtergebleven gebied. Door de Deltawerken is de waterveiligheid verbeterd, is de infrastructuur aangepakt en de bereikbaarheid over land heeft het gebied verder ontsloten, met de Zeelandbrug en de Westerscheldetunnel als kroonstukken. De Deltawerken brachten voor de landbouw ook zoet water in het Volkerak-Zoommeer en het Haringvliet. Vlissingen werd een belangrijke zeehaven en bij plaatsen als Terneuzen nam de industrialisatie aanzienlijk toe.

Blauwgroene oase
Al deze verworvenheden willen echter niet zeggen dat de Zuidwestelijke Delta steeds meer onderdeel uit moet gaan maken van de logistieke reuzen Antwerpen en Rotterdam. Landbouw en toerisme zijn immers de pijlers van Zeelands economie. Juist het karakter van een blauwgroene oase te midden van een verstedelijkte kustzone dient behouden te blijven. Naast het vele water, zijn het de afwisseling en kleinschaligheid die Zeeland voor het toerisme zo aantrekkelijk maken.

Gelukkig is hier bij het Deltaplan al over nagedacht en heeft men er voor gekozen om de drukbevaren Rijn-Schelde corridor aan de Brabantse zijde te situeren en zo het eilandenrijk te ontzien.

Waterveiligheid en de zee
Zelfs na 1953 wogen de economische belangen van Antwerpen en Rotterdam toch nog zwaarder dan de veiligheid in de delta en bleven de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg open. Met de huidige zeewaartse accentverschuiving van overslaghavens wordt het hoog tijd om de Deltawerken compleet te maken.

Bij Antwerpen mondt de rivier de Schelde uit in het zeegat Westerschelde. De torenhoge getijdenslag wordt hier veroorzaakt door de extreem uitgediepte zeearm in combinatie met het vol- en leeglopen van ver landinwaarts gegraven getijdenhavens. Ook een ontpolderde Hedwige zal de zee nog verder binnenhalen.

De Westerschelde, die tot 1996 nog zandimporterend was, verliest hierdoor zowel zand aan de zee als aan de Vlaamse Zeeschelde. Het verstoorde evenwicht laat bodemzand in zee verdwijnen en het zeegat vreet zich steeds verder landinwaarts. Er is dus sprake van een gevaarlijke gedragsverandering. Pas door afsluiting van de Westerschelde ten westen van de havens, wordt een halt toegeroepen aan de door menselijke ingrepen ontstane ondermijning van Antwerpen.

Zeesluizen in de Nieuwe Waterweg zijn niet alleen noodzakelijk voor de veiligheid van de Randstad en het tegengaan van de verzilting van Holland. Ze garanderen voor de Zuidwestelijke Delta het behoud van de zoetwatervoorraden en voldoende zoetwateraanvoer vanuit de rivieren.

Natuurontwikkeling mag in Zeeland nooit ten koste van herwonnen landbouwareaal. In een tijd van zeespiegelstijging ontstaat waterveiligheid nu eenmaal niet door ontpolderen. Het verder binnenhalen van de zee is vragen om problemen.

Waterveiligheid en de rivieren

Met de maatregelen van Ruimte voor de Rivier, het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta en een afsluitbaar Rijnmondgebied zal de waterveiligheid van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden alleen maar afnemen. Bij extreem hoge rivierafvoeren krijgt de Zuidwestelijke Delta hierdoor alles voor haar kiezen.

Hoe kan men dan verwachten dat deze delta een watersnoodramp voor de rest van Laag Nederland kan voorkomen als ze zelf alle risico loopt?

Een ruime waterberging van alle beschikbare deltawateren en voldoende spuimogelijkheden zijn hiervoor minimaal vereist. Het gaat er niet meer om Zeeland op de kaart te zetten, maar op de kaart te houden.

De eco-economie

Een gezamenlijke waterberging voor waterveiligheid is te combineren met een gezond herstel van de deltawateren. Hierbij is doorstroming met rivierwater, van zoet naar brak naar zout, gewenst. Vismigratie wordt dan weer mogelijk, een compleet estuarium ontwikkelt zich, de bereikbaarheid over water wordt vergroot en de omstandigheden voor visserij en schelpdierkweek verbeteren.

Het verbinden van de geïsoleerd geraakte deltawateren is bovendien een lang gekoesterde wens van de waterrecreatie.

“Nederland kent veel economische activiteiten die direct of indirect gekoppeld zijn aan water. Dat geldt voor havens, scheepvaart, toerisme, maar ook voor maakindustrie als de voedingsmiddelensector en de chemie. Bijna 17 procent van de productiewaarde is verbonden aan water, wat vergeleken met andere landen uitzonderlijk hoog is.” Aldus een citaat uit de nota Versterking Nederlandse Watereconomie uit 2009, waarin VNO-NCW en VEMW de afhankelijkheid van het bedrijfsleven van voldoende zoet water en de waterkwaliteit beschrijven.

Een ecologisch gezonde delta is ook een economisch gezonde delta. Een duurzaam beleid is nodig om de veiligheid, welvaart en natuur in balans te houden.

W. Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer  september 2012

Deel dit artikel

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn